Inclusief leidinggeven: in welke fase ben jij?

Inclusief leidinggeven: in welke fase ben jij?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ben jij een fijne manager voor al je mensen of vooral voor die mensen die erg op je lijken?

Als een van de oprichters van het HPO Center en Direction doe ik al twintig jaar onderzoek naar de kenmerken van zeer goed presterende teams en organisaties. Die kennis en decennialange ervaring zet ik in om leidinggevenden te helpen hun aanpak te optimaliseren.

In de praktijk zie ik dat leiders verschillend over nut en noodzaak van verbindend/inclusief leiderschap denken en dus ook doen. Om de verschillende opvattingen en aanpakken te kunnen duiden, presenteer ik een eenvoudig vierstappenmodel. Zo’n eenvoudig model kan nooit alle nuances pakken, maar het geeft wel inzicht.

Beschrijving van de 4 stappen naar verbindend en inclusief leiderschap (vrij naar model Jennifer Brown).

Beschrijving van de 4 stappen naar verbindend en inclusief leiderschap (vrij naar model Jennifer Brown).)

Fase 1: de Passieve Leider

In fase 1 vind je de leiders die tegen verandering zijn omdat het ze onzeker en angstig maakt. In hun huidige constellatie voelen zij zich zekerder. Het is voor iedereen herkenbaar dat verandering soms lastig is. Zelfs als je huidige situatie niet goed is en je dat ook (h)erkent, blijkt het voor een grote groep mensen lastig om actief op zoek te gaan naar een beter alternatief en het oude vertrouwde los te laten. Vaak is het niet eens de verandering zelf die ongemak veroorzaakt, maar de onzekerheid over waar het heengaat.

Leiders in deze fase traineren vaak de vooruitgang. Zij blijven liever in hun ‘bubbel’ zitten en verzetten zich tegen verbeterplannen. Soms doen ze dat luidruchtig en negatief. (On)bewust zijn ze erop uit de boel te vertragen en te verstoren. Ze hopen dat er zo min mogelijk verandert omdat ze daarvan onzeker of ongemakkelijk worden.

Gemiddeld bevindt zich een op de vijf mensen binnen organisaties in deze fase. Leiders en andere medewerkers. Het is belangrijk om het benodigde verbetertempo niet te veel door deze groep te laten bepalen. Natuurlijk moeten we goed luisteren naar hun motieven, maar we kunnen beter niet te lang bij ze blijven hangen want deze groep blijft vaak hetzelfde roepen: ‘ik geloof niet dat dit gaat werken’ of ‘ik vind het grote onzin’ zijn hun stokpaardjes. Wat we wel moeten proberen, is erachter te komen waar hun angst of onzekerheid precies zit zodat we ze daarmee kunnen helpen. Dat kun je beter een-op-een doen dan in een groep. Zo hoor ik regelmatig dat mensen bang zijn om niet meer mee te kunnen komen in een veranderde organisatie, dat ze bang zijn voor reputatieverlies of om hun baan kwijt te raken. Om deze leiders toch mee te krijgen, is individuele aandacht en hulp belangrijk. Maar let op; laat deze groep niet de snelheid van de organisatieverbetering bepalen. Dat gebeurt nog te vaak.

Er was geen ontkomen aan: 2022 was het jaar waarin medewerkers stevig van zich lieten horen. Wakker geschud door covid, The Voice en DWD liet de steeds diverser populatie medewerkers van zich horen. Zij verlieten in grote getalen hun werkgevers wegens het ontbreken van sociale veiligheid, flexibiliteit, aandacht of erkenning. Oneerlijke situaties zoals structurele uitsluiting, discriminatie en gender pay gap werden aangekaart en onderzocht en vonden zo hun weg naar menig bestuurskamer. Dat zou niet moeten verrassen. Dankzij Glass weten we al sinds 2010 dat 55% van de medewerkers hun leidinggevende de belangrijkste bron van stress vindt op het werk. En onderzoek van Hay management (2013) liet zien dat eenzelfde percentage managers een slecht werkklimaat te vaak negeert. Leiders die zich bevinden in fase 1 zullen veel aan deze onvrede bijdragen.

