Hoe geprivilegieerd ben jij? En hoe zet je dat in?

Hoe geprivilegieerd ben jij? En hoe zet je dat in?

Je hebt geen invloed op waar je wieg staat. En toch heeft die omgeving grote invloed op je verdere levensloop. Je kunt in een wieg liggen met veel privileges en voordelen én je kunt geboren worden met minder voorrechten en kansen. Huidskleur, geslacht, seksuele identiteit, je tongval én je kansen op goed onderwijs zijn voorbeelden van aangeboren privileges. Ook in Nederland.

Als je met veel privileges geboren bent, is het soms lastig te (h)erkennen hoeveel voordeel je ondervindt van deze meegekregen voorrechten. Gelukkig gaan we dat steeds meer zien al zijn privileges soms lastig te herkennen. Ook als de genoten voordelen er voor jou niet toe doen, heb je er onbewust voordeel en gemak van.

Ken je jouw privileges? Onderzoeker Peggy McIntosch maakte al in 1988 lijsten met maar liefst vijftig voorbeelden van witte en mannelijke privileges (https://nationalseedproject.org/Key-SEED-Texts/white-privilege-and-male-privilege). Ik selecteerde er per privilege vijftien voor Nederland. Ik nodig je uit eens naar deze twee lijstjes met voorbeelden te kijken en erop te reflecteren. Wat betekenen ze mogelijk voor je leven, je werk en je succes?

De effecten van privileges

In de meer dan dertig jaar die verstreken sinds Peggy McIntosch haar lijstjes maakte, hebben we in Nederland niet veel aandacht gehad voor de voordelen die privileges sommige mensen opleveren. De nadelen van weinig privileges hebben worden wellicht nog onderschat, maar laten zich nu wel duidelijk zien. Mensen die met minder privileges geboren worden ervaren hiervan de consequenties in alle stadia van hun leven. Zelfs met veel talent en doorzettingsvermogen lukt het soms niet gezien en gewaardeerd te worden. Dat begint al op school bij bijvoorbeeld schooladvies en vertaalt zich in kansen op de arbeidsmarkt en in de doorgroeimogelijkheden. Zo blijft de doorgroei van vrouwen naar topposities in het Nederlandse bedrijfsleven zwaar achter ten opzichte van omliggende landen, kwam de BLM-dialoog in Nederland maar heel langzaam op gang, en ook de desastreuze toeslagenaffaire en de op grote schaal bewezen stagediscriminatie van MBO-studenten zijn voorbeelden van de effecten van het hebben van minder privileges in Nederland. Het lijkt erop dat we die effecten liever niet willen zien omdat we ons land graag zien als een land waarin iedereen gelijke kansen heeft. Maar nu dat bewezen niet zo is, vragen gedupeerden heel terecht versneld om actie en gerechtigheid. En die krijgen ze toenemend.

De mythe van meritocratie blootgelegd

De dialoog over privileges en oneerlijkheid valt sommige mensen heel zwaar. Vooral diegenen die zich niet bewust waren van het voordeel van veel privileges en die vaak hoge posities innemen binnen Nederlandse organisaties en de politiek. Zij gaan ervan uit dat ze hun positie en functie hebben verdiend met hun talent en harde werken. Zij hangen het meritocratisch ideaal aan dat iedereen die bereid is om hard te werken afstevent op verdiend succes in het leven en loopbaan. Zo namen we lang aan dat de groep mensen op de hoogste posities in een organisatie waarschijnlijk ook de besten waren, de meeste ambities hadden en er het hardst voor hadden gewerkt. In onze samenleving was die groep toppers lange tijd synoniem met man en wit. Die aanname wordt onderuitgehaald nu het effect van onbewuste privileges in onze maatschappij is blootgelegd. Het idee van meritocratie lijkt dan eerder een mythe. Het zijn niet altijd de besten die het meest succesvol zijn, het zijn vooral ook vaak mensen met veel aangeboren privileges. Hun succes is voor een groot deel toe te rekenen aan waar hun wieg stond. Natuurlijk zijn ook vaardigheden, ambities, talenten en doorzettingsvermogen voorwaarden voor succes maar mensen met minder privileges komen met dezelfde vaardigheden, ambities, talenten en doorzettingsvermogen vaak minder ver. En het is terecht dat zij daarvoor gaan staan.

De zeven belangrijkste privileges

Ook journalist en antropoloog Joris Luyendijk refereert regelmatig aan die voordelige privileges in ons land. Hij stelt dat er privileges zijn die je een groot voordeel geven, waarvan de zeven belangrijkste zijn: wit, man, hetero, hoogopgeleide ouders, zelf hoogopgeleid, randstedelijk dialect en seculariteit (je godsdienst speelt geen grote rol in je dagelijkse leven). Luyendijk stelt dat slechts drie procent van alle inwoners van Nederland alle zeven privileges heeft maar dat de top in de Nederlandse politiek, de overheid en het bedrijfsleven desondanks voornamelijk bestaat uit mensen uit deze geprivilegieerde groep. Volgens hem kost het ongeveer twee jaar van hard werken en doorzettingsvermogen om één van de gemiste privileges goed te maken. Heb je slechts twee van de zeven aangeboren privileges dan kost het je dus tien jaar om met dezelfde talenten, ambitie en doorzettingsvermogen op hetzelfde niveau te komen als iemand met alle aangeboren voorrechten.

