Generaties begrijpen Esther Mollema

Afbeelding: Darrin Klimek/Getty Images

Onze werkvloeren zijn aan het veranderen. Digitale transformaties, integraties, financiële en klimaatuitdagingen, AI. Organisaties schakelen sneller dan ooit. Een verandering die zélf naar binnen wandelt en nodig is om de rest aan te pakken: Generatie Z. Ze stellen vragen, kijken met een frisse blik, benoemen dingen die anderen misschien normaal zijn gaan vinden.

In 2030 zal 30% van de werkvloer uit Gen Z bestaan. Geen wonder dat ze zoveel aandacht krijgen. Hun profiel duikt op in titels, artikelen, boeken: gevoelig, digitaal vaardig, stressgevoelig. Hun gedrag wordt zodra zíj het doen gelabeld als ‘Gen Z-trend’, vaak in een alarmerend jasje. Iedereen wil weleens op vakantie, maar als Gen Z het doet heet het ineens micro-retirement. Dezelfde behoefte, in een nieuw frame.

Dat is misschien precies waarom generatiedenken zo aantrekkelijk is. Het biedt houvast. In plaats van complexe mensen met uiteenlopende achtergronden, krijgen we overzichtelijke categorieën: die is zo, die is zo. Best handig, zeker in tijden van verandering. Alleen, hoe geruststellend ook, het vertelt niet het hele verhaal.

De aantrekkingskracht van hokjes

Boomers zouden loyaal zijn, generatie X pragmatisch, millennials idealistisch, Gen Z gevoelig en mentaal overbelast, maar ook digitaal vaardig. Handige profielen. Maar net als bij sterrenbeelden zijn die profielen vaak net vaag genoeg om te kunnen kloppen voor een hele leeftijdsgroep.

Net zoals je kunt zeggen dat zomerkinderen vrolijk zijn, kun je zeggen dat Gen Z door corona wat asocialer is geworden. Maar niet iedereen die op 1 juli geboren wordt is hetzelfde. En ook niet elke Gen Z’er heeft de pandemie op dezelfde manier beleefd. Ze verschillen, net als iedereen, in geluk, opvoeding, achtergrond en de kansen die ze krijgen. Je geboortejaar zegt misschien iets over je context, maar nog weinig over je karakter.

Onderzoek bevestigt dat. Een recente meta-analyse vond amper structurele generatieverschillen in werkwaarden, tevredenheid, burn-out of loyaliteit. De kleine verschillen die wél gevonden werden, bleken beter te verklaren door leeftijd of loopbaanfase. Toch blijven zelfs studies zonder significante resultaten generatierelevante adviezen geven: “pas je leiderschapsstijl aan op Gen Z,” “begrijp wat boomers drijft.”

Waarom? Omdat generaties als sociaal anker werken. Ze geven houvast. Ze helpen betekenis geven aan snelle verandering. En in tijden waarin alles verschuift – technologie, werk, klimaat – zoeken we verklaringen. In die tijden van onzekerheid is ons brein dol op hokjes. Wij versus zij. Jong versus oud.

Generaties als denktool, niet als diagnose

Het is allang niet uitzonderlijk meer dat er vijf generaties tegelijk in één organisatie werken. Het aandeel Gen Z groeit, maar tegelijk groeit ook het aantal 65-plussers. De werkvloer wordt jonger én ouder, digitaler én wijzer.

De echte uitdaging ligt niet in het managen van leeftijdsgroepen, maar in het herkennen van hoe tijd – en de tijdsgeest – ons allemaal vormt. Soms is dat leeftijd, soms context, soms toeval. Juist dan is generatiedenken geen harde scheidslijn, maar een zachte manier om te blijven nadenken.

Wie dat niet doet, belandt in een fuik waarin generatiedenken eerder verschil bevestigt dan nuance aanbrengt. Denk je dat Gen Z snel ontslag neemt? Dan investeer je minder in hun ontwikkeling, waardoor ze ook minder blijven. Geef je iemand van zestig geen uitdaging meer omdat je denkt dat die ‘op’ is? Dan gaat die persoon inderdaad weg. Zo worden aannames vanzelf werkelijkheid.

Willen we vooruit, dan hoeven we generatieleer misschien niet af te schaffen, maar wel te herijken. Niet zien als waarheid, maar als lens. Niet als feit, maar als frame. De opkomst van Gen Z op de werkvloer vertelt ons niet iets over die generatie op zich, maar over hoe werk veranderd is. Hoe de norm verschoven is. Generaties helpen ons dus wél iets te zien, zolang we ze niet verwarren met de waarheid.