Wat mijn tijd in Japan mij leerde over same-race effect en hoe jij het voorkomt

Wat mijn tijd in Japan mij leerde over same-race effect en hoe jij het voorkomt

Tijdens mijn studie had ik het geluk op stage te mogen in Japan. Het werd een onvergetelijke tijd met veel ontroerende en bijzondere belevenissen. Ik ging in mijn uppie, sprak geen woord Japans, woonde bij twee Japanse studenten in een piepklein huisje, werd iedere dag in de metro geduwd met duizenden anderen en werkte bij het grootste bedrijf van Japan, NTT. Helaas sprak er op mijn werk bijna niemand Engels waar ik ook maar iets van begreep. Simpele zaken werden zo een avontuur. Ik verliet Japan met een rugzak vol bewondering, respect en grappige verhalen die ik graag vertel.

De Lange en de Panda

Wat mijn tijd in Japan mij leerde over same-race effect en hoe jij het voorkomt

Afscheidsfeestje stage NTT Japan (1986)

Een ding echter waar ik niet eerder over sprak, is dat ik erg veel moeite had alle mensen en collega’s waar ik iedere dag mee omging van elkaar te onderscheiden. Ik voel me daar nog steeds erg ongemakkelijk over. Het ging nog net als ze gewoon aan hun bureau zaten. Maar als ik ze op de gang tegenkwam of tijdens de lunch, dan was voor mij onmogelijk te herkennen wie wie was. Ik verwarde de hoogste baas met de mannelijke secretaresse en dat leverde een pijnlijke situatie op. Ik schaamde me echt. Iedere dag opnieuw begon het ongemak dat ik mijn 15 naaste collega’s niet goed uit elkaar kon houden. Van ellende leerde ik mezelf een soort overlevingstechniek aan en bedacht voor iedereen op de afdeling een bepalend kenmerk waarmee ik ze uit elkaar kon houden: mijn baas was Babyface, mijn begeleider De Lange, de afdelingssecretaris de Panda, de man van de andere afdeling die altijd zo aardig was De Professor. Verder herinner ik me de Kam, de Lach, de Kleine en de Scheiding nog.

Prinses Diana

In de eerste tijd kon ik me net staande houden met deze methode. Als ik nu naar de foto kijk van lang geleden dan kan ik me niet meer voorstellen dat ik ze niet kon onderscheiden. Hoe kan ik de verschillen niet hebben gezien toen? Ze zijn echt allemaal heel anders. Hun gezichtsvormen, hun lengte, hun haardracht. Wat was er toch met me aan de hand? En toch denk ik dat mijn Japanse collega hetzelfde probleem hadden. Ze zeiden allemaal dat ik veel op Prinses Diana leek, de toenmalige kroonprinses van de UK. Toen een Canadese die ik daar had leren kennen op een avond verkondigde dat iedereen in haar organisatie vond dat ze zoveel op Prinses Diana leek, begon mij iets te dagen. Wat was er toch gaande?

Same-race effect in het brein

Later toen ik me met onbewuste vooroordelen ging bezighouden, leerde ik dat wat ik in Japan had meegemaakt niet zo heel bijzonder is. Het is te verklaren uit hoe ons brein werkt en hoe deze onbewust keuzes maakt. Het werkt zo: ons brein zoekt naar manieren om snel besluiten te kunnen nemen. Vooral wat we zien is erg bepalend om snel tot besluiten te kunnen komen. Het oog scant de omgeving en kijkt naar andere mensen om deze snel te kunnen peilen. Vooral gezichten kunnen lezen is een mechanisme om snel gevaar van vriendschap te kunnen onderscheiden. Dat was al zo toen onze verre voorouders in rondtrekkende stammen op de savanne leefden en dat is nu niet anders. Ons brein focust zich om al op heel jonge leeftijd gezichten nauwkeurig te kunnen lezen en te onderscheiden. Welke emotie zie ik? Wat wil deze persoon? Is deze persoon te vertrouwen? We leren gezichten lezen en vooral natuurlijk de gezichten die we vaak zien. Je brein ontwikkelt een steeds verfijnder vermogen om in die gezichten nuances en emoties te kunnen zien. We zien direct angst, blijdschap of ergernis in de gezichten van de mensen met wie we veel omgaan. En die specialisatie gaat ten koste van gezichten die we niet vaak zien, bijvoorbeeld van iemand met een andere huidskleur. Eigenlijk weet ons brein niet goed hoe die andere gezichten te lezen en kan lastig onderscheid maken. Voor je brein zien al die gezichten er hetzelfde uit. En dat was wat ik in Japan meemaakte. Dat is waarom ik zo worstelde. In de wetenschap is dit fenomeen beschreven als het same-race effect.

Grote gevolgen

Stanford professor Jennifer Eberhardt schrijft hier ook over in een zeer leerzaam boek genaamd Bias, the new Science of Race and Inequality (2019). Zij laat deskundig zien hoe dit same-race effect in je brein grote gevolgen heeft in ons handelen vandaag in organisaties en in onze maatschappij. Dit effect en het niet goed kunnen onderscheiden van mensen met andere gezichtskenmerken zoals bijvoorbeeld huidskleur leidt ongemerkt vaak tot generalisatie van de groep die je niet goed kent. Je vindt ze allemaal op elkaar lijken en je geeft ze allemaal dezelfde kenmerken. Vaak negatieve kenmerken. Omdat je deze groep niet goed kan inschatten, benader je deze groep met wat meer wantrouwen. Dit is ook een onbewust automatisme van je brein. Je ziet daardoor de hele groep gemakkelijk als een categorie waaraan je veel dezelfde eigenschappen toekent. Zo vormen onbewuste vooroordelen zich in je handelen. En met nare onbewuste gevolgen. Ook gewoon in Nederland. Wist je dat in Nederland vandaag de dag een witte persoon met een strafblad meer kans heeft om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek dan een zwarte persoon die nooit met de politie in aanraking is geweest (UvA, 2017 )? Nog steeds geven veel mensen met een migratie achtergrond aan dat als ze in de tram naast een vrouw gaan zitten, zij vaak haar tas net iets steviger tegen zich aanhoudt. Onbekend maakt onbemind in het brein. Met grote gevolgen.