“Die witte mannen ook altijd”

Een voorbeeld rond twee van de zeven privileges: wit en man. In een interview in het AD in juli 2021 schetst hoogleraar genderstudies Rosemare Buikema: “We hebben een mannelijke minister-president en een mannelijke minister van volksgezondheid die in het voorjaar van 2021 een grote fout hebben gemaakt door de coronamaatregelen zo snel los te laten. Er is niemand die zegt: ‘die witte mannen ook altijd’. Deze twee mannen kunnen eigenlijk redelijk probleemloos fouten maken zonder dat ze de hele groep waartoe ze behoren meesleuren in de afgrond. Zij krijgen geen seksisme of racisme over zich heen. Waren het Kaag en Ploumen geweest, dan weet ik zeker dat er werd gezegd: ‘Zie je nou wel, die vrouwen kunnen de verantwoordelijkheid helemaal niet aan.’” Ik voeg daaraan toe dat de kans groot was dat het woord ‘vrouwen’ in deze zin was vervangen door aanzienlijk minder elegante bewoordingen.

Stereotypische voorkeuren

Aangeboren privileges en onbewuste vooroordelen staan die zo nodige diversiteit in de weg. Juist in Nederland. Onderzoek van Miller et al (2014) liet zien dat Nederlanders bijvoorbeeld de gendergelijkheid in Nederland bijzonder hoog inschatten. Datzelfde onderzoek wees echter uit dat men in Nederland ten opzichte van de andere 65 (!) onderzochte landen impliciet en expliciet zeer hoog scoorde op stereotypische voorkeur voor mannen in veel maatschappelijke rollen. Het jaarlijks onderzoek door Direction onder 13.000 Nederlandse managers laat zien dat deze conclusies uit 2014 helaas nog steeds actueel zijn. Deze ‘bias’ richting mannelijke leiders is een belangrijke reden dat het heel moeilijk is voor vrouwen om een toppositie te bereiken. Nederland telt vier keer zo veel mannelijke wetenschappers dan vrouwelijke en slechts één op de zes topbestuurders van de 5.000 grootste Nederlandse bedrijven is een vrouw. Onderzoek laat zien dat mensen mét privileges vaak onbewust vooroordelen hebben tegen de mensen zonder deze privileges. Ook op het gebied van culturele diversiteit denken we ruimdenkend te zijn, terwijl de harde realiteit het tegendeel bevestigt. Bijna een kwart van alle Nederlanders (23 procent) heeft een (eerste of tweede generatie) migratieachtergrond, terwijl geen van de door mij onderzochte grote organisaties een top heeft waar het percentage Nederlanders met een migratieachtergrond boven de 10 procent komt.

Volop beschikbaar talent

De conclusie is dat Nederlanders de neiging hebben om zichzelf zeer egalitair in te schatten, zonder privileges en vooroordelen, terwijl de realiteit die achter dit positieve zelfbeeld schuilgaat dit nadrukkelijk ontkracht. Data over diversiteit en gender wijzen uit dat dit – zeker op termijn – kan uitgroeien tot een groot probleem voor onze maatschappij en alle soorten organisaties daarbinnen. Al geruime tijd wordt het merendeel van de groep afstudeerders in Nederland gevormd door vrouwen. En uit prognoses blijkt dat in 2060 ruim een derde van de Nederlanders (34 procent) een migratieachtergrond heeft (23 procent anno 2019). De inbreng van deze diverse talenten kan helpen de uitdagende problemen in Nederland op te lossen maar dan moeten we dat diverse talent wel benutten en een plek aan tafel geven.

Kwaliteit voorop

Als mensen met minder privileges meer kansen krijgen, voelt dat voor sommigen als een onrecht want het betekent dat zij minder kans hebben. Zeker als zij zich niet bewust zijn van hun privileges en geloven die plek alleen te danken aan kwaliteiten en hard werken. Veel mensen met veel privileges zijn angstig voor een snelle neerwaartse mobiliteit van zichzelf en zeker ook van hun kinderen. Ze verdedigen hun huidige posities en hun rechten met passie en emotie, vinden de correctie een overreactie en benadrukken telkens dat vooral de beste kandidaat moet worden benoemd. En juist dat argument, kwaliteit, is de belangrijkste reden waarom we nu moeten handelen. Juist als we kiezen voor kwaliteit in plaats van privileges zullen we meer diverse perspectieven binnen moeten halen om het hoofd te bieden aan de uitdagingen waar we voor staan.

