Talentvolle vrouwelijke onderzoekers stimuleren in een academische carrière

Talentvolle vrouwelijke onderzoekers stimuleren in een academische carrière

UMC Utrecht & Elisabeth Steyn Parvéprogramma 2018

Het UMC Utrecht investeert in de ontwikkeling van talent, in het tijdig scouten van talent en het behouden van talent. Het Elisabeth Steyn Parvéprogramma is een van de maatregelen in het door het UMC Utrecht ondertekende Charter Talent naar de Top. Het Elisabeth Steyn Parvéprogramma heeft tot doel talentvolle vrouwelijke onderzoekers te stimuleren bij het opbouwen van een academische carrière. Zij krijgen in dit ontwikkelprogramma de kans stil te staan bij hun wetenschappelijke carrière, het doorgronden van de succesregels van de academische wereld en het vormgeven van hun ambities.

Onderdeel van het programma zijn o.a. intervisie, benutten van kwaliteiten op basis van feedforward en het herkennen en erkennen van Mindbugs.

Daarover een interessant artikel in het tijdschrift UMC&ZO:

Diversiteit is “Alle manieren waarop we verschillen”

“Je brein is niet zo rationeel als je denkt”

Bijna 95 procent van de Nederlandse leidinggevenden vindt mannen en vrouwen even geschikt als leider. Dat vinden ze tenminste met het bewuste deel van hun hersenen. Als ze een test doen waarbij het onderbewuste de beslissing neemt, blijkt 83 procent een voorkeur voor een man te hebben. Dat werd duidelijk op een inspiratiesessie over mindbugs, onderdeel van het Elisabeth Steyn Parvéprogramma, waar de deelnemers ook gasten voor hadden uitgenodigd. Dit programma helpt vrouwelijk onderzoekstalent op weg naar de top.

diversiteit

Iedereen heeft van die vooroordelen waarvan zij zich niet eens bewust zijn. En die vooroordelen zorgen ervoor dat er minder diversiteit in teams is. Niet alleen diversiteit in geslacht, maar ook in leeftijd, ras, introvert-extravert of andere karaktereigenschappen. Diversiteit is nodig om iedereen gelijke kansen te bieden, maar biedt nog veel meer. “Heterogene teams, met meer diversiteit, doen het beter dan homogene”, stelt Esther Mollema, die de inspiratiesessie geeft. “Je levert je beste werk wanneer je licht oncomfortabel bent. Als je in een team zit waarin je altijd een beetje uitgedaagd wordt, dan is je brein op de top van zijn kunnen.

Voorspelbaarheid is fijn, daar krijg je meer zelfvertrouwen van, maar leidt niet tot betere resultaten. Dan weet je bij vergaderingen op een gegeven moment al dat Piet wel weer met een idee komt, waar Anneke wat van gaat zeggen. En je weet welk standpunt je zelf zal innemen. Lekker makkelijk, maar niet verrassend.  Als de diversiteit groter is, leidt dat tot meer denkkracht, minder gemakzucht en een beter resultaat.”

Om tot diversiteit te komen, moeten we ons bewust zijn van onze vooroordelen. “Je kunt echt het een vinden, maar handelen volgens het ander omdat je onderbewustzijn er toch anders over denkt”, vertelt Esther. Ook de deelnemers doen de test over de mannelijke en vrouwelijke leidinggevenden. Dit is een groep waarvan je kan verwachten dat die helemaal achter vrouwelijk leiderschap staat. Toch wijkt hun score slechts een paar punten af van die van de  Nederlanders: 80 procent vindt onbewust mannen betere leiders.

“Je brein is niet zo rationeel als je denkt, onze hersenen laten zich lastig sturen”, vertelt Esther. “Je kunt er volledig van overtuigd zijn dat diversiteit beter is. Bij de eerstvolgende sollicitatieprocedure is de kans groot dat je voorkeur – bij gelijke geschiktheid – toch uitgaat naar iemand die op jou lijkt. En zo verstevig je het waarschijnlijk toch al homogene team.”

Groot en sterk

Dat is ook logisch. We nemen zo’n honderdduizend beslissingen op een dag. Slecht 5 procent is bewust, de rest is onbewust. “In de tijd dat er nog gemept werd, was het een groot voordeel groot en sterk te zijn. Daarop is gebaseerd dat wij mensen die groot en sterk zijn nog steeds onbewust als een betere leider zien. Nu is dat al lang niet meer nodig, maar ons brein is nog niet zover. Dat we het nu belangrijk vinden dat leiders goed communiceren en samenwerken, is nog niet tot het onderbewuste doorgedrongen.”