Veel mensen die zich in deze fase bevinden, laten veelvuldig van zich horen in de media en het publieke debat. Omdat ze zo stellig en hoekig zijn en hun mening niet onder stoelen of banken steken, hebben ze veel invloed. Toch horen we het tegengeluid ook steeds vaker: Kim Putters, voorzitter van de Sociaal Economische Raad (SER) en de meest invloedrijke bestuurder van Nederland, nodigt uit om meer naar de middenstemmen te luisteren omdat daar de oplossingen liggen. Hij pleit voor meer dialoog en een ander model van aansturen. Het nieuwe governance aansturingsmodel waaraan organisaties moeten voldoen, heeft ook veel aandacht voor andere perspectieven, dialoog en inclusie. Zo deelde Mark Rutte tijdens het uitspreken van het recente excuus van de regering over het slavernijverleden over zijn stap van fase 1 naar 2: “Ik heb die verandering in denken ook persoonlijk doorgemaakt – daar wil ik open over zijn. Lange tijd dacht ik dus eigenlijk: het slavernijverleden is geschiedenis die achter ons ligt. Maar ik had het mis. Want eeuwen van onderdrukking en uitbuiting werken door in het hier en nu. In racistische stereotypen. In discriminerende patronen van uitsluiting. In sociale ongelijkheid. En om dat te doorbreken, moeten we ook het verleden open en eerlijk onder ogen zien.”

Het zal nog best lang ongemakkelijk blijven binnen organisaties omdat er toch nog behoorlijk wat leiders in die eerste fase verkeren, maar het wordt langzaam onrustiger in ‘vak 1’.

Voorbeeld fase 1

Tijdens een sessie over inclusief leiderschap die ik verzorgde, refereerde ik aan het caring en daring model van leiderschap (zie www.esthermollema.nl/twee-benen-van-goed-leiderschap). Iemand uit de zaal riep geërgerd dat het allemaal onzin was. De spreker gaf al twintig jaar leiding en stelde dat het vooral de nieuwe, overgevoelige generatie medewerkers was die het probleem vormde: “Vroeger kon je gewoon nog zeggen wat je dacht en een goede grap maken. Ik hekel een organisatie waar je de hele dag moet opletten wat je zegt. Ik hekel de polarisatie die deze mensen veroorzaken. In onze organisatie en in onze maatschappij. Ik vond het vroeger allemaal veel beter.” Het leek mij een duidelijk geval van een manager in fase 1. De organisatie van deze manager nam steeds meer divers talent aan om de vele openstaande vacatures te vullen. Het werk moet nu eenmaal gedaan worden én: het is goed voor het resultaat van de organisatie. Van leiders wordt nu gevraagd om deze diverse teams te motiveren en tot optimaal resultaat te komen. Wat denk je, zou dat de spreker die ik net citeerde lukken?

Inzien dat je niet langer de verloren onschuld (“het was maar een grapje”) kunt spelen bij situaties die voor sommige managers en medewerkers onprettig zijn, is best lastig te accepteren. Weet dat High Performance Teams per definitie mondig zijn en telkens weer zoeken naar verbeterkansen. Reageren op zaken die een goede teamdynamiek verstoren, ook naar de manager, hoort bij teams die het maximale willen bereiken. Dat is niet gelinkt aan generaties, maar aan ambitie. In deze teams maakt het wel wat uit als de leider een grap maakt die teamleden wellicht ongemakkelijk laat voelen of 40 minuten van het uur volpraat tijdens een brainstorm. De leidinggevende die daarop werd aangesproken, gaf aan dat hij met de grap niet de intentie had om iemand te kwetsen en dat zelf veel spreken een combinatie was van ervaring en enthousiasme. Maar daar nam het team geen genoegen mee. Ze gaven aan dat de intentie wellicht oké was maar wezen op de negatieve impact die het had in de groep. Deze leider was nooit eerder aangesproken op zijn gedrag en moest flink slikken.