Inclusief voor nu en later

Er zijn in Nederland veel uitdagingen die we het hoofd moeten bieden. Het dagelijks nieuws bestaat uit onderwerpen als klimaatuitdagingen, de energietransitie, wantrouwen richting de overheid en institutioneel racisme. En we hebben haast bij het vinden van goede oplossingen voor al deze complexe problemen. Dit alles vraagt om het verkennen van meer oplossingsperspectieven. En daarvoor heb je bij uitstek diversiteit nodig in alle lagen van alle organisaties die zich bezighouden met deze taaie vraagstukken. Leiders die de tafel groter maken en daar meer diversiteit verwelkomen, zijn dus de leiders van de toekomst. Zij nodigen ander talent aan tafel uit, geven hun ruimte, kunnen luisteren en verbinden. Zij verdedigen hun positie niet, maar stappen vooruit. Als ze het geluk hebben veel privileges te hebben, dan zetten ze die in om anderen actief te betrekken. Leiders die dit ook in hun privéleven doen, zijn een rolmodel voor hun kinderen. Deze leiders leren hun kinderen niet te verdedigen maar vooruit te stappen, leren hun kinderen anderen actief te helpen. De status van degene die een ander helpt groeit als ze in dit soort situaties actief optreden *). Van dit soort leiders worden organisaties beter net als de samenleving als geheel. Gezien de hoeveelheid aanwezige privileges in onze samenleving biedt dat ook kansen. De kans om je eigen voordelen in te zetten voor de volgende generatie en het grotere belang. Een eigentijdse vertaling van noblesse oblige.

 

 

 

Ter inspiratie een schoolvoorbeeld

 

 

Voorbeelden van mannelijke privileges

    • Als kind kon ik kiezen uit een bijna oneindige verscheidenheid aan media met positieve, actieve, niet-stereotype helden van mijn eigen geslacht. Ik heb er nooit naar hoeven zoeken.
    • Mij is nooit geleerd om niet alleen te lopen of bang te zijn in een openbare ruimte in het donker.
    • Elke grote religie in de wereld wordt voornamelijk geleid door mensen van mijn geslacht. Zelfs God wordt in de meeste religies doorgaans als een man afgebeeld.
    • Als ik ervoor kies geen kinderen te krijgen, wordt mijn mannelijkheid niet in twijfel getrokken.
    • Als ik een echtgenote of inwonende vrouw of vriendin heb, is de kans groot dat we de huishoudelijke taken zodanig verdelen dat zij het meeste werk doet en vooral de meest repetitieve en ondankbare taken.
    • Bij de beslissing om mij in dienst te nemen bij een organisatie spelen aannames of ik binnenkort wel of niet een gezin zal hebben geen rol.
    • Als ik onhandig rijd in het verkeer, wordt dat niet toegeschreven aan mijn geslacht.
    • Als ik kinderen heb en een carrière nastreef, zal niemand zeggen dat ik egoïstisch ben omdat ik niet thuisblijf.
    • Als ik een nieuwe baan krijg, kan ik er zeker van zijn dat mijn collega’s niet zullen denken dat ik de baan heb gekregen vanwege mijn geslacht.
    • Als ik een fout maak in mijn functie, wordt dat niet op alle mensen van mijn geslacht afgewenteld.
    • Ik kan luidruchtig en agressief zijn zonder bang te zijn een bitch te worden genoemd.
    • Ik heb weinig kans op seksuele intimidatie op het werk.
    • Ik kan in het openbaar spreken voor een grote groep zonder dat mijn geslacht wordt besproken.
    • Gemiddeld word ik niet zo vaak geïnterrumpeerd tijdens overleggen.
    • Ik heb het voorrecht niet op de hoogte te zijn van mijn mannelijke privilege.

Voorbeelden van witte privileges

  • Ik hoef mijn kinderen niet al op jonge leeftijd te leren over racisme en hoe veilig te blijven.
  • Ik kan er zeker van zijn dat de leraren en begeleiders van mijn kinderen hen eerlijk zullen behandelen, gelijk aan kinderen met andere huidskleuren.
  • Als ik het zou willen, kan ik me op mijn werk omringen met alleen maar mensen met een witte huidskleur.
  • Ik kan gemakkelijk (kinder)boeken, speelgoed en films vinden met in de hoofdrol mensen met een witte huidskleur.
  • Ik kan er redelijk zeker van zijn dat als ik verhuis, mijn buren me hartelijk danwel neutraal verkennend zullen begroeten.
  • Ik kan er zeker van zijn dat als ik medische of juridische hulp nodig heb mijn huidskleur de expert niet beïnvloedt.
  • Ik kan me een keer onverzorgd kleden en lui gedragen zonder dat mensen daar verstrekkende conclusies aan verbinden.
  • Ik word nooit gevraagd te spreken als vertegenwoordiger van alle mensen met mijn huidskleur.
  • Ik kan iets heel goed doen in een uitdagende situatie zonder een rolmodel voor ‘mensen zoals jij’ genoemd te worden.
  • Ik kan kritisch zijn op de overheid of instanties zonder als ondankbaar te worden gezien of veel te moeten uitleggen.
  • Ik kan me veroorloven alle ontwikkelen rond Black Lives Matter (BLM), slavernij en racisme te negeren.
  • Ik kan racisme bespreken zonder dat mensen denken dat ik dit uit eigenbelang doe.
  • Ik kan een keer laat bij een overleg komen zonder dat mensen mijn te laat komen linken aan mijn huidskleur.
  • Ik voel me welkom en ‘normaal’ op alle plekken en in het dagelijks leven.
  • Ik heb het voorrecht niet op de hoogte te zijn van mijn witte privilege.