Dat dat onderbewuste een grote rol speelt, kunnen we niet veranderen. We kunnen wel het proces waarop we mensen voor een functie selecteren aanpassen. “Door te accepteren dat we die vooroordelen hebben en daarop te anticiperen. Hoe? Door met elkaar vast te stellen dat je diversiteit wilt. Door een goede structuur voor de sollicitatiegesprekken op te zetten. Bedenk van te voren wat belangrijk is binnen het team, scoor daar individueel en schriftelijk op. Zo ben je minder beïnvloedbaar. Dit helpt om je onderbuikgevoel uit te schakelen. En, natuurlijk, zorg voor een zo divers mogelijke sollicitatiecommissie.”


UMC UTRECHT Elisabeth Steyn Parvéprogramma 2018: Man-vrouw verhouding in het UMC UTRECHT

Het aandeel man-vrouw is bij alle leidinggevenden in de (sub)top van het UMC Utrecht gelijk. Dit is een mooie mijlpaal in het streven naar een organisatie waarin voor iedereen gelijke kansen en mogelijkheden zijn. Een grote toename van vrouwelijke leidinggevenden in het afgelopen jaar heeft voor deze balans gezorgd.

Gender is niet het enige thema waarop het UMC Utrecht naar gelijkheid streeft. Vanuit diversiteit en inclusie willen we naar een cultuur waarin mensen werken die met elkaar een afspiegeling vormen van de samenleving. Het UMC Utrecht probeert een huis te zijn waar patiënten, medewerkers en studenten zich (h)erkend voelen en waar plaats is voor mensen met talenten die waarde toevoegen aan goede zorg, onderwijs en onderzoek. Factoren als gender, afkomst, geaardheid, religie, functiebeperking of leeftijd mogen in het UMC Utrecht geen rol spelen bij groei en carrièremogelijkheden.

‘Ook vrouwen willen mannelijke leiders’

‘Ook vrouwen willen mannelijke leiders’

Esther Mollema over onbewuste mechanismen in organisaties

Vrouwen presteren beter dan mannen en zijn even ambitieus. Toch zijn zij in de minderheid op topposities. Trainer Esther Mollema wijt dat aan mindbugs: onbewuste vooroordelen die mannen én vrouwen met de paplepel zijn ingegoten. In organisaties brengt zij die mindbugs aan het licht.

Nederlanders denken van zichzelf dat ze geen verschil maken tussen mannen en vrouwen, maar in de praktijk doen ze dat wel degelijk”, zegt Esther Mollema (52). “In organisaties zijn ze ervan overtuigd dat ze de beste leiders kiezen, maar in werkelijkheid spelen onbewuste vooroordelen een belangrijke rol.”

Onbewuste vooroordelen

Al achttien jaar probeert Mollema organisaties en hun leiders bewust te maken van deze mindbugs. Dat is een hele klus. Esther Mollema over onbewuste vooroordelen in organisaties:

“Nederlanders hebben niet meer vooroordelen dan mensen in andere landen, maar we denken wel veel rooskleuriger over onszelf. Dat maakt het extra lastig om onze mindbugs onder ogen te zien. We nemen enorm veel beslissingen per dag, dus daar kunnen we onmogelijk allemaal bewust over nadenken. Met als gevolg dat we het merendeel van onze besluiten onbewust nemen. Daarbij vallen we terug op wat we daarover aan – vaak stereotype − ideeën in onze opvoeding hebben meegekregen.”

Zo geeft 95 procent van de Nederlandse managers in eerste instantie aan dat ze vrouwen en mannen even competent vinden. Maar uit een mindbugstest onder ruim 7.000 van hen blijkt dat 83 procent een onbewuste voorkeur heeft voor een man als leider: 87 procent van de mannen en 80 procent van de vrouwen. Geen wonder dat er zo weinig vrouwen de top van het Nederlandse bedrijfsleven bereiken: slechts 6 procent van de bestuurders en een kwart van de commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen is vrouw, zo blijkt uit de laatste Female Board Index.

