Twee voorbeelden uit het sprekende boek 365 dagen Nederlander van Neaada Aurangzeb uit 2021:
Voorbeeld 1:
Verjaardagsfeestje
Tineke: “Racisme is zo’n lastig gespreksonderwerp. Ik word er snel emotioneel van.”
Ik: “Wat raakt je zo?”
Tineke: “Het voelt alsof ik ergens van word beschuligd en dat is een heel onprettig gevoel.”
Ik: “Er zijn erg goede boeken over dit proces geschreven. Misschien werkt het verhelderend als je ze leest.”
Tineke: “Dit vind ik dus heel naar, als jij zo belerend doet. Alsof jij het allemaal zo goed weet.”
Voorbeeld 2:
Drogisterij Amsterdam- Zuid
Verkoper tegen Bart: “Ik help u zo, even die donkere dame bij de make-up in de gaten houden.”
Bart: “In de gaten houden?”
Verkoper: “Ja, ze stelen.”
Bart: “Dat is mijn vrouw.”
Het prettige zelfbeeld van Nederland klopt niet
Nederlanders schatten de gelijkheid in Nederland bijzonder hoog in. Het zelfbeeld dat Nederlanders naar buiten toe over zichzelf en Nederland hebben en uitdragen, komt niet overeen met de daadwerkelijke houding en het gedrag van Nederlanders. Er is een discrepantie tussen het beeld van tolerantie, gelijkheid, diversiteit en de realiteit is een van de conclusies van het onderzoek van Miller et al (2014). Nederland scoort ten opzichte van 65 onderzochte landen impliciet en expliciet zeer hoog scoorde op stereotype voorkeuren, in dit geval voor mannen in bepaalde maatschappelijke rollen.
Dat verschil laat zich ook duidelijk zien bij de deelnemers van de workshops van Esther Mollema getest worden op hun aannames en onbewuste vooroordelen rond diversiteit. 15.000 geteste managers in die workshops in Nederland laten zien dat er een grote gap is tussen wat managers denken en doen als het gaat om de doorstroom van medewerkers naar leidinggevende posities. Managers denken vrouwen en medewerkers met een donkere huidskleur evenveel kans te geven, maar in werkelijkheid doen we dat in meer dan 80% van de gevallen niet.
Nederlanders hebben dus de neiging om zichzelf zeer egalitair en tolerant in te schatten als het aankomt op diversiteit, terwijl de realiteit die achter dit positieve zelfbeeld schuilgaat dit ontkracht. Waarom speelt dit juist in Nederland zo?
Lege Tolerantie
De huidige vorm van tolerantie in Nederland heeft volgens Wijnand Mijnhardt, hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, te maken met een aantal historische factoren. In de 17e eeuw kwamen er veel immigranten naar de Nederlandse handelssteden toe om werk te vinden. Zonder veel problemen werden zij toentertijd opgenomen in de Nederlandse samenleving vanwege twee redenen. Ten eerste was er simpelweg veel vraag naar goedkope arbeid en had men met name in Holland veel immigranten nodig om de economie draaiende te houden. Ten tweede was Nederland in de 17e eeuw een dichtbevolkt land, waar bevolkingslagen dicht op elkaar woonden, met als gevolg dat de armere immigranten in steden als Amsterdam en Leiden vlak naast de rijke patriciërs kwamen te wonen in de steegjes tussen de grachtenpanden en herenhuizen.
Dit tot grote verbazing en ontsteltenis van buitenlandse geleerden en kooplieden die Nederland toen aandeden. Talrijke geschriften zijn bewaard gebleven waarin gewag werd gemaakt dat een statig koopman, ook toen al, in Amsterdam gewoon werd uitgejoeld als hij tegen een arme dagloner opliep. In andere grote Europese steden was het straatbeeld destijds veel homogener – iedere groep woonde in zijn eigen buurt.
Mijnhardt noemt het een “bijzonder soort van tolerantie”, gebouwd op sociale druk, een hoge bevolkingsdichtheid, in combinatie met de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van pers. “Het was echter geen principiële tolerantie, maar veel meer een soort van noodzakelijke vorm van zelfbehoud” aldus Mijnhardt.
Dit zelfbehoud, of nuchterheid als oer-Hollandse vorm van tolerantie, is later terug te zien tijdens de Verzuiling, als elke zuil compleet los van elkaar leeft; de katholieken hadden hun eigen slager, de protestanten hun eigen melkboer en de socialisten hun eigen voetbalclub. Maar ze hadden elkaar wel nodig en men tolereerde elkaar dan ook in de minst verregaande betekenis van het woord. Net zoals in de Gouden Eeuw verdroeg men elkaars levenswijze, afkomst en cultuur vanwege praktische redenen, maar men moest in werkelijkheid niks van elkaar weten.
Marli Huijer, voormalig denker des vaderlands en hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit, noemt deze houding ’lege tolerantie’; mensen tolereren elkaar, maar er is geen verregaande vorm van respect voor elkaar. Burgers die onderdeel zijn van dezelfde samenleving maar in feite compleet langs elkaar heen leven. Volgens Huijer is dat nog steeds te zien in met name metropolen. ,,Er is een diversiteit aan leefstijlen maar mensen zitten in hun eigen bubbel, ze hebben weinig met elkaar te maken. Ook dit is een vorm van lege tolerantie omdat je volstrekt onverschillig tegenover anderen staat.”