Als je op veel van deze vijftien privileges in de bovenstaande lijstjes met ja kon antwoorden, dan heb je het geluk van aangeboren privileges. Reflecteer in de komende tijd eens hoeveel makkelijker jouw leven is verlopen als van mensen zonder deze privileges. Sta er eens bij stil als je in een vergadering het woord neemt, als je door de gangen loopt, als je je mening geeft.

    Dit doen inclusieve leiders

    • Mensen met minder privileges actief helpen te groeien in hun organisatie.
    • Ervoor zorgen dat alle mensen in overleggen hun mening kunnen geven en evenveel kunnen bijdragen.
    • Direct reageren op dubbele standaarden en stereotypen.
    • Mensen die (subtiel) worden buitengesloten actief helpen.
    • Duidelijke regels hanteren om tijdens overleggen micro-agressies (zoals herhaaldelijke interrupties tijdens vergaderingen) tegen te gaan.
    • Iemand corrigeren als die krediet vraagt voor ideeën die door iemand anders zijn bedacht.
    • Diegenen die andere teamleden buitensluiten of die anderen een ongemakkelijk of minderwaardig gevoel geven direct corrigeren.
    • Humor stimuleren die voor niemand mogelijk kwetsend is.
    • Ervoor zorgen dat ze voor iedereen even toegankelijk zijn.

    Je ziet een klaslokaal met rijen tafels waarachter leerlingen zitten. De leerkracht geeft iedereen een A4 en vraagt alle leerlingen hiervan een goede prop te maken. Dan plaatst de leerkracht de prullenbak net onder het bord voor in de klas en geeft de kinderen een opdracht. “Jullie representeren de mensen in ons land. Iedereen in ons land heeft de kans om rijk en succesvol te worden. Om dat te worden, moet je je prop in de prullenbak gooien terwijl je op je stoel blijft zitten.” De leerlingen op de achterste rijen reageren gelijk dat dit een oneerlijke oefening is omdat de mensen voorin de klas veel meer kans hebben. De leerkracht reageert niet op de opmerkingen. Iedereen gooit en zoals verwacht lukt het meer studenten voorin de klas hun prop in de prullenbak te gooien, maar ook enkele goede werpers achterin. De leerkracht beaamt dat hoe dichter je bij de prullenbak zat, hoe meer kans je had om te winnen. “Dicht bij de prullenbak zitten is een privilege. Heb je opgemerkt dat de enige mensen die klaagden over eerlijkheid de mensen waren achter in het lokaal? Daarentegen waren de mensen voorin zich nauwelijks bewust van hun privilege. Zij waren vooral bezig met het winnen van de wedstrijd. Zij zagen slechts de twee meter tussen hen en de prullenbak. Je taak als leerling is je veel bewuster te worden van je privilege en het voordeel dat je daarvan hebt. Met de privileges die je hebt, is het je privilege om anderen te helpen in de rijen achter je. Niet alleen in dit klaslokaal maar ook in de rest van je leven.”

    Esther Mollema, augustus 2021

    *) https://hbr.org/2021/06/research-amplifying-your-colleagues-voices-benefits-everyone?utm_medium=email&utm_source=newsletter_daily&utm_campaign=dailyalert_actsubs&utm_content=signinnudge&deliveryName=DM137463

      Hoe een prettig zelfbeeld en lege tolerantie Nederland in de weg staat

      Hoe een prettig zelfbeeld en lege tolerantie Nederland in de weg staat

      Twee voorbeelden uit het sprekende boek 365 dagen Nederlander van Neaada Aurangzeb uit 2021:

      Voorbeeld 1:

      Verjaardagsfeestje

      Tineke: “Racisme is zo’n lastig gespreksonderwerp. Ik word er snel emotioneel van.”

      Ik: “Wat raakt je zo?”

      Tineke: “Het voelt alsof ik ergens van word beschuligd en dat is een heel onprettig gevoel.”

      Ik: “Er zijn erg goede boeken over dit proces geschreven. Misschien werkt het verhelderend als je ze leest.”

      Tineke: “Dit vind ik dus heel naar, als jij zo belerend doet. Alsof jij het allemaal zo goed weet.”

       

      Voorbeeld 2:

      Drogisterij Amsterdam- Zuid

      Verkoper tegen Bart: “Ik help u zo, even die donkere dame bij de make-up in de gaten houden.”

      Bart: “In de gaten houden?”

      Verkoper: “Ja, ze stelen.”

      Bart: “Dat is mijn vrouw.”