Houd de dief

Het overkomt iedereen. Ook Neil deGrasse Tyson, de wereldberoemde Amerikaanse astrofysicus en auteur. Hij merkte op dat in winkels de beveiligingspoortjes bij de uitgang verdacht vaak afgingen als hij er doorheen liep. Beveiligers kwamen gelijk op hem af en alles werd gecontroleerd. Na een aantal keer dat er bij hem natuurlijk niets gevonden werd, vroeg hij de bewaker of ze samen de bewakingsbeelden eens konden bekijken. En wat bleek? Op de videobeelden kon je zien dat terwijl Neil deGrasse Tyson door de poortjes ging, er naast hem een dief met een witte huidskleur wegvluchtte door het andere poortje. Beveiligers liepen na het alarmsignaal direct naar de zwarte Neil deGrasse Tyson toe en bekeken al zijn tassen en fouilleerden hem. De witte dief maakte ‘handig’ gebruik van het feit dat niet hij maar zwarte Neil deGrasse Tyson voor de mogelijke dief werd aangezien.

Pijnlijk voor ons allemaal

In Nederland ondervinden veel mensen met een migratie achtergrond dagelijks nadeel van het same-race effect. Ze worden niet gezien door werkgevers, worden bovenmatig veel staande gehouden door de politie en worden door rechters harder bestraft als ze iets fout gedaan hebben. Dat is ontzettend pijnlijk voor de mensen om wie het gaat en het is ook pijnlijk voor ons allemaal. We behandelen, vaak onbewust, mensen niet gelijk. Wellicht denken we dat we dat niet doen, maar de feiten wijzen echt anders uit. Dat kunnen en willen we toch gewoon beter doen?

Herkenning en erkenning met bloed, zweet en tranen

Gelukkig weten we steeds beter hoe je hiermee kunt omgaan en hoe je de onbewuste categorisaties in je brein tegenwicht biedt. Het vraagt allereerst om herkenning en erkenning dat jij hier je wellicht ook schuldig aan maakt en dat je het wilt oplossen. Dat is een grote stap. In een vorige blog (“Prettig zelfbeeld”) geef ik in detail aan waarom juist dat voor Nederlanders een zeer grote stap is, meer dan voor de ons omringende landen. Als de bereidheid er is om er werkelijk wat aan te doen, dan volgt alleen nog maar het bloed, het zweet en de tranen😊 van iedere dag proberen hier beter in te worden. Wij leren leiders – en dat is eigenlijk iedereen – volgens een paar principes te handelen.

1. Slow down

Leer jezelf om bij belangrijke beslissingen je besluit te vertragen. Kijk nog eens naar de feiten, kijk nog eens naar het proces en vraag je af of je niets over het hoofd gezien hebt. Laat je door anderen nog een keer uitdagen. In het boek van Jennifer Eberhardt staat het voorbeeld dat politiekorpsen in de VS meer en meer overgaan om dit slow down proces toe te passen om etnische profilering tegen te gaan. Als een agent een verdachte persoon ziet die zij/hij wil aanhouden, is de procedure er steeds meer op gericht om eerst te beschrijven wat de handeling is die deze persoon verdacht maakt. Politieagenten worden gevraagd om zich te bedenken dat bijvoorbeeld alleen zwart zijn geen reden voor aanhouding is. Deze slow down procedure leidt bewezen tot minder aanhoudingen van zwarte mensen die niets fout gedaan hebben, minder frustraties bij deze mensen, minder incidenten, maar niet tot minder arrestaties van mensen die echt wat fout gedaan hebben.

2. Ontwerp je besluitvormingsprocessen opnieuw

Een andere manier om je onbewuste handelen in goede banen te leiden is je besluitvormingsproces onder de loep te nemen. Wat je wilt is je belangrijkste besluiten volgens een vaststaande procedure te laten lopen waardoor je voorkomt dat je brein te snel dezelfde hazenpaadjes loopt. Gebruik data en feiten om te zien waar onbewuste vooroordelen een impact hebben op je besluitvorming en fix het met een duidelijke procesmaatregel. Ik noem er een paar die we bij organisaties op dit moment veel voorstellen:

  • Vaste check op woordkeuze, opzet en stijl van vacatureteksten om aantrekkelijk te zijn voor alle talenten in de doelgroep. Veel advertenties zijn zonder dat mensen het doorhebben vaak geschreven voor witte mannen.
  • Gestructureerde interviewvragen om te voorkomen dat bias de overhand neemt in je vragen.
  • Proportioneel bevorderen per functielaag.
  • Checks op gelijke betaling voor medewerkers die hetzelfde werk doen.

3. Inclusie

Werk er vooral aan dat mensen zich thuis voelen in een team en zich verbonden en vrij voelen met de anderen in het team. Zorg dat mensen kunnen en willen zeggen wat ze willen zeggen zonder dat ze zich opgelaten of onzeker hoeven te voelen. Dit vraagt om aandacht van het team en vooral van de leider. Onderzoek laat steeds overtuigender zien dat alle activiteiten en aandacht om van een groep mensen echt een team te maken zich dubbel en dwars terugverdienen in het resultaat van het team.

4. Growth mindset

In je pad naar meer diversiteit en inclusie ga je fouten maken. Er zullen zaken ongewild fout gaan. Iedere fout is een kans om ervan te leren en het de volgende keer beter te doen. Dat is de snelste manier om te leren. Echter, hoe meer een organisatie van je verwacht dat je je zaken foutloos en voorspelbaar doet, hoe perfectionistischer je wordt, hoe meer je alleen binnen de lijntjes kleurt en hoe meer je je fouten verafschuwt. Hoogleraar Carol Dweck noemt dat een fixed mindset als tegenhanger van de growth mindset die leert van fouten. Het fixed mindset mechanisme werkt je tegen om je op het uitdagende pad voor meer diversiteit en inclusie te begeven. Het vraagt echt om moed van jou en je team om uit zo’n vicieuze cirkel van fixed mindset en angst voor fouten te stappen.