 

Fase 2: De Reactieve Leider

In fase 2 begrijp je steeds beter dat een goed team bouwen, vraagt om inspanning, tijd en aandacht. Je gaat jezelf kwetsbaarder opstellen als leider en je doet pogingen om alle mensen in het team goed te begeleiden en te coachen. Het is lastig om dat telkens goed te doen en er genoeg tijd voor te maken. In deze fase realiseer je je dat je te weinig individuele aandacht nog te vaak compenseert met af en toe een teammiddag, een uitje of een gefaciliteerd overleg. Het ontbreekt je nog aan lef om andere prioriteiten te stellen om zo echt inclusief en caring leiderschap vorm te geven. Je doet het wel als er iets in je team gebeurt, zoals bij een onveilige situatie of als een goed teamlid plots opstapt. Maar daarna ga je weer verder op de oude weg.

Voorbeeld fase 2

In een team leek alles wel goed te gaan. De medewerkerstevredenheidsscore van het team lag op het gemiddelde van de organisatie en al lange tijd gaven medewerkers aan dat ze graag meer erkenning en aandacht wilden voor hun persoonlijke ontwikkeling. Daarvoor had de leider helaas altijd te weinig tijd. Toen er binnen twee maanden drie mensen uit het team hun baan onverwacht opzegden, schrok de leider. Zonder deze mensen konden de resultaatverwachtingen niet worden waargemaakt dus de leider schoot in de actie. Wat te doen? De leider zette veel druk op de recruiter om zo snel mogelijk de leeggekomen plekken op te vullen en liet aan de leiding van de organisatie weten de plotselinge leegloop met urgentie te zullen onderzoeken en daarop actie te ondernemen. Er volgden externe exitinterviews en op basis daarvan werden actiepunten geformuleerd. Zes maanden later waren de exitinterviews uitgevoerd. De leider nam het rapport vluchtig door en nam geen actie. Geen tijd. En de recruiters hadden inmiddels al nieuwe mensen gevonden.

 

Fase 3: de Pro-actieve Leider

Het grootste verschil tussen een leider in fase 2 en fase 3 is niet dat de leider kundiger is (geworden) in inclusief leiderschap, maar wel dat deze de moed toont om zich er echt in te verdiepen en ernaar wil en gaat handelen. Het vraagt om moed als je deze leider bent omdat je accepteert dat je in deze transitie ook fouten zult maken omdat je iets nog niet zo goed snapt, je intentie goed is, maar de impact soms heel anders is. Je focus is erop gericht om iedere dag een beetje beter en bekwamer te worden. Je merkt verschillen langzaam maar zeker bij overleggen, selecties en beoordelingen en bij het nemen van besluiten. Je leert jezelf en je team nieuwe gewoonten aan die inclusiever zijn en je waakt over de inclusieve afspraken die het team maakt. Voorbeelden van dit soort teamafspraken in fase 3 zijn:

  • Ons team werkt samen aan een sterk teamgevoel en aan elkaars succes.
  • We hanteren duidelijke afspraken hoe micro-agressies – zoals herhaaldelijke interrupties tijdens vergaderingen – tegen te gaan.
  • We corrigeren iemand die erkenning vraagt ​​voor ideeën die door iemand anders zijn bedacht.
  • We nodigen actief collega’s (bijv. introverte mensen) uit om hun mening te geven.
  • We wijzen iedereen in het team in gelijke mate hooggewaardeerde en zichtbare taken toe.
  • We verdelen de niet-zichtbare taken in gelijke mate binnen het team.
  • We corrigeren degenen direct die andere teamleden buitensluiten of die anderen een ongemakkelijk of minderwaardig gevoel geven.
  • We stimuleren humor die niet kwetst.
  • We zorgen ervoor dat we voor iedereen even toegankelijk zijn.
  • We organiseren (sociale) activiteiten aar iedereen zich welkom voelt en zichzelf kan zijn.

In dit team voelt iedereen zich gesteund door jou als leider, of ze nu anderen op een teamregel aanspreekt of jou als leider. Ze accepteren dat ze allemaal wel eens onbewust iets doen wat de ander ongemakkelijk kan maken of dat een gevoel van uitsluiting oproept. Ze corrigeren elkaar snel en gaan door. In dit soort teams gaat het ook wel eens mis met inclusie, maar omdat ze samen leren gaat het niet steeds op dezelfde punten en manieren mis. Iedereen voelt zich gehoord en voelt de vrijheid om zaken bespreekbaar te maken. In deze teams merk je dat teamleden makkelijk zaken met elkaar bespreken en deze niet voor zich houden. Ze stappen ook makkelijk naar jou, hun leider, die graag meedenkt.