       

      Het prettige zelfbeeld van Nederland klopt niet  

      Nederlanders schatten de gelijkheid in Nederland bijzonder hoog in. Het zelfbeeld dat Nederlanders naar buiten toe over zichzelf en Nederland hebben en uitdragen, komt niet overeen met de daadwerkelijke houding en het gedrag van Nederlanders. Er is een discrepantie tussen het beeld van tolerantie, gelijkheid, diversiteit en de realiteit is een van de conclusies van het onderzoek van Miller et al (2014). Nederland scoort ten opzichte van 65 onderzochte landen impliciet en expliciet zeer hoog scoorde op stereotype voorkeuren, in dit geval voor mannen in bepaalde maatschappelijke rollen.

      Dat verschil laat zich ook duidelijk zien bij de deelnemers van de workshops van Esther Mollema getest worden op hun aannames en onbewuste vooroordelen rond diversiteit. 15.000 geteste managers in die workshops in Nederland laten zien dat er een grote gap is tussen wat managers denken en doen als het gaat om de doorstroom van medewerkers naar leidinggevende posities. Managers denken vrouwen en medewerkers met een donkere huidskleur evenveel kans te geven, maar in werkelijkheid doen we dat in meer dan 80% van de gevallen niet.

      Nederlanders hebben dus de neiging om zichzelf zeer egalitair en tolerant  in te schatten als het aankomt op diversiteit, terwijl de realiteit die achter dit positieve zelfbeeld schuilgaat dit ontkracht. Waarom speelt dit juist in Nederland zo?

      Lege Tolerantie

      De huidige vorm van tolerantie in Nederland heeft volgens Wijnand Mijnhardt, hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, te maken met een aantal historische factoren. In de 17e eeuw kwamen er veel immigranten naar de Nederlandse handelssteden toe om werk te vinden. Zonder veel problemen werden zij  toentertijd opgenomen in de Nederlandse samenleving vanwege twee redenen. Ten eerste was er simpelweg veel vraag naar goedkope arbeid en had men met name in Holland veel immigranten nodig om de economie draaiende te houden. Ten tweede was Nederland in de 17e eeuw een dichtbevolkt land, waar bevolkingslagen dicht op elkaar woonden, met als gevolg dat de armere immigranten in steden als Amsterdam en Leiden vlak naast de rijke patriciërs kwamen te wonen in de steegjes tussen de grachtenpanden en herenhuizen.

      Dit tot grote verbazing en ontsteltenis van buitenlandse geleerden en kooplieden die Nederland toen aandeden. Talrijke geschriften zijn bewaard gebleven waarin gewag werd gemaakt dat een statig koopman, ook toen al, in Amsterdam gewoon werd uitgejoeld als hij tegen een arme dagloner opliep. In andere grote Europese steden was het straatbeeld destijds veel homogener – iedere groep woonde in zijn eigen buurt.

      Mijnhardt noemt het een “bijzonder soort van tolerantie”, gebouwd op sociale druk, een hoge bevolkingsdichtheid, in combinatie met de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van pers. “Het was echter geen principiële tolerantie, maar veel meer een soort van noodzakelijke vorm van zelfbehoud” aldus Mijnhardt.

      Dit zelfbehoud, of nuchterheid als oer-Hollandse vorm van tolerantie, is later terug te zien tijdens de Verzuiling, als elke zuil compleet los van elkaar leeft; de katholieken hadden hun eigen slager, de protestanten hun eigen melkboer en de socialisten hun eigen voetbalclub. Maar ze hadden elkaar wel nodig en men tolereerde elkaar dan ook in de minst verregaande betekenis van het woord. Net zoals in de Gouden Eeuw verdroeg men elkaars levenswijze, afkomst en cultuur vanwege praktische redenen, maar men moest in werkelijkheid niks van elkaar weten.

      Marli Huijer, voormalig denker des vaderlands en hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit, noemt deze houding ’lege tolerantie’; mensen tolereren elkaar, maar er is geen verregaande vorm van respect voor elkaar. Burgers die onderdeel zijn van dezelfde samenleving maar in feite compleet langs elkaar heen leven. Volgens Huijer is dat nog steeds te zien in met name metropolen. ,,Er is een diversiteit aan leefstijlen maar mensen zitten in hun eigen bubbel, ze hebben weinig met elkaar te maken. Ook dit is een vorm van lege tolerantie omdat je volstrekt onverschillig tegenover anderen staat.”

      Een van ons

      Hoe samenwerking in Nederland vorm krijgt en wie er precies een plek aan de tafel krijgt ligt ingewikkelder. Volgens Ruben Gowricharn, hoogleraar diaspora studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam, heeft Nederland, net zoals andere maatschappijen, nog veel tribale trekken. ,,We zijn een ‘grote stam der Hollanders’ en  iemand met een kleurtje moet ‘introuwen’ voordat hij een van ons wordt. In Nederland moet iedereen integreren.”  Als groepsdieren hebben Nederlanders volgens Gowricharn, een soort natuurlijke afkeer van anderen met wie zij zich niet kunnen identificeren.