The best team ever

In Japan leerde ik een aantal belangrijke lessen. Ik paste onbewust en onbekwaam alle vier de methodes toe die ik hierboven beschrijf. Maar het waren De Lange en De Panda die voor de doorbraak zorgden. Zij namen me iedere dag mee lunchen ook al sprak De Panda geen woord Engels en ik geen woord Japans. Ik leerde van hen, zij hadden lol om de dingen die toch weer mis waren gegaan en zo leerde ik er ook wel de grap van inzien. Zij verbeterden hun Engels en ik leerde wat Japans zodat we elkaar steeds beter konden begrijpen. Het werd een onvergetelijke tijd. De Lange, een zeer succesvolle executive in Japan vandaag, stuurt me soms groeten van hem en De Panda. We were the best team ever, schreef De Lange laatst. En zo heb ik dat destijds, na de lastige start, ook ervaren.

P.S. Ik heb de Lange, Manabu Moriya in jan 2020 weer ontmoet toen ik een opdracht bij Philips Japan deed. Het was fantastisch hem weer te zien!

High Performance willen we wel worden, maar meer inclusie en diversiteit hoeft niet zo

High Performance willen we wel worden, maar meer inclusie en diversiteit hoeft niet zo

“Weet u dat er nog een andere Esther Mollema is? In haar ben ik vooral geïnteresseerd.”

Onverwacht zat ik aan tafel met een bestuurder. Alles in zijn kantoor straalde macht en afstand uit. Hij had de net aangestelde diversiteitsmanager gebeld dat hij de training rond diversiteit en inclusie wilde afblazen omdat hij het nut er niet zo van inzag. De diversiteitsmanager had mijn hulp gevraagd om de bestuurder te overtuigen van het nut van de training.

De bestuurder vertelde me direct dat hij zijn huiswerk had gedaan en mij even gegoogeld had. Hij gaf me een compliment over mijn ruime en interessante ervaring op het gebied van diversiteit en inclusie. En daarna draaide het gesprek op een bijzondere manier: “Weet je wel dat er nog een andere Esther Mollema bestaat in Nederland? En die weet heel veel van een voor ons erg belangrijk onderwerp: High Performance Organisaties. In haar ben ik vooral geïnteresseerd. Ken je haar?”

 

0,2 FTE op diversiteit

Ik keek hem verward aan. Was deze opmerking grappig bedoeld? Ik zag ook geen glimlach of opgetrokken wenkbrauw. Dus ik zei voorzichtig: “Die Esther Mollema ben ik ook. Ik heb twee specialisaties: Diversiteit & Inclusie én High Performance Organisaties. Ik ben in beide zeer geïnteresseerd en de twee gebieden hebben veel overlap. Beide gaan vooral over goed leiderschap”. Nu was hij verward maar we kwamen toch in een geanimeerd gesprek terecht. Na dertig minuten zei hij: “Ik denk dat jij over beide onderwerpen maar wat in ons geplande overleg moet komen vertellen”. Hij gaf als tip mee dat het team best heel nieuwsgierig zou zijn naar alles over HPO. Maar hij dacht niet dat ik de handen op elkaar zou krijgen voor meer diversiteit en inclusie. Het team zag diversiteit en inclusie toch een beetje als een moetje voor de organisatie en vooral als iets sociaal wenselijks waar je niet openlijk tegen kon zijn. Iets waar je als organisatie niet te veel tijd aan moet besteden. De 0,2 FTE aanstelling op diversiteit was het karige, hard bevochten besluit van het vorige bestuursoverleg rond dit onderwerp. “Je krijgt exact twee uur te tijd om ons te overtuigen,” riep hij me op de gang na toen ik wegliep.

 

Weg met de hypes: het HPO-model

Ik pakte in de training direct het High Performance Organisatie model erbij. Dat model is het resultaat van noeste arbeid van het HPO Center en vooral van André de Waal. Hij bestudeerde over een periode van vijf jaar 290 wetenschappelijke en managementpublicaties om daar de kenmerken voor high performance uit te halen. HPO Center testte daarna de eerste modellen wereldwijd bij meer dan 50.000 deelnemers in 1.475 organisaties. Statistische analyse van de verzamelde data toonde vervolgens aan dat er 35 kenmerken zijn die een directe relatie hebben met competitieve prestatie. Deze kenmerken zijn vervolgens ondergebracht in vijf groepen HPO-factoren. Scoort een organisatie op deze vijf factoren hoger dan haar peer group, dan presteert zij gemeten naar zowel financiële als andere criteria beter dan die groep. Het HPO-model leren gebruiken helpt je nog beter te gaan presteren.

Wat vooral interessant is, is dat de 35 HPO-kenmerken over tijd stabiel zijn en niet onderhevig aan managementtrends. Er ontstaan telkens nieuwe hypes rond management, maar het HPO Center bewijst dat je in essentie hetzelfde moet blijven doen.

Goed leiderschap is de essentie

Ik vertelde hoe HPO Center vanaf 2008 iedere dag met dit model ging werken. We leerden er mee lezen en schrijven. Dit eenvoudige model is heel rijk en geeft aan wat je moet doen en – net zo interessant – ook wat je niet moet doen. Als het er niet in staat, levert het bewezen geen grote bijdrage aan het resultaat van de organisatie. Met dit HPO-model namen we op aanvraag organisaties onder de loep en bepaalden we samen met teams hoe ze, door hun focus en acties iets anders te beleggen, nog beter konden gaan presteren.

We leerden het HPO-model steeds kundiger hanteren. We zagen patronen van niet goed handelen en we concludeerden telkens weer hoe belangrijk goed leiderschap in een organisatie is. In een tijd waarin meer en meer organisaties agile gingen werken en overgingen op zelfsturing of zelforganisatie, bleef het HPO Center hameren op het belang van goed leiderschap. Simpelweg omdat dat organisaties bewezen beter laat presteren. Het maakt niet uit hoe je de persoon of de personen noemt: leider, manager, coach of agile teamcoach.

Er zijn management- en leiderschapstaken die gewoon goed georganiseerd en goed uitgevoerd moeten worden om samen goed te kunnen werken en te presteren. Het HPO-model schreeuwt leiderschap. Onder de factor Kwaliteit van Leiderschap staan 12 kenmerken van de totaal 35 kenmerken in het model. Ook bij de andere 4 factoren staat een heel aantal kenmerken waar de leider het initiatief voor moet nemen. Al met al wordt het succes van maar liefst 23 van de 35 kenmerken grotendeels door de manager of leider bepaald. Goede teams met slechte leiders bestaan niet volgens ons, zoals ook slechte teams met goede leiders niet bestaan. Goede leiders maken of breken een team en het succes van een organisatie. ‘Zonder goed leiderschap geen goed resultaat’, is dan ook de stelling van het HPO Center. 