Medewerkers doen hun leiders na, weten we uit veel onderzoek. Als leider in fase 3 ga je merken dat mensen met steeds meer energie naar hun werk komen, zichzelf kunnen zijn en worden uitgenodigd om lastige zaken bespreekbaar te maken. Teamleden leren van elkaar en inspireren elkaar. Dit draagt bij aan een beter resultaat van het teamwerk: er is grote betrokkenheid in het team, samenwerken lukt beter, het leervermogen stijgt, de kwaliteit van het werk wordt steeds beter en is er meer innovatie.

Je hebt als leider op level 3 ook grote aandacht voor processen en structuren. Waken over inclusie in gedrag en interacties is van groot belang, maar je zorgt er ook voor dat onbewuste vooroordelen van mensen niet langer meer de uitkomst van processen en structuren beïnvloeden. Door strakke afspraken te maken over “zo doen wij de dingen hier” (ook wel equality by design genoemd) zorg je in fase 3 voor regels die de diversiteit in het team vergroten. Dat leidt topt meer perspectieven, inspiratie, groei binnen het team en betere besluiten. Niet goede bedoelingen van teamleden maar duidelijke afspraken zijn leidend. Het grote voordeel van deze aanpak naast ‘inclusieregels’ in teams is dat ze niet verdwijnen als jij als leider op enig moment andere werkzaamheden gaat doen. Je weet het: de kunst van een leider in fase 3 is om niet tot te veel strakke procesafspraken te komen maar slechts die te kiezen die een grote impact hebben op meer diversiteit en inclusie.

Voorbeelden fase 3

Hier een aantal voorbeelden van processen die door leiders in fase 3 anders werden ingericht. Het zijn heel veel verschillende voorbeelden maar hadden allen hetzelfde doel: inclusie en diversiteit vergroten en de organisatie nóg beter maken.

  • Een grote organisatie had zich tot doel gesteld om in IT-functies de komende jaren ten minste 50% vrouwen aan te nemen om het percentage vrouwen in deze functies flink op te krikken. Na wat experimenteren kwamen de recruiters erachter dat als ze een vacature in IT langer open lieten staan er veel meer vrouwen op afkwamen. Blijkbaar hadden vrouwen wat meer bedenktijd nodig om te solliciteren. Er kwam een nieuwe, voor iedereen gelijke regel, om de reactietijd voor functies in de IT met 50% te verlengen. Ook als de tekorten nijpend waren bleef dit de regel.
  • Bij een bank lukte het vaak wel om heel diverse teams te vormen, maar helaas bleef dat niet in stand als er wisselingen in het team waren. Er kwam een regel dat geen enkel team of niveau voor meer dan 50% uit mensen mocht bestaan met dezelfde leeftijd, hetzelfde geslacht en dezelfde afkomst. Voor geen enkel team werd een uitzondering gemaakt. Dit hielp teams bij deze bank strategisch hun teams samen te stellen en vast te houden aan het langetermijndoel voor meer diversiteit.
  • Bij een universiteit zagen ze dat gender en nationaliteiten van invloed waren op de beoordelingen die medewerkers kregen voor hun werk. Iedereen was het erover eens dat op individueel niveau beoordelingen konden verschillen maar niet als je grote groepen mensen vergelijkt. Mannen en mensen zonder migratieachtergrond kregen hogere beoordelingen en daardoor ook meer loopbaankansen. De universiteit besloot een nieuwe verdeelsleutel toe te passen op de beoordelingen zodat er geen beoordelingsverschillen tussen groepen meer waren, waardoor de kansen voor alle groepen gelijk werden getrokken.
  • Een softwarebedrijf besloot over te gaan op een jaarlijkse pay-gap-analyse en een correctie tussen mannen en vrouwen om te voorkomen dat mannen onbewust meer verdienden voor hetzelfde werk. Het bedrijf merkte dat het eenmalig corrigeren niet voldoende was want onbewuste vooroordelen bleken ondanks alle goede bedoelingen nog steeds van invloed op de beloningsverschillen tussen genders.
  •  