      Taal blijkt essentieel om ‘erbij te horen’ in Nederland, zo is gebleken uit onderzoek van PewResearchCentre in veertien landen naar de factoren die ertoe doen voor nationale identiteit (What it truly takes to be ‘one of us’)  Nederlanders vinden het over het algemeen niet bijzonder belangrijk waar iemand is geboren of wat voor levensovertuiging iemand aanhangt. Maar in vergelijking met andere landen tilt de Nederlander het zwaarst aan het belang van de taal als onderdeel van de Nederlandse identiteit. Van alle ondervraagden in Nederland geeft 84 procent aan dat het goed beheersen van het Nederlands zeer belangrijk is voor het Nederlanderschap. Die sterke voorkeur is nergens anders zo sterk. In Hongarije en het Verenigd Koninkrijk geeft 81 procent van de ondervraagden aan dat taal zeer belangrijk is voor het burgerschap, maar bijvoorbeeld in Canada of Italië gaat het ‘slechts’ om 59 procent van de ondervraagden.

      Dit betekent dat het een stuk lastiger is voor mensen met een taalachterstand om de maatschappelijke ladder in Nederland te beklimmen. In combinatie met de tribaliteit in Nederland van ‘integratie’ leidt dit er onder meer toe dat Nederland zo ontzettend homogeen is, stellen Gowricharn en Mijnhardt. Slechts 20 procent heeft een buitenlandse culturele achtergrond of bestempelt zich als kosmopoliet. “De Limburger is natuurlijk anders dan de Groninger, maar ze hebben allemaal het idee dat ze Nederlander zijn en dat ze een gemeenschappelijke cultuur hebben waaraan nieuwkomers zich moeten aanpassen”, zegt Mijnhardt.

      Of te wel, iedereen moet ongeveer hetzelfde zijn en niet te veel afwijken van de geldende norm. En dat zorgt ervoor dat veel mensen nooit een eerlijke kans krijgen om zich te bewijzen in een topfunctie, maar ook dat veel organisaties simpelweg niet hun leidinggevende posities zullen vullen met de meest talentvolle en geschikte personen. Het is dus niet vreemd dat ook de Nederlandse bestuurslagen zeer homogeen zijn.

      Dat dit – zeker op termijn- kan uitgroeien tot een groot probleem voor het bedrijfsleven, wijzen data over diversiteit wel uit. Vrouwen vormen al geruime tijd het merendeel van de groep afstudeerders in Nederland. En uit prognoses blijkt dat in 2060 ruim een derde van de Nederlanders (34 procent) een migratieachtergrond heeft, ten opzichte van 23 procent anno 2019 (CBS).

      Doorbreken

      Maar hoe is de discrepantie tussen het positieve zelfbeeld van Nederlanders over tolerantie, gelijkheid en diversiteit, de impliciete en expliciet voorkeur voor uniformiteit en de werkelijkheid op met name de werkvloer te doorbreken? Door managers erop te wijzen dat ze “een morele plicht” hebben dat bedrijven een afspiegeling van de samenleving zijn, meent Gowricharn. “De samenleving ís divers, dus moeten bedrijven dit ook zijn.” Veel bedrijven hanteren ‘kwaliteit’ als legitimatie om mensen buiten de deur te houden, merkt Gowricharn op. Maar “kwaliteit is kleurloos. Suggereren dat kwaliteit een uniform ding is, hetzelfde is voor alle groepen mensen, voor leeftijdscategorieën, voor culturen, is pertinent onjuist.” En dus moeten managers gewezen worden op die “heilige huisjes en ze omvergooien”.

      Het begrijpen hoe onbewuste vooroordelen vat hebben op perceptie en besluiten is eveneens een belangrijke stap. “Realiseer je hoe groot de verleiding is om iemand te kiezen die op jou lijkt”, stelt Huijer. Die bereidheid tot zelfreflectie, dialoog en begrip zijn de sleutelwoorden om verder te komen.

      Esther Mollema kan dit alleen maar onderschrijven. “Werk aan meer dialoog en verbeter samen. Nodig vooral de groep waarover je spreekt uit aan tafel.  In Nederland vindt het diversiteitsdebat vaak plaats zonder de groep waarover het gaat.”  Bovendien is fouten maken menselijk. “Vergeef jezelf en een ander als je in pogingen om meer inclusief te zijn, soms fouten maakt. Zie het als proces waarin je iedere dag een beetje bijleert hoe inclusief zijn werkt en hoe jij eraan kan bijdragen. Een open houding is belangrijk om het verschil tussen zelfbeeld en lege tolerantie te doorbreken”, meent Mollema. “Daarnaast moet je eerlijkheid beter organiseren. Garandeer gelijkheid door onbewuste vooroordelen uit je processen te organiseren. Strakker aansturen van werving & selectie, beoordelingen, promoties en besluitvorming. Geef hier minder kans aan onbewuste vooroordelen. En ja, dat is lastig te accepteren voor Nederland die vaak denken dat ze het zonder strakke regels het ook wel goed doen. Maar juist Nederlanders hebben strakke afspraken nodig om op het gebied van diversiteit en inclusie resultaten te halen.”