“Bij kenmerken zoals initiatief nemen of resultaatgerichtheid denken mannen én vrouwen toch nog steeds eerder aan een man dan aan een vrouw”, legt Mollema uit. “Maar dat is volkomen onterecht. Uit een groot internationaal onderzoek blijkt dat werknemers hun vrouwelijke leidinggevenden op deze eigenschappen zelfs beter beoordelen dan de mannen. De verklaring is dat vrouwen vaak het gevoel hebben de underdog te zijn en daarom extra hun best doen om geaccepteerd te worden. Dat maakt vrouwen op dit moment tot betere managers dan mannen, hoewel ze genetisch niet van elkaar verschillen.”

Minder intelligent

Een jaar of vijf geleden werd Mollema uitgenodigd door een protestantse organisatie (ze kan niet meer achterhalen welke, FP) die haar onbewuste vooroordelen onder de loep wilde nemen. “Ik vroeg ze om in kleine groepjes over hun mindbugs te praten, maar niemand durfde zich uit te spreken. Spontaan stelde ik toen voor dat ze hun opvattingen allemaal anoniem op een briefje zouden schrijven. Die las ik vervolgens aan de hele groep voor.

Daar kwamen extreme uitspraken uit, zoals: ‘Vrouwen zijn minder intelligent’, ‘Omdat ze ongesteld worden kunnen vrouwen geen leidinggevende functies bekleden’ en ‘Het is niet Gods bedoeling dat vrouwen leiding geven’. De vrouwen en een deel van de mannen in het gezelschap waren geschokt. Een gesprek daarover was nauwelijks mogelijk.”

Ambitieuze vrouwen stuiten ook op andere hindernissen in organisaties, zegt Mollema. “Zij hebben vaak geen weet van de ongeschreven regels, omdat zij niet tot de inner group behoren met wie deze regels gedeeld worden. Die groep bestaat meestal uit mensen die lijken op de leidinggevenden; in een organisatie met mannelijke leiders zijn dat dus meestal mannen. Zij vertellen aan elkaar bij wie je moet zijn om iets voor elkaar te krijgen en wie je beslist niet tegen de schenen moet schoppen. Doordat vrouwen vaak niet tot de inner group behoren, verdienen ze ook minder dan mannen met hetzelfde werk, omdat ze niet weten waarover te onderhandelen valt − bijvoorbeeld over toeslagen. En ze denken dat hun manager het beste met hen voorheeft, maar vaak heeft hij vooral het beste met zichzelf voor.

Een goede leidinggevende helpt je bij de volgende stap in je carrière, dus ik adviseer vrouwen: kies voor een goede baas en niet voor een baan.
Vrouwen hebben in hun opvoeding geleerd om uitstekend werk te leveren. Dan denken ze de promotie te krijgen die ze verdienen, maar in masculiene organisaties werkt dat niet zo. Daar moet je om een volgende stap in je carrière vrágen.”

Divers

Mollema is een groot voorstander van meer diversiteit in (de top van) organisaties. “Uit onderzoek blijkt dat diverse teams succesvoller zijn en betere resultaten halen dan homogene groepen. Dat komt omdat er in gemengde teams meer verschillende meningen zijn. Daar worden beslissingen rijker en beter van. Mits de leidinggevende er op een goede manier sturing aan kan geven.”

Maar hoe zorg je dat die diverse teams van de grond komen? “Mindbugs kun je niet voorkomen”, zegt Mollema nuchter. “Die ontstaan tussen ons nulde en derde jaar door wat we om ons heen zien. Maar je kunt vooroordelen wel uit het proces van de organisatie halen door goed te observeren waar het precies misgaat. Dan blijkt bijvoorbeeld dat tijdens sollicitatiegesprekken ter plekke vragen worden verzonnen.

