Ik ging viral. Nou ja, als je 550.000 views viral mag noemen. Niet met een scherpe actualiteitsreactie of baanbrekend onderzoek, maar met een simpel lijstje: links Nederlandse slang die je nooit leert in de taalles, rechts de echte betekenis. Een kunstje Nederlands voor gevorderden dus. Mijn punt: de nuance van onze taal zit in kleine tussenwoordjes, en die leer je pas na jaren echt aanvoelen.
De reacties stroomden binnen. Van collega’s die er wat aan hadden, maar ook van mensen die die nuances allang kennen. Juist dáár verbroederde het: samen lachen om woorden die niet iedereen meteen begrijpt. In de comments ontstond spontaan een lijst nieuwe voorbeelden. Ik noem ze ‘sfeermakers’.
Maar achter die sfeermakers zit ook een wrange realiteit. Ze maken onze taal rijk, maar ook ingewikkeld. Daarom voelde ik de noodzaak om naast die lijst ook een waarschuwing te delen: blijf niet hangen in de exclusie die zulke taal kan oproepen.
Leg ze liever uit aan iemand die het Nederlands nog niet zo in de vingers heeft, zonder dat diegene erom hoeft te vragen. Hoe mooi is het als diegene de volgende keer gewoon mee kan doen? En: slik die opmerking in als je tegen een buitenlandse collega van tien maanden wilt zeggen: “Schiet eens op met dat Nederlands leren.” Want als iets duidelijk werd uit al die reacties, is het wel dat onze taal veel genuanceerder is dan je denkt.