 

HPO-model en diversiteit

Leiders bepalen daarmee in belangrijke mate het succes van teams. Als leider heb je twee belangrijke opdrachten. Een van de opdrachten is om een team duidelijkheid en snelheid mee te geven. Dit is de kant van leiderschap waar de leider zijn of haar macht gebruikt om besluiten te nemen, focus aan te brengen en helderheid te scheppen. Met als doel dat mensen hun werk afgestemd, goed en snel kunnen doen. Een capabel leider zorgt voor een snelle besluitvorming waarin alle alternatieven kundig zijn afgewogen. Diversiteit in teams kan de besluitvorming beter maken. Er wordt in onderzoek vaak op gewezen dat diversiteit in een team tot een betere strategie, meer creativiteit en snellere innovatie kan leiden. Een divers team blijkt vooral beter in het afwegen van de mogelijke alternatieven bij een besluit. In een homogener team komen mensen sneller tot een besluit, zonder alle alternatieven te bekijken. En dan worden kansen gemist. 

 

HPO-model en leiderschap: kun jij het ook?

De andere kant van leiderschap is de inclusieve kant van leiderschap. Die kant kant van je taak vraagt om aandacht te geven aan individuele medewerkers door ze te helpen, te coachen, te inspireren en te begeleiden. Deze taken zijn vaak wat minder zichtbaar maar van groot belang voor goed presteren. Van de 24 aandachtspunten van leiders in HPO-organisaties zijn er 9 die gaan over je macht als leider goed gebruiken. Maar liefst 16 kenmerken gaan vooral over inclusief leiderschap: zorgen dat iedereen zich thuis voelt in een team. 


Aanpassen aan het gemiddelde?

Ruim de helft van de leiderschapstaken zijn dus taken die ervoor moeten zorgen dat alle medewerkers zich thuisvoelen. Taken die zorgen voor een omgeving waarin medewerkers zich vrij voelen om in alle openheid hun ideeën te opperen zonder zich opgelaten of onzeker te voelen. Om dit voor al je medewerkers te doen, is een uitdaging. Vooral omdat alle medewerkers van elkaar verschillen.

Ieder individu vraagt om een persoonlijke aanpak. Het gaat daarbij niet alleen om zichtbare diversiteit (bijvoorbeeld gender, leeftijd, huidskleur), maar juist ook om onzichtbare diversiteit (zoals sociale klasse, opleiding, ervaring, levenshouding, voorkeursstijl). Afstemming op de individuele behoeftes van je teamleden kost tijd en aandacht maar je kunt erop vertrouwen dat het altijd terugbetaalt.

Lukt het je niet om tijd te maken om deze taken goed te doen? Dan vraag je, wellicht onbewust, je medewerkers zich aan te passen aan een soort gemiddelde. Iedereen geeft een beetje van zichzelf op zodat het voor de leider makkelijker managen is. Dat lijkt een goed idee, maar schaadt de prestaties zeer. Die teams kunnen vaak niet eruit halen wat erin zit. Spanningen onderling worden niet uitgesproken, dialogen worden vermeden, teamleden vormen subgroepjes van mensen die elkaar goed liggen. Zonder goed leiderschap in teams spelen vooroordelen over elkaar vaak een rol. Mensen acteren vaak op hun onbewuste vooroordelen en maken daardoor niet echt gebruik van elkaars individuele talenten.

Profiteren van diversiteit in teams vraagt om inclusie van alle leden van je team. Zorgen dat teamleden zich niet te veel hoeven aan te passen aan een gemiddelde geeft een team een boost. En het is de leider die dit mogelijk moet maken. 

 

Betrokkenheid en waardering

Sociaal-psycholoog, universiteitshoogleraar Universiteit Utrecht en iemand wiens onderzoek ik altijd volg, Noami Ellemers, komt met een aantal sprekende voorbeelden:
“We hebben gekeken naar het functioneren van culturele minderheden op de werkvloer, bijvoorbeeld onder moslimvrouwen. Deze vrouwen voelden zich minder betrokken bij het werk en hadden minder ambitie om goed te presteren of door te stromen naar een hogere functie, als zij werden aangemoedigd om zich aan te passen aan de meerderheid. Pas als zij het gevoel hadden dat hun culturele identiteit gewaardeerd werd, en zij zichzelf mochten zijn op het werk, nam hun werkmotivatie toe. Paradoxaal genoeg bleken ze dan ook meer bereid te zijn tegemoet te komen aan wensen van de organisatie. Een soortgelijk patroon zagen we bij homoseksuele medewerkers. Degenen die op het werk het meeste hun best deden om erbij te horen door hun seksuele voorkeur te verbergen en zich net zo te gedragen als anderen, waren het slechtste af. Over het algemeen zien we dat dit soort pogingen om een stigma te verbergen ertoe leiden dat mensen zich minder tevreden en betrokken voelen op het werk, schaamte en schuld ervaren over wat ze verborgen proberen te houden, en daardoor minder goed functioneren te midden van hun collega’s. Dit terwijl degenen die ‘uit de kast komen’ zich uiteindelijk meer geaccepteerd en betrokken voelen en beter in staat zijn goed met anderen samen te werken – omdat zij niets meer hoeven te verbergen.”

 

Het lukt niet altijd

Een HPO-manager zorgt dat dit lukt en leert iedere dag bij. Telkens als een team van samenstelling verandert, begint een nieuwe zoektocht naar elkaar. Elkaar leren kennen, het nieuwe teamlid een veilige omgeving bieden en de manieren van het team wat aanpassen om die ander ruimte te geven. Zoals sportcoaches dat doen met een nieuwe speler in een team, zo doen HPO-leiders dat in hun teams. Je kunt je voorstellen dat die actieve leiderschapstaak veel uitgebreider is dan die van een leider die alleen heeft leiding gegeven aan homogene groepen van veel dezelfde soort mensen. Een meta-onderzoek in de VS toonde aan dat in organisaties waar witte mannen traditioneel de hoofdmoot vormden, meer diversiteit vaak niet leidde tot betere resultaten. Winst behalen uit diversiteit vraagt om veel aandacht van de leider, vooral als deze hier nog maar weinig ervaring met inclusie en diversiteit heeft.