Fase 4: de Leider als Voorvechter

In deze fase overstijg je als leider je eigen team. Je voelt de verantwoordelijkheid om gelijkheid en verbinding organisatiebreed te organiseren. Kijkend door de systeemlens zoek je naar uitdagingen rond inclusie en diversiteit van de organisatie en maak je de echte redenen voor verschillen en ongelijkheid bespreekbaar. Dat zijn vaak lastige conversaties omdat ze raken aan de onderstroom in de organisatie en dat vinden leiders in fase 1 en 2 vaak erg ongemakkelijk. De drijfveer van jou als leider in fase 4 is heel vaak gelijkwaardigheid voor alle mensen in de organisatie. Je houdt de focus op goed presteren op lange termijn zonder daarbij de korte termijn uit het oog te verliezen.

Vanwege het ongemak is leider zijn in fase 4 vaak een ongemakkelijke taak. Je veroorzaakt ongemak en mensen met wie je de dialoog aangaat, bezitten vaak niet de kunde om met dit ongemak om te gaan. De kans is dan ook groot dat je niet wordt gezien als de grote vernieuwer en verbeteraar maar als een extreem denkend mens. Vooral in Nederland wordt deze groep leiders vaak aangevallen op hun stijl van communiceren en weggezet als woke of problematisch in de hoop dat ze opgeven en zich naar de groep voegen.

Bedenk je dat wat eerst als absurd wordt gezien vaak later toch waar blijkt. Het ongemak wat deze mensen brengen maakt dat anderen willen dat ze ophouden.

Een paar voorbeelden over de eeuwen heen:

  • Nadat Galilei had aangetoond dat de zon het centrum van het heelal is, mocht hij niet meer lesgeven.
  • Kiesrecht voor vrouwen was eeuwenlang een absurd idee en mensen die hiervoor opkwamen waren werden afgeschilderd als lelijk en onbesuisd.
  • De dokter die voorstelde om kraamziekte te voorkomen door vaker handen te wassen werd weggehoond; er werd gedreigd hem uit zijn beroep te zetten.
  • Roken werd jarenlang aangeprezen als heel uitstekend voor je lijn, tegen astma en stress. Mensen die hiertegen reageerde werden weggezet als gekken.
  •  

Het belangrijkste is dat organisaties zich moeten realiseren dat leiders en medewerkers die kritisch zijn (level 4), vaak juist heel betrokken zijn, doorgaans meer dan leiders en medewerkers op level 1 en 2. In een interessant artikel in Harvard Business Review in november 2022 schreven Praslova, Carucci en Stokes dat de mensen die aanvallen (vaak level 1) zelf vaak middelmatige presteerders zijn, die graag de eer opstrijken van het werk van anderen. Het zijn mensen die worden gedreven door eigenbelang, regelmatig niet in het belang en soms zelfs ten koste van organisaties.

Leiders in fase 4 werken nauw samen met leiders in fase 3 en samen zorgen ze voor meer diversiteit, inclusie en gelijkheid in de organisatie én een beter langetermijnperspectief voor hun organisatie in vergelijk met leiders die in fase 1 en 2 blijven steken.

Verandering van tijdperk

Jan Rotmans, als hoogleraar verbonden aan de Erasmus Universiteit zegt: “We leven niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk”. In die uitspraak herkennen veel van mijn klanten zich. Bijna alle organisaties voelen de druk om hun innovatievermogen te versnellen, hebben te maken met de energietransitie, de klimaatuitdagingen of grote personeelstekorten. Organisaties moeten sneller verbeteren om nog mee te mogen doen. Laatst vroeg iemand of ik wilde reageren op de stelling dat veel meer diversiteit en andere perspectieven aan huidige teams toevoegen soms ook heel ongemakkelijk voor een bepaalde groep mensen kan voelen. De vraag was hoe je dat voorkomt. Mijn antwoord was dat in een verandering van tijdperk je dat niet echt kunt vermijden. De groep leiders (fase 1 en 2) die zich eerder heel comfortabel voelde, wordt meer onder druk gezet om andere prioriteiten te stellen, het ongemak meer op te zoeken en moediger te zijn. Op dit moment kunnen we de snelheid van de verandering niet laten bepalen door de leiders die verandering ongemakkelijk vinden en eigenlijk alles het liefst zo houden als het nu is of lang was. Sleep elkaar door deze lastige tijd door de leiders die moed tonen en versnellen te complimenteren en te helpen. De toekomst van je team, organisatie en onze maatschappij hangt ervan af.