Dat werkt de bevestiging van vooroordelen in de hand. Beter is het om een afgesproken vragenlijst af te werken. Ieder lid van de sollicitatiecommissie geeft na elke vraag een score, en die wordt later naast die van de andere leden gelegd. Zij kunnen het beste afzonderlijk met de kandidaten voor een functie spreken, dan worden zij het minst door de andere commissieleden beïnvloed. Het is ook belangrijk dat vacatureteksten vrij zijn van taal die vooral mannen aanspreekt en vrouwen afschrikt. ‘Je bent daadkrachtig’ komt bijvoorbeeld op hetzelfde neer als: ‘Je helpt je team en bewaakt de voortgang’. De eerste formulering zal eerder in de smaak vallen bij mannen, met de tweede bereik je zowel mannen als vrouwen. Leg kandidaten goed uit hoe het sollicitatieproces verloopt, want vrouwen haken vaak af als ze onverwacht bijvoorbeeld een assessment moeten doen. Leg nieuwe werknemers uit waarover te onderhandelen valt. En verantwoord na een beoordelingsgesprek tegenover je collega-leidinggevenden waarom je een werknemer een bepaalde beoordeling geeft, voordat je dat met de werknemer communiceert. Anderen kunnen je dan feedback geven op je eventuele mindbugs. Mensen die op je lijken, beoordeel je namelijk statistisch te hoog, mensen die anders zijn dan jij te laag.” Mollema heeft ook nog een tip voor ambitieuze vrouwen zelf. “Werk vroeg in je carrière een aantal jaren in het buitenland. Het valt me op dat vrouwen met ervaring in een ander land sneller de top bereiken, want daar hebben ze kansen gekregen waar het in Nederland nog aan ontbreekt.”

Discipline

Het invoeren van maatregelen voor meer diversiteit vraagt volgens Mollema van organisaties een discipline, die wij in Nederland vaak niet hebben. “Als organisaties beloven dat ze hun leven willen beteren, zijn ze dat twee weken later alweer vergeten. Dat maakt het extra moeilijk om de machtsverhoudingen in Nederland te veranderen. Met bewustwording van je vooroordelen ben je er nog niet. De verhoudingen veranderen pas als bedrijven daar afspraken aan koppelen, waar ze zich ook aan houden. Er zijn organisaties waar dat, met mijn hulp, wel lukt, zoals ABN Amro. Daar steeg het percentage vrouwen in topposities in twee jaar tijd van 23 naar 40 procent.”

Volgens Mollema is het niet moeilijker om topmannen hiervoor in beweging te krijgen dan topvrouwen. “Alleen heel masculiene mannen weigeren nog om zich in te zetten voor meer vrouwen in topfuncties, omdat zij bang zijn voor hun eigen loopbaan. De groep mannen die diversiteit in hun bedrijf een warm hart toedraagt, zie ik groter worden − maar dat kan ook wishful thinking zijn.

Lees hier het hele interview uit het blad Volzin – Esther Mollema over onbewuste mechanismen in organisaties in PDF!

Hard werken

Er doen tal van bewuste en onbewuste vooroordelen de ronde over verschillen tussen mannen en vrouwen op de werkvloer. Mollema relativeert een aantal van deze ideeën. Vrouwen hebben minder ambitie dan mannen.

“Die stelling klopt niet. Nederlanders zijn minder ambitieus dan werknemers in andere landen, maar tussen mannen en vrouwen zit geen verschil. Vaak wordt ‘zeggen dat je ambitieus bent’ verward met ‘ambitieus zijn’. Vrouwen laten hun ambitie zien door hard te werken en te proberen hun dromen waar te maken.”

Vrouwen profileren zich minder dan mannen.

“Het klopt dat vrouwen dat lastig vinden, omdat ze het niet hebben geleerd. Anderzijds: in goed presterende organisaties hoef je je minder te profileren, want daar tellen je acties zwaarder dan je profileringsdrang. Dat vind ik beter. Hoe dan ook is het belangrijk om je kans te grijpen als je wordt gevraagd om mee te praten met de directie of op tv je mening te geven. Vrouwen zoeken snel uitvluchten omdat ze vervallen worden door zo’n vraag, maar daarmee doen ze zichzelf tekort.”

Vrouwen zijn kritischer op zichzelf dan mannen.

“Daar zit wel wat in. Als een vrouw wordt afgewezen voor een functie, denkt ze: ik ben niet goed genoeg. Een man geeft de schuld aan de sollicitatiecommissie. Maar laten we vooropstellen dat kritisch zijn een heel goede eigenschap is. Ik wou dat leiders wat kritischer waren.”

Vrouwen kunnen minder goed onderhandelen dan mannen.

“Niet waar. Ze kunnen minder goed voor zichzelf onderhandelen, maar wel goed voor de organisatie. Als het over zichzelf gaat, vinden ze dat ze moeten krijgen wat hen toebehoort, zonder daar om te hoeven vragen. Maar zo werkt het op dit moment niet in de meeste organisaties. In een transparant en eerlijk systeem is onderhandelen niet nodig. Vrouwen en organisaties moeten daarin naar elkaar toe groeien.”