       

       

       

      Workshop Onbewuste vooroordelen voorkomen in Beoordelingen/Reviews

      Workshop Onbewuste vooroordelen voorkomen in Beoordelingen/Reviews

      Wat levert een incompany workshop rond onbewuste vooroordelen bij beoordelingen op?

      • Herkennen en Benoemen: De deelnemer kan na de workshop makkelijker situaties herkennen waarin onbewuste vooroordelen bij beoordelingen een rol kunnen spelen bij zichzelf en bij anderen en deze benoemen.
      • Beter beoordelen: De deelnemer is in staat om maatregelen te treffen om onbewuste vooroordelen te verminderen en inclusie te vergroten voor kwalitatief betere beoordelingen.

      Afhankelijk van het doel van de workshop duren de trainingen tussen de twee uur en een hele dag.

       

      Programma

      Onderdelen van het programma (hier maken we samen een op maat programma voor jouw organisatie van):

      • Introductie over Onbewuste Vooroordelen, waarom iedereen ze heeft én de impact van deze vooroordelen op beoordelingen – feiten en inzichten.
      • Wat zijn de meest dominante onbewuste vooroordelen specifiek in Nederland?
      • Wat is de impact van Onbewuste Vooroordelen op loopbanen en kansen: we bespreken kansen op zichtbaarheid, actieve hulp, hoe en welke feedback medewerkers ontvangen en de impact van aangeboren privileges.
      • Hoe kan je je optimaal op reviews/beoordelingen voorbereiden? Onderwerpen die we hier behandelen zijn:
        • Welke onbewuste vooroordelen zitten jou wellicht in de weg?
        • Waar sta jezelf in de 4 fases van Diversiteit en Inclusie bewustzijn?
        • Hoeveel veiligheid is er en hoe kan je dat bespreekbaar maken?
      • Oefenen met herkennen 7 mogelijke rode bias vlaggen in reviews/beoordelingen.
      • Oefenen met gesprekken om onbewuste vooroordelen te bespreken en te beslechten.

      Deze training geeft Esther live en als webinar in zowel Nederlands als Engels.

       

      Doelgroep

      Training is gemaakt voor mensen die andere mensen beoordelen.

      Iedere training wordt aangepast aan het kennis -en vaardigheidsniveua van de deelnemersgroep.

       

      Direction Mindbugstest

      We raden aan deze workshop te combineren met de Direction Mindbugstest. Deze brengt de onbewuste vooringenomenheid van de deelnemers in kaart. Er is keuze uit drie verschillende testen. Het is een goede manier om het onderwerp dichtbij te halen en vergroot de zelfkennis van de deelnemers. De test dient als voorbeeld om te laten zien hoe bias werkt bij de individuele deelnemers. We vragen we de deelnemers vooraf online een Direction Mindbugstest in te vullen. Deze test vraagt 2 x 8 minuten tijd.

      Een jaar na Black Lives Matter – de uitslagen en inzichten van onze Huidskleur en Vertrouwen Testen

      Een jaar na Black Lives Matter – de uitslagen en inzichten van onze Huidskleur en Vertrouwen Testen

      Maar liefst 1.261 mensen hebben het afgelopen jaar onze test gedaan om hun Onbewuste Vooroordelen te onderzoeken op Huidskleur en Vertrouwen.

       

      De uitslagen laten het volgende zien:

      • 81% van alle respondenten gaven aan neutraal of positief te kijken naar andere mensen, ongeachte hun huidskleur.
      • 97% van alle respondenten gaf ook aan dat huidskleur geen impact heeft op hun idee of iemand een goed leider voor een organisatie zou zijn.

      Daarna werden de mensen getest op hun mogelijke bias op huidskleur. Dit deel van je test gaat niet meer over je mening maar meet je onbewuste vooroordeel op mensen met een lichte of donkere huidskleur. De scores op dit onderdeel lieten zien dat de meeste respondenten zich wel degelijk door iemand huidskleur laten beïnvloeden:

      • 25% van de respondenten hebben een voorkeur voor mensen met een donkere huidskleur, waarvan 8% sterk.
      • 75% van de respondenten hebben een voorkeur van mensen met een lichte huidskleur waarvan 51% sterk.

      De test laat bij veel van de respondenten een grote discrepantie zien tussen hoe de respondenten menen te handelen en hoe ze in werkelijkheid handelen op basis van iemands huidskleur. Het kan zijn dat  mensen met grote verschillen tussen hun mening en hun onbewuste vooroordeel onbedoeld mensen op basis van hun huidskleur uitsluiten en discrimineren. Hoe groter de discrepantie, hoe harder je moet werken om iedereen een eerlijke kans te geven.

      Invullers die aangaven veel om te gaan met mensen met andere huidskleuren of zijn die in een diverse omgeving zijn opgegroeid lieten minder hoge onbewuste biases zien op huidskleur.