Vlog Internationale Vrouwendag

Vlog Internationale Vrouwendag

Internationale vrouwendag vlog Esther Mollema

Voor Internationale Vrouwendag nam Esther deze vlog op om gelijkheid tussen mannen en vrouwen anno 2023 te bespreken. In het vlog (8 min) de volgende onderwerpen:

  • Is dit gedoe 😊 rond International Women’s Day nog wel nodig?
  • Wie hebben vrouwen (en mannen) in hun weg naar meer gelijkheid het meest te vrezen? (Ik denk dat het anders ligt dan jij denkt…)
  • Wat zijn subtiele voorbeelden van niet gelijkwaardig zijn?
  • Een voorbeeld van ongelijkheidwaardigheid: het gebruik van het woord heks
  • 4 manieren waarop jij gelijkwaardigheid kan helpen

 

HPO als hulp bij het realiseren van maatschappelijke waarde

HPO als hulp bij het realiseren van maatschappelijke waarde

gezichtenOnze verwachtingen wat de rol is van organisaties in de samenleving veranderen snel. Het gaat niet langer alleen richten op het creëren van economische waarde voor hun aandeelhouders, maar ook op het realiseren van maatschappelijke waarde voor haar vele stakeholders. In een nieuwe serie onderzoeken kijkt André de Waal met zijn medeauteurs naar hoe organisaties dit kunnen gaan uitvoeren. In dit eerste artikel onderzoeken de auteurs of het HPO framework bruikbaar is voor een snelle transitie.

Lees hier het hele artikel

Podcast: Onbewuste Vooroordelen beslechten op School

Podcast: Onbewuste Vooroordelen beslechten op School

Tussenuur met Noordhoff spreekt Esther MollemaNanda van Heteren, journalist en radiomaker gaat vanuit haar onderwijsachtergrond in gesprek met vakexperts, ervaringsdeskundigen en collega’s uit het onderwijs. In aflevering 22 van Tussenuur met Noordhoff spreekt ze met Esther over Diversiteit en Inclusie op School. Ze bespreken hoe je ervoor kan zorgen dat onbewuste vooroordelen niet leidend zijn in je contact met leerlingen, collega’s en ouders.

Hoe geef je leerlingen op een school die geen afspiegeling is van de samenleving toch een breed beeld van de wereld mee? Best spannend om te doen zonder veel voorbereiding, maar ook leuk om een brede groep mensen die de leiders van de toekomst opleiden inzichten en praktische tips mee te geven. Luister hier naar de podcast

Luister podcast

 

De twee benen van goed leiderschap

De twee benen van goed leiderschap

Bijna alle organisaties staan voor grote uitdagingen die elkaar steeds sneller opvolgen. Om medewerkers hierin mee te nemen, zijn leidinggevenden crucialer dan ooit. Veel leidinggevenden zoeken naar handvatten om hun werk als leider nog beter te doen om steeds resultaat te halen én in verbinding te zijn met hun mensen.

Als een van de oprichters van het HPO Center help ik al ruim twintig jaar leiders met inzicht en handvatten om hun werk beter te doen. We doen onderzoek naar de kenmerken van zeer goed presterende teams en organisaties en op basis daarvan en decennia ervaring kan ik leidinggevenden helpen hun aanpak te optimaliseren. Het ‘model goed leiderschap’ waarmee ik werk is in de loop van de tijd steeds eenvoudiger en praktischer geworden en gaat uit van de volgende principes:

  • Goed leiderschap gaat in essentie om het balanceren van macht en verbinding.
  • Gedrag van leiders is ‘besmettelijk’: wat de leider voordoet gaan medewerkers ongemerkt nadoen.
  • Er bestaan geen slechte teams met goede leiders: het prestatieniveau van een team wordt in belangrijke mate bepaald door de focus en de acties van de leider.
  • Het verschil tussen goede en minder goede leiders zit ’m niet in de grote dingen, maar in wat de leider doet in de micromomenten van de dag. Het zijn niet de grote woorden maar de kleine dingen die het echte verschil maken.
mobiele telefoon met teksts gedrag van leiders is besmettelijk

Afbeelding: Als leiders hun gedrag aanpassen, veranderen medewerkers mee

Alleen bij teams waar het werk steeds gelijk is en er geen organisatie- of externe uitdagingen zijn, lukt het weleens om zelfsturende teams te hebben. In veruit de meeste teams geven de kwaliteiten van de leidinggevende de doorslag voor het al dan niet goed presteren van het team. Over welke kwaliteiten hebben we het dan?

Er is en wordt veel gezegd en geschreven over wat effectief leiderschap is. Als ik alles afpel en kijk naar de essentie van alle toonaangevende onderzoeken dan blijkt dat leiders van succesvolle teams stevig op twee benen staan: daring & caring. Beide zijn essentieel voor een goed teamresultaat en er is balans en samenspel tussen beide nodig.

de twee benen van goed leiderschap: macht gebruiken en verbinding organiseren

Afbeelding: de twee benen van goed leiderschap: macht gebruiken en verbinding organiseren

Het ene been staat voor wat ik de daring kant van leiderschap noem: het organiseren van het werk en het samen werken richting een gezamenlijk doel. Dit vraagt van een leider om focus aan te brengen en de doelen van het team te bewaken. Hier wordt de macht die komt met de positie optimaal ingezet om duidelijkheid te creëren en snelheid te maken. De leidinggevende heeft zeggenschap over de focus van het team, over de snelheid waarmee zaken opgepakt en uitgevoerd moeten worden. Ook zal deze de dilemma’s oplossen die ontstaan tijdens het werken door besluiten te nemen, door samenwerken aan te moedigen en te ondersteunen en door helderheid te geven. Natuurlijk kunnen leiders heel veel zaken met hun team bespreken en overleggen, maar uiteindelijk hakt de leider de knoop door en geeft die op transparante wijze richting en snelheid.

Het andere been representeert de caring kant van leiderschap: het mensgerichte deel van de verantwoordelijkheid. Van daaruit wil de leider het team, diens mensen ontwikkelen: beter maken, inspireren en coachen. Zorg dragend voor een klimaat waarin mensen zich kunnen ontwikkelen en als verbinder in het team. Mensen leren samen te werken, samen te leren en elkaar te inspireren – richting een goed teamgevoel, respect en waardering voor elkaar en een inclusief klimaat. Vanuit de kracht in dit been wordt mensen geleerd te luisteren naar elkaars andere perspectieven zodat de besluiten van het team steeds weer beter worden.

Beide benen in de praktijk

Het daring been is de kant van leiderschap die traditioneel langer belangrijk wordt gevonden. Op basis van die eigenschappen zijn in het verleden dan ook vaak leiders gekozen en benoemd. Mijn indruk is dat tot een aantal jaren geleden het idee leefde dat het caring deel ook wel uitbesteed kon worden aan een actieve afdelingssecretaresse die verjaardagen en teamuitjes van aandacht gaf. Dat is een denkfout. Caring leiderschap gaat veel verder en dieper: het gaat over echt tijd maken voor je mensen, echt naar ze luisteren en ze actief helpen in hun ontwikkeling door ze te coachen, te inspireren en mee te denken en te doen. Steeds meer onderzoeken bewijzen dat mensen die zich binnen hun team geïnspireerd, gewaardeerd en gecoacht voelen aanmerkelijk flexibeler en veerkrachtiger zijn, uitdagingen met meer energie aangaan en überhaupt meer energie krijgen van hun werk.