 

Geen quota’s maar inclusie

Veel aandacht voor inclusief leiderschap is nodig om het beste talent (hoe divers ook) te kunnen aannemen en met deze mensen een HPO organisatie te bouwen. High Performance Organisaties bouwen is sterk verbonden aan inclusie creëren en diversiteit uitnodigen om echt mee te doen. Wil je een sterke organisatie bouwen, dan focus je niet op de mate van diversiteit zoals bijvoorbeeld quota, maar leg je vooral de nadruk op de manier waarop leidinggevenden omgaan met verschillen tussen medewerkers in teams. Als zij – in een klimaat van inclusie – aan medewerkers uitdragen dat verschillen nodig en nuttig zijn, en niet verwachten dat iedereen zich precies hetzelfde gedraagt, hebben alle medewerkers het gevoel erbij te horen, en kunnen ze hun bijdragen combineren om beter met elkaar samen te werken.

 

“We moeten eerst zelf maar eens aan de bak!”

Een week na mijn gesprek met de bestuurder hadden we de workshop. Ik kwam, zoals eigenlijk altijd wel voor een training, met een nieuwsgierige en lichte ‘wedstrijdspanning’. Zouden de leden van het bestuur de link tussen succes als HPO en diversiteit en inclusie kunnen herkennen?

Het lukte om de dialoog op te starten en net voor de twee uur voorbij waren zei een van de leden van het bestuur: “Er is voor ons werk aan de winkel. Wij zijn precies die leiders die veel te weinig ervaring hebben met diversiteit en inclusie. Met onze leiderschapsstijl jagen we heel goed divers talent weer weg. Niet de diversiteitsmanager moet aan de bak maar wij. Het moet met ons beginnen.”

Ik zag een voorzichtige glimlach op het gezicht van de bestuurder die ik de week ervoor gesproken had. “Laten we dan maar eerst eens beginnen met een training rond inclusief leidinggeven voor onszelf,” zei hij. “Het begint bij ons.”

De eerste stap was gezet en bleek een succes. We zijn het traject begonnen met een dagdeel onbewuste vooroordelen met onthullende testresultaten. Vervolgens zijn alle bestuurders aan de gang gegaan met de uitslagen van onze feedforward analyse™ die hen inzicht geeft in hun individuele kwaliteiten om inclusie te realiseren. Via deze 360-gradentool die op HPO gebaseerd is, halen de bestuurders nieuwe inzichten op. Spannend en leuk. Volgende week spreek ik het team weer. 

Factor 1: Kwaliteit van het management

Kenmerken die het verschil maken:

    • Het management van onze organisatie-eenheid geniet het vertrouwen van iedereen in de eenheid.
    • Het management van onze organisatie-eenheid is integer.
    • Het management van onze organisatie-eenheid heeft een voorbeeldrol voor medewerkers in de eenheid.
    • Het management van onze organisatie-eenheid neemt snel besluiten.
    • Het management van onze organisatie-eenheid onderneemt snel actie.
    • Het management van onze organisatie-eenheid coacht medewerkers om betere resultaten te kunnen behalen.
    • Het management van onze organisatie-eenheid is gericht op het behalen van resultaten.
    • Het management van onze organisatie-eenheid is effectief.
    • Het management van onze organisatie-eenheid bestaat uit sterke leiders.
    • Het management van onze organisatie-eenheid straalt zelfverzekerdheid uit.
    • Het management van onze organisatie-eenheid is besluitvaardig in het omgaan met medewerkers die ‘onder de maat’ presteren.
    • Het management van onze organisatie-eenheid houdt medewerkers altijd verantwoordelijk voor hun resultaten.

Factor 2 Openheid en actiegerichtheid

Kenmerken die het verschil maken:

  • In onze organisatie-eenheid gaat het management vaak de dialoog* met medewerkers aan.
  • Medewerkers in onze organisatie-eenheid besteden veel tijd aan kennis uitwisselen en leren.
  • Medewerkers in onze organisatie-eenheid worden altijd betrokken bij belangrijke organisatieprocessen.
  • In onze organisatie-eenheid staat het management fouten maken toe.
  • Het management in onze organisatie-eenheid staat open voor verandering.
  • Onze organisatie-eenheid is prestatiegericht.

Factor 3 Langetermijngerichtheid

Kenmerken die het verschil maken:

    • Onze organisatie-eenheid onderhoudt goede langetermijnrelaties met alle belanghebbenden (klanten, leveranciers, partners, etc.).
    • Onze organisatie-eenheid is gericht op het zo goed mogelijk bedienen van haar klanten*.
    • Het management in onze organisatie-eenheid werkt al lange tijd bij de organisatie.
    • Nieuw management groeit door van binnenuit de organisatie.
    • Onze organisatie-eenheid vormt een veilige werkomgeving voor medewerkers.

Factor 4: Continue verbetering en vernieuwing

Kenmerken die het verschil maken:

    • De gehele organisatie heeft een strategie die duidelijk onderscheidend is van andere organisaties.
    • In onze organisatie-eenheid worden de werkprocessen voortdurend verbeterd.
    • In onze organisatie-eenheid worden de werkprocessen voortdurend vereenvoudigd.
    • In onze organisatie-eenheid worden de werkprocessen voortdurend op elkaar afgestemd.
    • Aan onze organisatie-eenheid wordt alles gerapporteerd dat belangrijk is voor het behalen van een goede prestatie.
    • In onze organisatie-eenheid wordt aan managers en medewerkers relevante financiële en niet-financiële informatie beschikbaar gesteld.
    • Onze organisatie-eenheid verbetert haar kerncompetenties voortdurend.
    • Onze organisatie-eenheid vernieuwt haar producten, diensten en processen voortdurend.

Factor 5 Kwaliteit van de medewerkers

Kenmerken die het verschil maken:

    • Het management van onze organisatie-eenheid moedigt medewerkers aan om zeer goede resultaten te behalen.
    • Medewerkers in onze organisatie-eenheid worden continu gestimuleerd om hun flexibiliteit en veerkracht te versterken.
    • Onze organisatie-eenheid heeft diverse (= verschillende) en complementaire (= elkaar aanvullende) medewerkers.
    • Onze organisatie-eenheid creëert groei door samenwerking met andere organisaties.