      Dit is conform onderzoek.  Werken aan “vriendschap” met mensen die anders zijn dan jezelf is een betrouwbare weg richting minder onbewuste vooroordelen. Het heet de contacttheorie.  Opvallend is bovendien dat door het positieve contact met mensen die worden gerekend tot de ene groep, iemand ook positiever kan worden naar mensen die worden gerekend tot een andere groep (secondary transfer effect). Een van de eerste stappen die je kunt nemen om onbewuste vooroordelen te verminderen om meer diversiteit van mensen op te zoeken en mee om te gaan.

      Voor achtergrond over de test zie onze andere site https://mindbugstest.nl.  Alle mensen die de test hebben gedaan hun persoonlijke, vertrouwelijke rapportage per e-mail ontvangen.

      Nieuwe werkgewoonten vasthouden in je team na deze Pandemie? 4 tips om dit in je team te organiseren

      Nieuwe werkgewoonten vasthouden in je team na deze Pandemie? 4 tips om dit in je team te organiseren

      Zijn er in jouw organisatie al afspraken gemaakt over hoe jullie na de COVID crisis het werk gaan organiseren? Is het al duidelijk hoe jij thuiswerken en werken op kantoor gaat combineren? Nog niet? Dan is het de hoogste tijd om dat samen te gaan bespreken omdat nieuwe gewoonten langzaam inslijten.

      Unieke kans in deze ongekende tijden om je te ontdoen van minder effectieve gewoonten

      Een crisis als deze pandemie is ongekend en komt slechts een keer in de honderd jaar voor. Voor iedereen was en is het leven echt anders nu.  We hebben ook in ons werk dingen gedaan die we eerder voor onmogelijk hielden: collega’s soms al een jaar niet gezien, thuiswerkplekken geïmproviseerd en toch productief gebleven, elkaar zo goed mogelijk gesteund en klanten goed geholpen.

      Nu is de tijd om de zaken die we anders maar wellicht echt beter hebben gedaan om te zetten in nieuwe afspraken en gewoonten in teams.

      Hier een vier stappen aanpak om in je team te bespreken en samen aan te pakken:

      Stap 1: Welke COIVD inzichten en ervaringen over werken wil je vasthouden?

      Bevraag in je team elkaar uitgebreid over wat iedereen in de crisis vooral anders heeft gedaan en wat er behouden moet worden. Identificeer welke werkafspraken en procedures in je team je daarvoor moet aanpassen. Bespreek die afspraken en manieren van werken die voorheen als de norm werden beschouwd en die je nu wilt elimineren, omdat ze niet langer nodig zijn.  Een voorbeeld daarvan is bepaalde overleggen die je voorheen in persoon op kantoor deed, maar die prima online kunnen worden afgehandeld.

       

      Stap 2: Opschrijven en communiceren van alle nieuwe afspraken  

      De nieuwe afspraken moeten duidelijk worden opgeschreven en met het hele team en wellicht ook de organisatie gecommuniceerd worden. Besteed hier veel aandacht aan om misverstanden te voorkomen.

       

      Stap 3: Creëer een werkomgeving die de nieuwe gewoontes en afspraken stimuleren

      Mensen zijn gewoontedieren. Veel mensen gingen voor COVID vooral naar kantoor uit gewoonte blijkt uit veel onderzoek. Als je straks ander gedrag wilt met je team is het noodzaak elkaar te helpen de nieuwe gewoontes echt aan te leren. Dus als je afspreekt dat collega’s niet meer naar kantoor komen om de hele dag te bellen, sloop je na het bevestigen van deze afspraken direct ook de belhokjes eruit zodat mensen niet toch in oud gedrag kunnen vervallen. Dat vervallen in oud gedrag ligt echt op de loer omdat we dat toch het beste kennen. COVID ziet ons brein toch een beetje als een crisis situatie en wil soms onbewust toch liever terug naar het oude omdat je brein de voorkeur geeft aan die gewoonten die je het beste kent, vooral onder druk.  Onderzoek en bespreek de triggers in je team waardoor jij en je collega’s wellicht makkelijk in oude normen kunnen terugvallen, zoals bijvoorbeeld toch weer iedere dag dat je werkt naar kantoor gaan terwijl dat helemaal niet je bedoeling was.  Let er vooral op dat leidinggevenden zichzelf ook echt aan de nieuwe afspraken houden.

       

      Stap 4:  Blijf alert tot het nieuwe patroon echt is ingesleten: 66 dagen echte focus

      De neiging om terug te vallen in oude routines ligt iedere dag op de loer. Het is daarom belangrijk om je nieuwe gewoontes voor tenminste 66 dagen iedere dag opnieuw met veel aandacht te doen. Het gaat dus niet alleen om de afspraken, een goede communicatie over de afspraken en de eerste dagen, maar vooral het volhouden. Blijf mensen herinneren wat de nieuwe procedures zijn totdat ze niet meer nieuw voelen. Herhaal de voordelen van de nieuwe afspraken en werkwijzen steeds opnieuw. Doe dit op gezette tijden en niet alleen als het niet goed gaat. Alleen dan gaat het je samen echt lukken nieuwe en betere gewoontes te bouwen die je team sterker maken.

      Veel succes!

      Zie ook onze training: Manager van Virtuele Teams hier