Een van ons
Hoe samenwerking in Nederland vorm krijgt en wie er precies een plek aan de tafel krijgt ligt ingewikkelder. Volgens Ruben Gowricharn, hoogleraar diaspora studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam, heeft Nederland, net zoals andere maatschappijen, nog veel tribale trekken. ,,We zijn een ‘grote stam der Hollanders’ en iemand met een kleurtje moet ‘introuwen’ voordat hij een van ons wordt. In Nederland moet iedereen integreren.” Als groepsdieren hebben Nederlanders volgens Gowricharn, een soort natuurlijke afkeer van anderen met wie zij zich niet kunnen identificeren.
Taal blijkt essentieel om ‘erbij te horen’ in Nederland, zo is gebleken uit onderzoek van PewResearchCentre in veertien landen naar de factoren die ertoe doen voor nationale identiteit (What it truly takes to be ‘one of us’) Nederlanders vinden het over het algemeen niet bijzonder belangrijk waar iemand is geboren of wat voor levensovertuiging iemand aanhangt. Maar in vergelijking met andere landen tilt de Nederlander het zwaarst aan het belang van de taal als onderdeel van de Nederlandse identiteit. Van alle ondervraagden in Nederland geeft 84 procent aan dat het goed beheersen van het Nederlands zeer belangrijk is voor het Nederlanderschap. Die sterke voorkeur is nergens anders zo sterk. In Hongarije en het Verenigd Koninkrijk geeft 81 procent van de ondervraagden aan dat taal zeer belangrijk is voor het burgerschap, maar bijvoorbeeld in Canada of Italië gaat het ‘slechts’ om 59 procent van de ondervraagden.
Dit betekent dat het een stuk lastiger is voor mensen met een taalachterstand om de maatschappelijke ladder in Nederland te beklimmen. In combinatie met de tribaliteit in Nederland van ‘integratie’ leidt dit er onder meer toe dat Nederland zo ontzettend homogeen is, stellen Gowricharn en Mijnhardt. Slechts 20 procent heeft een buitenlandse culturele achtergrond of bestempelt zich als kosmopoliet. “De Limburger is natuurlijk anders dan de Groninger, maar ze hebben allemaal het idee dat ze Nederlander zijn en dat ze een gemeenschappelijke cultuur hebben waaraan nieuwkomers zich moeten aanpassen”, zegt Mijnhardt.
Of te wel, iedereen moet ongeveer hetzelfde zijn en niet te veel afwijken van de geldende norm. En dat zorgt ervoor dat veel mensen nooit een eerlijke kans krijgen om zich te bewijzen in een topfunctie, maar ook dat veel organisaties simpelweg niet hun leidinggevende posities zullen vullen met de meest talentvolle en geschikte personen. Het is dus niet vreemd dat ook de Nederlandse bestuurslagen zeer homogeen zijn.
Dat dit – zeker op termijn- kan uitgroeien tot een groot probleem voor het bedrijfsleven, wijzen data over diversiteit wel uit. Vrouwen vormen al geruime tijd het merendeel van de groep afstudeerders in Nederland. En uit prognoses blijkt dat in 2060 ruim een derde van de Nederlanders (34 procent) een migratieachtergrond heeft, ten opzichte van 23 procent anno 2019 (CBS).
Doorbreken
Maar hoe is de discrepantie tussen het positieve zelfbeeld van Nederlanders over tolerantie, gelijkheid en diversiteit, de impliciete en expliciet voorkeur voor uniformiteit en de werkelijkheid op met name de werkvloer te doorbreken? Door managers erop te wijzen dat ze “een morele plicht” hebben dat bedrijven een afspiegeling van de samenleving zijn, meent Gowricharn. “De samenleving ís divers, dus moeten bedrijven dit ook zijn.” Veel bedrijven hanteren ‘kwaliteit’ als legitimatie om mensen buiten de deur te houden, merkt Gowricharn op. Maar “kwaliteit is kleurloos. Suggereren dat kwaliteit een uniform ding is, hetzelfde is voor alle groepen mensen, voor leeftijdscategorieën, voor culturen, is pertinent onjuist.” En dus moeten managers gewezen worden op die “heilige huisjes en ze omvergooien”.
Het begrijpen hoe onbewuste vooroordelen vat hebben op perceptie en besluiten is eveneens een belangrijke stap. “Realiseer je hoe groot de verleiding is om iemand te kiezen die op jou lijkt”, stelt Huijer. Die bereidheid tot zelfreflectie, dialoog en begrip zijn de sleutelwoorden om verder te komen.
Esther Mollema kan dit alleen maar onderschrijven. “Werk aan meer dialoog en verbeter samen. Nodig vooral de groep waarover je spreekt uit aan tafel. In Nederland vindt het diversiteitsdebat vaak plaats zonder de groep waarover het gaat.” Bovendien is fouten maken menselijk. “Vergeef jezelf en een ander als je in pogingen om meer inclusief te zijn, soms fouten maakt. Zie het als proces waarin je iedere dag een beetje bijleert hoe inclusief zijn werkt en hoe jij eraan kan bijdragen. Een open houding is belangrijk om het verschil tussen zelfbeeld en lege tolerantie te doorbreken”, meent Mollema. “Daarnaast moet je eerlijkheid beter organiseren. Garandeer gelijkheid door onbewuste vooroordelen uit je processen te organiseren. Strakker aansturen van werving & selectie, beoordelingen, promoties en besluitvorming. Geef hier minder kans aan onbewuste vooroordelen. En ja, dat is lastig te accepteren voor Nederland die vaak denken dat ze het zonder strakke regels het ook wel goed doen. Maar juist Nederlanders hebben strakke afspraken nodig om op het gebied van diversiteit en inclusie resultaten te halen.”