Kader B: De inclusieve leiderschapskenmerken in het HPO-model

  • Vertrouwen van medewerkers genieten
  • Integer handelen
  • Voorbeeldrol
  • Coachen
  • Dialoog zoekend
  • Tijd maken voor kennisuitwisseling en leren met het team
  • Betrekken van medewerkers bij belangrijke organisatieprocessen
  • Growth mindset stimuleren: samen leren van fouten
  • Open mind naar verandering
  • Onderhouden van langetermijnrelaties met alle belanghebbenden
  • Focus op het zo goed mogelijk bedienen van klanten
  • Loyaliteit aan organisatie
  • Focus op ontwikkeling en doorgroeien van medewerkers
  • Creëren van fysiek en psychologisch veilige teams
  • Aanmoedigen van medewerkers om zeer goede resultaten te behalen, stimuleert flexibiliteit en veerkracht van teams en medewerkers

Bronnen:

  • www.hpocenter.nl
  • www.feedforwardanalyse.nl
  • www.mindbugstest.nl
  • The Role of Context in Work Team Diversity Research: a Meta-Analytic Review, Joshi and Roh, Academy of Management Journal, 30 november 2017
  • Diversiteit op de werkvloer heeft pas meerwaarde als verschil er mag zijn, Noami Ellemers, Sociale Vraagstukken, 26 januari 2018

Philips: Diversiteit is een business imperative

Philips: Diversiteit is een business imperative

Hans de Jong, president Philips Nederland, was onlangs gastheer van het Topvrouwen event. Wereldwijd ondersteunen wij Philips bij hun ambitieuze diversiteit en inclusie doelstellingen.

“Je kunt alleen maar succesvol het leven van mensen wereldwijd verbeteren als je zelf een afspiegeling bent van die verschillende doelgroepen. Diversiteit is een business imperative.”, aldus De Jong. “Als het gaat om instroom, zijn de man/vrouwverhoudingen bij Philips in balans. We hebben momenteel 23 procent vrouwen op senior leiderschapsposities. Nee, daar zijn wij nog niet tevreden mee, dat moet in 2020 25 procent zijn en daarna stapsgewijs 30 procent worden. Het gaat ons om een betere balans over de volle breedte, niet alleen aan de top, niet alleen genderdiversiteit. Het gaat erom dat we de kracht van het verschil benutten, en die verschillen zijn veel diverser dan wat we kunnen zien op basis van elkaars uiterlijk. We hebben ook veel aandacht voor inclusiviteit. Inclusiviteit is immers een voorwaarde om te profiteren van de diversiteit die onze collega’s brengen.”

“Een onderdeel daarvan is bias, ofwel de onbewuste vooroordelen die we als mens allemaal hebben, te tackelen. We zijn ons vaak onvoldoende bewust van de invloed van onze eigen bias. Die is veel groter dan we denken of zelfs willen erkennen. Binnen Philips helpt Astrid Balsink, ons Global Head of Diversity & Inclusion, dit onderwerp in alle delen van de wereld onder de aandacht te brengen. Zij haalt wereldwijd op wat er leeft en daarmee wat er moet veranderen. Dat is geen eenvoudige opgave, aangezien bias zich in bijvoorbeeld India toch weer anders manifesteert dan in Nederland. Het gaat dus allereerst om bewustwording. Daarna volgen programma’s om het op teamniveau te bespreken en verbeteren. Dit is kortom een meerjarige inspanning, die draait om openheid, dialoog, en leren van en met elkaar.”

Lees het gehele artikel op Topvrouwen.nl.

Bron: Topvrouwen.nl
Auteur: Nicole Gommers

De vier basisvoorwaarden om beter te kunnen worden – voor leiders, teams en organisaties

De vier basisvoorwaarden om beter te kunnen worden – voor leiders, teams en organisaties

‘Leaders are not paid to preside over the inevitable… they are paid to make happen what otherwise would not have happened.’
– Sumantra Ghoshal, auteur van onder andere Bias for Action.

Waarom lukt het de ene organisatie of team wel om te verbeteren en anderen helemaal niet? Hoe kan je ervoor zorgen dat verbetering wel piramide van mensen: samen sterkbinnen een gestelde termijn lukt? Ons werk High Performance Organisaties (HPO) leerde ons de 4 basisvoorwaarden voor verbeteren. Hoe meer je aan deze basisvoorwaarden voldoet, hoe groter de kans dat je je stevige verbeter doelstellingen haalt binnen een gestelde termijn.

 

Is hoeverre voldoet jouw team of organisatie aan deze vier basisvoorwaarden voor verbeteren?

 

1. Je organisatie is bewezen wendbaar en gericht op verbetering

De eerste vraag die je voor jezelf moet beantwoorden: hoe goed is het je organisatie en team gelukt om zich in de laatste jaren snel, flexibel en veerkrachtig telkens aan te passen aan nieuwe omstandigheden? Ging dat soepel of was er veel weerstand, onduidelijkheid en vertraging? Hier zijn een paar vragen om de wendbaarheid van je team of organisatie in te schatten:

  • Lukt het in teams om alles makkelijk te bespreken en samen te zoeken om iedere dag weer een beetje beter te worden? Of houden we liever vast aan hoe we het altijd gedaan hebben en zijn er veel grotere reorganisaties van ‘opgespaarde ellende’ nodig om het recht te trekken?
  • Zijn managers en medewerkers bereid hun gewoontes aan te passen omdat nieuwe omstandigheden om nieuwe gewoontes vragen? Of zijn managers en medewerkers er erg op gebrand om alles bij het oude te laten?
  • Is er een groot vertrouwen in elkaar en in teams dat ze samen de uitdagingen van de toekomst aankunnen? Is er genoeg zelfvertrouwen in teams om te geloven dat ze ook lastige uitdagingen aankunnen? Of zijn mensen negatief en angstig over de toekomst en hun positie?

Een verbeterplan laten slagen vraagt om een ‘sterke’ organisatie: teams die samen kunnen veranderen en verbeteren. Zwakkere of angstige organisaties of teams hebben meer moeite om de manieren waarop ze werken te moeten aanpassen en veranderen langzamer en schokkeriger. Voor hen gaat de reis naar verbetering in teams veel moeizamer, langzamer en met meer ups-and-downs.