De daring kant van leiderschap is een actieve taak waarin de werkzaamheid telkens wordt gekaderd, focus wordt bepaald en vastgehouden en snel besluiten en actie wordt ondernomen. Het is niet iets wat een leider af en toe doet, maar waar deze voortdurend alert op is: wie heeft mijn hulp nodig om een samenwerking op een hoger niveau te tillen, wie zit met een keuze waar ik bij kan helpen, wie neigt in het werk teveel taken op te pakken die niet tot onze focus en kerntaken horen en hoe kan ik dat aansturen? Een geoefend leider leert deze momenten goed en snel te herkennen en doet dit actief.

Ik schat in dat een goed daring leider ongeveer 30% van de tijd bezig is met het organiseren van het werk. De meeste tijd van leidinggevenden zit in de caring kant van leidinggeven. Dat gaat om aandacht geven aan het team door inspiratie te brengen, samenwerking te stimuleren en als team beter te worden en te ontwikkelen. En daar is ook individuele aandacht nodig voor alle teamleden. Het helpt enorm als een leidinggevende ritme aan kan brengen met vaste individuele afspraken, zoals ‘30 minuten iedere vrijdag’. Essentieel is dat die afspraken niet gaan over de inhoud van het werk maar over het welzijn en de ontwikkeling van de mens. En dat kost tijd. Goede leidinggevenden besteden aan de caring taken ongeveer 70% van hun werktijd.

Vraag je eens af of je als leider goed op deze beide benen staat en beide taken goed uitvoert. Ben je net zo caring als daring? Wat is van nature je sterkste been? Hoe zouden je medewerkers jou hierin beoordelen? Welk been moet je meer gaan trainen en hoe zie je dat voor je? Ben je überhaupt bereid om je leiderschapsbenen te trainen om je team en je organisaties vooruit te helpen?

Wat is nodig?

Het effectief leren gebruiken van beide leiderschapsbenen vraagt training – oefening en reflectie. Vaak zie je dat mensen op momenten dat hun leiderschapsuitdaging even wat spannend wordt teruggrijpen op hun natuurlijk sterkste been. En dat is niet altijd de beste keuze. Wat ik in de praktijk veel zie, is stress in teams, veroorzaakt door onzekerheid en onduidelijkheid. Die stress uit zich in de praktijk op verschillende manieren. De een wordt heel druk of boos, de ander trekt zich juist terug. De neiging van een caring leider is om te luisteren, te sympathiseren en proberen te helpen, terwijl de taak van de leider op dit soort momenten is om juist daring te zijn en de stress te verminderen door besluiten te nemen en duidelijkheid te verschaffen. Door bijvoorbeeld tegen een onzeker team te zeggen: “Ik weet dat een mogelijke reorganisatie gaat leiden tot verandering in ons team. Ik weet daarover nu ook nog niet alles, maar ik kan wel verzekeren dat er tot 1 maart volgend jaar niets wijzigt. Als er iets verandert zal ik daar met jullie uiterlijk begin volgend jaar over spreken.”

Leiders in organisaties hebben er baat bij om in met deze eenvoudige principes te werken, dezelfde taal te gaan spreken en met elkaar te gaan leren en balanceren. Als leiders met elkaar de daring- en caring-uitdagingen in hun teams bespreken en reflecteren op hun aanpak kunnen ze met elkaar grote stappen maken. Je ziet leidinggevenden dan uitdagingen oplossen die al veel te lang spelen en daardoor een bron van frustratie zijn geworden voor leidingegevende en team.

Tijd maken om een goed leider te zijn

Voor sommige leidinggevenden is deze opvatting van goed leiderschap flink schrikken. Zij zien hun leidinggevende rol als een van de rollen die ze hebben en die ze soms minder aandacht kunnen geven als hun zware inhoudelijke taak ook veel van ze vraagt. Een heel enkele keer kunnen mensen beide, maar veel vaker zie je dat teams met dit soort leiders veel minder goed functioneren, dat de beste medewerkers weggaan en vooral dat teams niet snel kunnen reageren op veranderingen. De vraag aan deze leiders zou moeten zijn of ze zich willen aanpassen of dat ze hun leiderschapspositie beschikbaar willen stellen. Vaak geeft het een team én zo’n leider veel energie als de leider besluit om voor de inhoud te kiezen en het leiderschap aan een ander over te laten. Dat is geen verlies maar een winst voor alle berokkenen én de organisatie.