Vrouwen kunnen minder goed netwerken dan mannen.Esther Mollema over onbewuste vooroordelen in organisaties.

“Dat klopt wel. Mannen zien dat meer als noodzakelijk kwaad om verder te komen. Vrouwen snappen het nut ervan niet altijd; door hun opvoeding vertrouwen zij erop dat hun kwaliteiten hen vanzelf verder brengen. Maar je moet echt de juiste mensen kennen, wil je je doelen bereiken. Als je oog houdt voor waarom je voor een bepaalde functie hebt gekozen, wordt netwerken minder moeilijk, want dan weet je waar je het voor doet. Als ik denk: deze persoon kan mij verder helpen op mijn carrièreladder, durf ik hem niet aan te spreken, maar als ik denk: hij kan me helpen bij mijn doel om mindbugs in Nederland zichtbaar te maken, durf ik het wel.”

Vrouwen geven meer prioriteit aan hun privéleven dan mannen.

“Nederlanders besteden meer tijd aan hun privéleven dan mensen in andere landen; zelf maken we daarbij onderscheid tussen mannen en vrouwen. Als een man zegt dat hij 60 uur per week werkt, vraag ik: Elke week? En tot hoe laat werk je op vrijdag? Dan blijkt die 60 uur vaak wat overdreven te zijn. Vrouwen met fulltimebanen werken maar een paar minuten minder dan voltijds werkende mannen. Voor vrouwen is
het lastig dat ze zich juist van hun meeste ambitieuze kant moeten laten zien in de periode dat ze kinderen krijgen. Ik adviseer vrouwen om dan geen enkele grote beslissing te nemen op werkgebied. In die jaren denken ze namelijk dat hun ambitie vermindert, maar die komt meestal snel weer terug.”

Vrouwen vinden het leveren van goede producten belangrijker dan zoveel mogelijk geld binnen halen.

“Dat klopt. Vrouwen worden meer gedreven door idealen. Mannen zien het verdienen van veel geld soms als middel om iets waar te maken in hun privéleven: een boot kopen, meer vrijheid krijgen. Overigens kom ik steeds meer mannelijke leiders tegen die ook vanuit hun idealen
werken.”

Bron: Volzin, november 2017
Tekst: Frieda Pruim

Verslag internationale vrouwendag: Leer je eigen mindbugs kennen

Verslag internationale vrouwendag: Leer je eigen mindbugs kennen

‘Leer je eigen mindbugs kennen’ – lezing door Esther Mollema op internationale vrouwendag

“Waarom leiden orkanen met een vrouwennaam tot beduidend meer doden dan orkanen met een mannennaam?’’ vraagt workshopleider Workshop-MindbugsEsther Mollema. Het antwoord: omdat we Bonnie, Emily en Fiona als minder bedreigend inschatten dan Alex of Karl en daardoor minder voorzorgsmaatregelen treffen.

Bovenstaande is geen mop, maar een wetenschappelijk aangetoond voorbeeld van een mindbug: een verkeerde aanname die zowel mannen als vrouwen hebben als het gaat over competenties en eigenschappen die we elkaar toedichten.

Mollema is één van de sprekers op de viering van internationale vrouwendag met zo’n veertig schoolleiders en schoolbestuurders. Zij confronteert haar publiek op een luchtige manier met een aantal pijnlijke mindbugs: vooroordelen, stereotypen, gedrag dat niet past bij onze overtuigingen. Die mindbugs dragen eraan bij dat het aantal vrouwen in leidinggevende posities totaal geen afspiegeling is van de werkvloer. Dat is zeker in het primair onderwijs een probleem, want hiermee leren we kinderen in een cruciale ontwikkelingsfase precies dezelfde mindbugs aan. En we zijn ons er amper van bewust.

‘Die onzekerheid is nergens voor nodig’

Dat Nederland op papier een van de meest geëmancipeerde landen is, wil niet zeggen dat vrouwen ook daadwerkelijk dezelfde kansen krijgen, zegt ook minister Jet Bussemaker, die tussen radio-, televisie- en politieke optredens door de moeite heeft genomen naar Utrecht te komen. ,,Vrouwen beoordelen nota bene zelf een cv beter wanneer het van een man is, dan wanneer exact hetzelfde cv van een vrouw is. We hebben alle reden om ons daar druk om te maken.’’…

Lees het gehele artikel op de website van de PO-Raad via deze link!