2. Er zijn leergierige en inclusieve leiders

De tweede belangrijke vraag is of de leiders van de organisatie hun management- en leiderschapstaken met aandacht en plezier vervullen. Een van de graadmeters die wij daarvoor gebruiken is te vragen wat leiders en managers zelf doen om over het vak als manager en leider te leren en zich er in te verbeteren. Lezen ze er boeken over? Gaan ze naar trainingen? Of bezoeken ze alleen verplichte trainingen vanuit de organisatie georganiseerd? Of is daar zelfs nog weerstand tegen?

Leergierige leiders weten al lang dat zij met hun gedrag en gewoonten voor een groot deel het succes van een team bepalen. Er bestaan geen heel succesvolle teams met slechte leiders of heel slechte teams met goede leiders op de lange termijn. Het voorbeeldgedrag van de leider bepaalt voor een groot deel het gedrag van medewerkers. Veel meer dan we tot nu toe aannamen. Ons brein is een sociaal brein en richt zich erg op het functioneren in de groep. Een leider die zichzelf regelmatig onderzoekt en zijn of haar gedrag bijstelt, zal zien dat dat het bijgestelde gedrag wordt overgenomen. De gewoonten van de leider zijn ‘besmettelijk’. Een leiders die eigen gewoonten aanpast zal daarmee het gedrag en de cultuur van een team aanpassen. Verbetering vraagt om aandacht in teams en de leider. Leiders die hun taak serieus nemen, zullen de uitdagingen van verbetering beter begrijpen en erop acteren.

3. Er is een growth mindset

Sommige mensen geloven dat hun talenten en vermogens vastliggende eigenschappen zijn. Ze hebben er een bepaalde hoeveelheid van (‘veel discipline’, ‘geen ruimtelijk inzicht’) en dat is het dan. Deze fixed mindset kan mensen beperken in hun succes. Zij richten zich namelijk op het bewijzen van hun talenten en vermogens enerzijds, en het verbergen van tekortkomingen anderzijds. Ze reageren defensief op fouten of tegenvallers, omdat ze vrezen dat die zouden wijzen op een gebrek aan talent of aanleg. Ze zijn ook meer geneigd om belangrijke kansen in hun loopbaanontwikkeling te laten schieten. Die zien ze namelijk niet zozeer als kans op leren en groei, maar als risico om te falen en ‘door de mand te vallen’.

In de tegenhanger daarvan, de growth mindset, geloven mensen dat zij hun talenten en vermogens kunnen ontwikkelen door inzet, opleiding en volharding. Hun focus ligt niet op slim overkomen, of op het oppoetsen van hun imago. Zij zijn juist leergierig, durven kansen te benutten en leren van de resultaten. Ze werken graag met mensen die hen uitdagen om te groeien, ze durven eerlijk te kijken naar hun tekortkomingen en ze zoeken naar manieren om die te verbeteren.

Carol Dweck, hoogleraar psychologie aan Stanford University, is de grondlegger van deze theorie. Zij stelt dat de manier waarop je je eigen talenten en vaardigheden ziet, in hoge mate bepaalt hoe deze zich zullen ontwikkelen. Dit alles betekent ook dat de beste strategie niet is om eenvoudigweg de meest kundige mensen aan te nemen die we kunnen vinden; maar vooral ook om te zoeken naar mensen die niet een fixed, maar een growth mindset belichamen: een liefde voor leren, een openheid voor feedback (positieve feedback, lees feedforward) en het vermogen om obstakels onder ogen te zien en te overwinnen.

Je team of organisatie verbeteren is een hobbelige weg die om een growth mindset van de mensen in de organisatie vraagt. Er zullen zaken anders worden, er zullen zaken misgaan, maar zolang we er van leren zal het ons beter maken.

4. Moed tonen op de beslissende momenten

Je kan nog zo graag verbetering willen maar het gaat erom dat je er ook echt voor kiest als je kan. Kies je voor diversiteit als je een nieuw projectteam samenstelt? Ga je voor growth mindset ook als het fout gaat? Blijf je als leider vertrouwen geven ook al gaat het moeizaam? Geef je scherpe focus op wat we wel en niet doen? Durf je je plan te volgen als leider of is het te spannend als de druk van buiten of boven hoog wordt?

Wat je op deze, voor je brein angstige momenten doet als manager en team maakt of iets wat je graag wilt ook echt gaat gebeuren, hoe lastig het ook soms is. In sommige organisaties zie je soms doe moed ontbreken om echt te doen waar je zegt dat je in gelooft. In deze organisaties missen leiders en teams veel kansen om te verbeteren en zal daardoor verbetering uitblijven.

Welk van de vier basisvoorwaarden is in jouw team op orde? Aan welke kan je werken? Haal jij de vier basisvoorwaarden voor verbeteren van jouw team?

Laat het ons weten! We helpen je graag verder.

Esther Mollema interviewt Anna Fels

Esther Mollema interviewt Anna Fels

Tijdens een bezoek van Esther Mollema aan New York interviewt zij Anna Fels, schrijfster van het boek Vrouwen & Ambitie.

Let’s talk.. about ambition

Veel vrouwen lijken een lastige relatie met ambitie te hebben. Ze zijn wel ambitieus, maar ze zeggen het vaak niet (genoeg). Esther sprak hierover met de Anna Fels en Esther MollemaAmerikaanse Anna Fels, die hier onderzoek naar deed. Aan het eind van je functioneringsgesprek vraagt je baas naar je ambities voor de volgende jaren. Wat doe je? Kom je meteen to the point met een concreet voorstel, als: “Ik wil graag over twee jaar doorgroeien naar een seniorfunctie en mijn eigen team leiden”? Of zeg je: “Ik weet het niet echt. Ik wil inhoudelijk groeien en me persoonlijk verder ontwikkelen, maar hoe precies, weet ik niet.” Vraag je om een verdiende promotie? Of wacht je tot je baas die aanbiedt?

In mijn ervaring (Esther red.) vinden veel vrouwen het nog steeds lastig om duidelijk aan te geven wat zij willen. En daarom stapte ik op het vliegtuig naar New York om met Anna Fels te spreken, die daarover in haar boek ‘Vrouwen en Ambitie’ zo veel inzichten gaf. Zij deed een groot onderzoek naar dromen en ambities, en wat ze voor ons betekenen.

