Hulp vragen

Afbeelding: Harvard Business Review

Dit is de eerste column in een serie van het programma #InclusieDoen. We willen graag minder over inclusie in organisaties praten, maar laten zien wat je concreet kunt doen. Deze column gaat over hoe je, door wat vaker een collega om hulp te vragen, jezelf, de ander én het team kunt helpen! Als jij ook meer inclusie wilt toepassen, staan we klaar om je te ondersteunen.

Binnen het #InclusieDoen thema hebben wij ook een traject ontwikkelt om via nieuwe inclusie gewoontes elke dag een stukje inclusiever te worden. Met korte filmpjes en via WhatsApp krijg je herinneringen, tips, en ondersteuning. In deze startfase is het helemaal gratis! Hier kan je alle columns hierover lezen. 

 We helpen graag—echt waar

Waar vroeger de mensen om je heen vragen om hulp heel normaal was—zoals een kopje suiker lenen, een ritje naar het station of hulp vragen aan een handige collega bij een vastgelopen koffiemachine—keren we nu sneller naar externe, onpersoonlijke opties zoals bezorgdiensten, Uber, ChatGPT of een klusdienst. We vragen liever een onpersoonlijke dienst dan een buurman of een collega. Daarmee missen we het persoonlijke contact dat vroeger bij hulp vragen hoorde.

En dat is jammer, want iets voor elkaar kunnen betekenen is een fundamentele levensbehoefte. Het zorgt voor meer plezier én betere resultaten, zowel thuis als op het werk. Volgens verschillende studies van gedragswetenschappers zijn mensen veel bereidwilliger om ons te helpen dan we denken. Waarom? Omdat helpen de ander een doel geeft. Het biedt een aangename ervaring van contact maken en vriendelijkheid tonen—een gevoel dat zich van persoon tot persoon verspreidt.

Waarom hulp vragen positief is

Collega’s die elkaar om hulp vragen, bouwen sneller een onderlinge band op en ervaren meer vertrouwen. Kleine daden van vriendelijkheid maken een groot verschil. Ze creëren informele netwerken van mensen die elkaar vertrouwen, kennis delen en versterken. Bovendien leren mensen die om hulp vragen vaak sneller. Een hulpvraag kan namelijk leiden tot inzichten en vaardigheden die je anders niet had opgedaan. Het draagt bij aan een cultuur waarin je samen steeds iets beter wordt.

De drempel van hulp vragen overwinnen

Waarom is het dan toch zo moeilijk om hulp te vragen? Vaak zien we het als een lastige, emotioneel risicovolle situatie. Veel mensen vrezen dat ze incompetent overkomen of dat ze een ander belasten. Maar onderzoek van gedragswetenschappers wijst uit dat mensen veel vaker bereid zijn om te helpen dan we denken.

Hulp vragen is niet alleen goed voor de hulpzoeker, maar ook voor de helper. Als jij namelijk iemand om advies vraagt zeg je tegen het brein van deze persoon: ‘Ik respecteer jou en jouw expertise’. Dat versterkt de onderlinge band en draagt bij aan een fijnere, minder geïsoleerde werkomgeving. Jullie schieten er dus allebei iets mee op!

In een tijd waarin technologie ons steeds zelfstandiger maakt, is het belangrijk om de kracht van menselijke connectie niet te vergeten. Collega’s voelen zich juist gewaardeerd wanneer hun expertise wordt gevraagd en ervaren zelfvoldoening door anderen verder te helpen.

Een cultuur van verbinding stimuleren

Een eenvoudige vraag kan een domino-effect van vriendelijkheid creëren en een positieve werkcultuur versterken. Dus herinner jezelf er de volgende keer aan, wanneer je even vastzit of advies nodig hebt: vraag gewoon om hulp. Samenwerken is namelijk niet alleen productiever—het maakt ons allemaal net een beetje gelukkiger.

Hieronder lees je een uitgebreide uitleg over waarom hulp vragen en geven een fundamentele menselijke behoefte is.

 

Vertaald uit: Asking for help is actually really good for you, according to science, Annika Horn, National Geographic, augustus 2024

 

Hoe de mens samenwerking nodig heeft voor overleving en mentale gezondheid. Ons aangeboren vermogen om samen te werken en te socialiseren met andere mensen gaat mogelijk meer dan 3,5 miljoen jaar terug naar een van de vroegste homininen, of menselijke soorten, de australopithecinen.

Toen de australopithecinen zich afscheidden van andere primaten en de regenwouden verlieten voor drogere en “roofdier-rijke” omgevingen, hadden ze grote groepen nodig om te overleven, zegt Peter Richerson, een bioloog en emeritus-hoogleraar aan de University of California, Davis. Australopithecinen leerden samen te werken met mensen met wie ze geen biologische band hadden om te overleven. Deze sociale netwerken maakten strategie, wapenontwikkeling en de vorming van grote “groepen die in staat waren om echt sterke roofdieren te verjagen” mogelijk, zegt Richerson.

Omdat australopithecinen zich hadden ontwikkeld tot tweevoetigen, werd bevallen ook moeilijker en gevaarlijker. Deze verandering stimuleerde waarschijnlijk moeders om elkaar te helpen bij de bevalling, zegt Lesley Newson, evolutionair bioloog en co-auteur van A Story of Us: A New Look at Human Evolution. Moeders “profiteerden echt van samenwerking, door te zeggen: ‘Ik trek jouw baby eruit als jij de mijne eruit trekt,’ ” zegt Newson.

 

 

Sarah Hrdy, evolutionair antropoloog en auteur van Father Time: A Natural History of Men and Babies, zegt dat samenwerking verder werd ontwikkeld bij het opvoeden van kinderen. Hrdy merkte op dat vroege mensen op familieleden buiten de moeder vertrouwden om te helpen bij de opvoeding van het kind, een concept dat “coöperatief broeden” wordt genoemd en dat niet wordt waargenomen bij andere primatensoorten waarmee we genetisch verwant zijn.

Groepsleden deden dit “in ruil voor acceptatie binnen de groep”, zegt Hrdy. De baby, zich bewust van zijn meerdere verzorgers, leerde observeren, socialiseren en zich ingratiëren bij niet-familieleden. Dit “legt de basis voor samenwerking,” zegt Hrdy. Psychologen stellen dat onze evolutie de reden is waarom sociale afwijzing en isolatie vandaag de dag pijnlijk voor ons zijn; hersencircuits waarin emotionele pijn wordt verwerkt, zijn namelijk gebouwd op circuits waarin fysieke pijn wordt verwerkt. In een experiment waarbij deelnemers een virtuele bal naar elkaar overgooiden, ervoer een deelnemer die plotseling geen bal meer kreeg, fysieke pijn.

Vanuit een evolutionair perspectief “is het logisch dat sociale uitsluiting onaangenaam zou moeten aanvoelen, toch?” zegt Gaurav Suri, experimenteel psycholoog en computationeel neurowetenschapper aan de San Francisco State University. “De pijn van sociale uitsluiting is een signaal voor ons om dingen te herstellen die sociale uitsluiting veroorzaken.”