In dit artikel duiken we in een belangrijk inzicht: bij een kennismaking is het slimmer om te zoeken naar overeenkomsten dan naar verschillen. Dit helpt onbewuste vooroordelen te verminderen en vergroot de kans dat je met elke collega een klik vindt. En zeg nou zelf, wie wil dat nou niet?
Verbinden vanaf dag één: zo doe je dat
Kennismaken kan op veel manieren. We raden aan om, als je een nieuwe collega krijgt of voor het eerst samen aan een project werkt, diegene echt te leren kennen. Een simpele: “Wat leuk dat je ons team komt versterken! Zin in een kop koffie?” of “Leuk dat we (weer) eens samenwerken, even een rondje wandelen?” helpt al enorm. Soms ontstaan kennismakingen spontaan – in de lift, bij de koffieautomaat of op weg naar een vergadering. Ook dan is een kort gesprekje waardevol.
Hoe ons brein werkt
Na een kennismaking onthoudt je brein niet per se de inhoud van het gesprek, maar vooral hoeveel jullie op elkaar lijken. Hoe meer overeenkomsten, hoe prettiger het brein de samenwerking inschat. Zit je op dezelfde golflengte qua humor of binge je toevallig dezelfde serie? Dan voelt je brein zich automatisch comfortabeler met die collega.
Dit bepaalt namelijk mede of iemand in je inner group of outer group terechtkomt. Mensen in je inner group krijgen onbewust het voordeel van de twijfel. Hun werk ziet er nét wat beter uit en hun ideeën neem je sneller serieus. Collega’s in je outer group hebben die luxe niet en krijgen vaker subtiel te maken met negatieve vooroordelen.
Dit komt doordat de beperkte informatie die je over hen hebt – zoals hun leeftijd of accent – bepalend wordt voor het beeld dat je brein van hen vormt. Dit kan leiden tot subtiele vormen van uitsluiting, zoals het minder serieus overwegen voor belangrijke taken (“Daar is die echt te jong voor”) of bijvoorbeeld het vaker onderbreken tijdens vergaderingen.
De kracht van verbinding
We selecteren onbewust wie op ons lijkt en met wie samenwerken makkelijk voelt. Tegelijkertijd heeft iedereen behoefte aan verbinding, zeker op de werkvloer. Als je iemand nieuw ontmoet, is dit een intense periode voor je brein. Het is normaal al gevoelig voor signalen van acceptatie of afwijzing, maar is zich op zo’n moment extra bewust van de indruk die die achterlaat. Laat staan als je in een nieuw team terechtkomt of zelfs een hele nieuwe organisatie: je prikkelgevoelige brein staat dan op scherp.
Toch vervallen we, als we niet opletten, vaak bij kennismaking in oppervlakkige gesprekken die stereotypen of verschillen benadrukken. Denk aan opmerkingen als “Bij ons thuis gaat dat altijd zo” of “Jullie generatie ziet dat anders”. Dit soort uitspraken kunnen verbinding in de weg staan en afstand creëren. Je brein onthoudt vooral dat er weinig raakvlakken zijn, wat samenwerking kan bemoeilijken.
Eenzaamheid op de werkvloer
Deze gemiste kans op verbinding heeft serieuze gevolgen: Gallup-onderzoek toont aan dat één op de vijf werknemers zich wereldwijd eenzaam voelt. Volgens Harvard Business Review komt dit deels door misvattingen, zoals de gedachte dat hybride werken terugschroeven automatisch tot meer verbinding leidt. In werkelijkheid kan werken in teams juist meer eenzaamheid veroorzaken als verwachtingen niet worden waargemaakt. Zonder bewuste aandacht voor groepsvorming en persoonlijke interactie blijft verbinding uit, waardoor mensen zich terugtrekken – van werkborrels, collega’s en uiteindelijk hun taken. Dit proces, ook wel quiet quitting genoemd, kan een negatieve spiraal veroorzaken die lastig te doorbreken is.
Maak tijd voor overeenkomsten
Hoe doorbreek je deze negatieve spiraal? Begin bij die eerste gesprekken en investeer tijd in het zoeken naar overeenkomsten. Je brein een beetje hacken kan best eenvoudig zijn: door de juiste vragen te stellen en de focus te leggen op overeenkomsten, verminder je de invloed van biases op jullie samenwerking. Vooroordelen zijn menselijk, maar je kunt ze omzeilen door bewust verbinding te maken. Ook al heb je iemand voor je die duidelijk een andere leeftijd, huidskleur, gender of achtergrond heeft – daag jezelf uit om verder te kijken dan stereotypen. Deze bewuste inspanning helpt niet alleen om onbewuste vooroordelen te doorbreken, maar creëert ook een sterkere samenwerking vanaf het begin.
Praktische tips
Hoe vind je die overeenkomsten? Soms liggen ze voor de hand, soms moet je iets verder graven. Misschien ben je voor verschillende voetbalclubs, maar delen jullie wel een passie voor de sport. Of jullie hobby’s zijn anders, maar allebei genieten jullie van tijd buiten doorbrengen. Als het past in de setting, benoem dan je intentie om een connectie te zoeken.
Verbinding zit in gedeelde geschiedenis, woonplaats, gezinssituatie, hobby’s, passies, waarden, muziek- of filmvoorkeuren of werkstijlen. Stel vragen en ontdek waar jullie elkaar kunnen vinden! Hier kan jij als nieuwkomer ook moeite aan besteden.
Ook als je al langer samenwerkt, kun je opnieuw verbinding zoeken. Organiseer bijvoorbeeld een team-bingo waarin iedereen drie onverwachte feitjes over zichzelf inbrengt. Esther ziet vaak dat collega’s wat zenuwachtig binnenkomen, maar als een verbonden groep weer vertrekken (“Ik had nooit gedacht dat jij ook bang voor spinnen bent!”). Het is een speelse manier om overeenkomsten te ontdekken en verbinding op gang te brengen.
De kwaliteit van die eerste gesprekken kan een zaadje planten voor een fijne samenwerking. Zoek daarom actief naar overeenkomsten in plaats van verschillen. Zo geef je elke collega – en jezelf – de kans om écht verbinding te maken.