De vele vrouwen die zij voor haar boek interviewde, spraken allemaal vlot en openhartig over allerlei onderwerpen, van geld tot seks. Maar als het over hun ambities ging, werd het ineens moeilijk! En toch vervullen ambities een diepe menselijke behoefte. Of het nu lesgeven, patiënten genezen of een carrière in het bedrijfsleven is: ergens goed in zijn én daar erkenning voor krijgen, is essentieel voor ons welzijn en geluk. Voor vrouwen van nu ligt de weg naar ergens goed in zijn nu wijd open. We hebben toegang tot alle opleidingen en beroepen. De valkuil zit hem echter nog in de erkenning, zegt Anna Fels: “dat is voor vrouwen nog altijd moeilijker dan voor mannen.”

Anna Fels, als ambitie zo goed voor ons is, waarom is het voor vrouwen dan vaak nog zo’n heikel punt?

“De rollen van vrouwen zijn ongekend snel aan het veranderen, waarschijnlijk meer dan ooit in de geschiedenis. Er worden culturele waarden die eeuwen golden, doorbroken. Maar die waarden hebben nog steeds invloed. In het verleden moesten vrouwen zich vaak ondergeschikt maken aan anderen. Er was weinig ruimte voor henzelf. Dat zit nog steeds in veel vrouwen.

Veel vrouwen voelen zich schuldig als ze iets voor zichzelf willen doen, bijvoorbeeld promotie maken terwijl ze nu al een leuke baan hebben, of als ze meer uren willen gaan werken. Carrière willen maken, ambitieus zijn, wordt dan als erg egoïstisch beschouwd. Vrouwen verbergen hun ambities vaak. Ik zie zelfs hier in New York, het epicentrum van ambitie, maar weinig vrouwen die echt openlijk ambitieus zijn.

Vrouwen die succesvol zijn zeggen vaak dat het toevallig zo gelopen is en dat ze veel geluk hebben gehad.” Ondanks alle veranderingen in de laatste decennia, blijkt het voor vrouwen lastig te zijn hun ambities vast te houden, zegt Anna Fels. Want van vrouwen verwachten we toch nog steeds dat ze, wat hun eigen dromen ook mogen zijn, in de eerste plaats zorgzaam en ondersteunend zijn voor anderen. Een tricky valkuil dus…

Je dromen en ambities volgen maakt je gelukkiger, maar ‘echte vrouwen’ en ‘goede moeders’ horen (vinden we nog steeds) niet voor zichzelf te kiezen. Natuurlijk is dat wel aan het veranderen, maar in bijna alle vrouwen van nu zie je nog wat van deze interne strijd.

Anna Fels, wat kunnen vrouwen zelf doen om hun ambities vast te houden?

“Iedereen heeft aanmoediging en aandacht nodig voor zijn of haar ambities om gemotiveerd en productief te zijn. Vrouwen die die aanmoediging niet krijgen, zie ik heel vaak in mijn praktijk. Ik laat ze zien dat ze in een omgeving zitten waarin ze erg weinig support krijgen. Dat ze moeten ophouden te proberen zichzelf te veranderen en dat ermee breken geen personal failure is, maar gewoon de beste, onvermijdelijke keus.

De oplossing ligt niet in blijven waar je ‘zit’, maar in een nieuwe baan, een nieuwe omgeving, een nieuwe mentor zoeken. Cut your losses en get out! Mijn tweede belangrijkste advies is dan ook dat je in zo’n situatie niet zo zeer naar een nieuwe baan moet zoeken, maar vooral naar een nieuwe baas. Iemand die jou wél support en erkenning geeft. Kijk hierbij ook naar de mensen die al voor deze persoon werken. Is dat de omgeving waarin jij past en zal bloeien?

Ik hoop dat vrouwen elkaar in de komende jaren veel meer gaan steunen door elkaar te laten weten voor wie je in een organisatie wel en niet moet gaan werken. Ik hoop dat er meer netwerken ontstaan waarin vrouwen ook dat met elkaar bespreken.

Anna Fels: “Ook voor mannen verandert er veel”

”In mijn bedrijf (Direction Europe, red.) zie ik dat ook steeds meer mannen nieuwe en andere keuzes gaan maken. Hoe zie jij dat? “Voor mannen is deze grote culturele verandering ook spannender aan het worden. Tot nu toe hebben zij veel duidelijkheid gehad. Mannen kregen bij hun keuzes om bijvoorbeeld hun carrière belangrijker te laten zijn dan hun gezin geen negatieve feedback. Maar ook voor hen verandert er veel: 35 procent van de vrouwen in de VS verdient nu al meer dan hun echtgenoten. En in de laatste recessie hebben vooral mannen hun banen verloren. Die gezinnen leven al in een nieuwe waarheid. ”

In Nederland adviseer ik (Esther red.) veel bedrijven die hun vrouwen en mannen voor willen bereiden op een meer diverse samenstelling van hun organisatie. Hoe goed lukt dat in de VS?

“We weten al langer dat organisaties met een goede man/vrouw verhouding beter presteren, maar het gaat nog langzaam. Een lichtpuntje is dat het om een echte cultuuromwenteling gaat en dat als je het zo bekijkt, het allemaal best snel gaat. Maar als je het zelf meemaakt, dan kun je je aan die traagheid wel ergeren, ja.”

Wat kun je als moeder doen om je dochters voor te bereiden op deze nieuwe keuzes en levens?

“Ouders die hun dochters willen helpen om voor nieuwe, minder traditionele rollen te kiezen moeten kinderen vooral leren hoe je ergens goed in wordt. Kinderen willen zich graag speciaal en bijzonder voelen, trots op zichzelf zijn. Het maakt niet zoveel uit waarin, maar ze moeten het gevoel hebben dat ze ergens in uitblinken. En voor erkenning zijn de complimenten van alleen je ouders niet goed genoeg.

Kinderen hebben al snel door dat ouders niet echt objectief zijn. Ze moeten van de buitenwereld het signaal krijgen dat ze goed zijn. Ouders kunnen dat natuurlijk wel voorzichtig organiseren. Door met hun kinderen naar hun talent te zoeken en dan te zorgen dat ze er van anderen complimenten voor krijgen.”

Het boek van Esther Mollema, 50% meer talent, zo scoor je met vrouwen!, is te bestellen via bol.com