Meerderheid vrouwen, mannen nog steeds aan het roer.

Meerderheid vrouwen, mannen nog steeds aan het roer.

Het lijkt zo aannemelijk dat als er veel vrouwelijke talenten in de organisatie werkzaam zijn, er vanzelf meer vrouwen naar topposities van die organisaties doorgroeien. Maar klopt dat ook? We gingen op onderzoek.

HBR Staff/EschCollection/Getty Images

Afbeelding door HBR/ EschCollection/Getty Images

Op donderdag 10 oktober hebben we de resultaten van ons onderzoek in de goede doelensector aan deze rapportage toegevoegd.

Een eerste verkenning bracht ons bij een publicatie van Harvard Business Review (HBR) uit april 2024. Daarin lazen we dat bij de non-profit sector in de Verenigde Staten, waar het merendeel van de medewerkers vrouw is, vrouwelijke representatie in de top juist vaak ontbreekt. De publicatie liet ook zien: hoe meer omzet, hoe vaker mannen de organisatie aansturen. Wij waren benieuwd hoe dat er in Nederland eruitziet en deden onderzoek naar vijvenzeventig ANBI’s (Algemeen But Beogende Instelling) met de hoogste omzet binnen de non-profit sector, specifiek in het onderwijs, in de zorg en in de goede doelensector. Want ook in ons land zijn dit sectoren waarin bewezen meer vrouwen werken dan mannen.

En om maar meteen met de conclusies te beginnen: in Nederland zien we hetzelfde beeld. Ondanks dat de meerderheid van de medewerkers in deze sectoren op alle niveaus vrouw is, is het percentage vrouwen in het bestuur van deze organisaties ook in Nederland lager. Net als in het Amerikaanse HBR-onderzoek, zagen we het percentage vrouwen afnemen in de hoogste lagen van de organisatie. En we zagen dat ook in Nederland de keuze voor de hoogste leiderschapspositie minder vaak op vrouwelijk talent valt als de organisatie groter wordt en meer omzet maakt.

Je zou dus kunnen stellen dat hoewel er in die organisaties meer vrouwen dan mannen werken en zij zich kunnen kandideren voor leidinggevende rollen, ze vaker blijven steken voor de top. Dit fenomeen wordt ook wel het Glass Escalator Effect (Glazen Roltrap Effect) genoemd: de mannen lijken op een symbolische roltrap naar de top te staan, terwijl die roltrap voor vrouwen ontbreekt, wat hun carrière belemmert. Mannen hebben hierdoor wel én makkelijker toegang tot topposities, ook als zij gaan werken in industrieën waarin zij ondervertegenwoordigd zijn. Hoe komt dit?

Uit het HBR-onderzoekt blijkt dat deze symbolische roltrap voor mannen het gevolg is van onbewuste vooroordelen: het onbewuste idee dat mannen betere leiders zijn en als de organisatie groter wordt de onbewuste aanname dat mannen dat het best aankunnen. Dat mannelijke eigenschappen nog altijd (onbewust) sterk worden geassocieerd met leiderschapskwaliteiten, zien wij ook terug in de resultaten van onze mindbugstesten in Nederland. Die laten zien dat 81% van de deelnemers aan die testen  (n=19.004, mannen én vrouwen!) een onbewuste voorkeur heeft voor een man als leider. Dit terwijl 96% van de deelnemers vooraf aangaf geen onderscheid te maken in gender voor leiderschapsposities. Daarnaast blijkt dat mannen die een traditioneel vrouwelijke rol vervullen (door bijvoorbeeld verpleegkundige te worden) hiervoor vaak overmatig worden geprezen. Klik hier voor meer uitleg.

 

The Glass Escalator Effect in Nederland: ons onderzoek

Ons onderzoek binnen dezelfde sectoren in Nederland bevestigde dus de Amerikaanse resultaten, zoals uit onderstaande cijfers blijkt. Allereerst zien we de oververtegenwoordiging van vrouwen binnen deze sector niet terug in de besturen van deze organisaties: het percentage vrouwen in de top blijft daar onder of rond de 50% hangen. Bij de goede doelensector valt op dat de gemiddelde aanwezigheid van vrouwen in de raad van bestuur wel hoger is. Desondanks blijft dit percentage achter bij het hoge gemiddelde percentage vrouwen in de sector. Hiernaast zien we ook dat het percentage besturende vrouwen binnen de sector afneemt naarmate de omzet stijgt. Dit is zichtbaar in de vergelijking tussen de top 10 met de meeste omzet en de tien organisaties met de minste omzet.

 

  Algemeen Raad van Bestuur Voorzitter Raad van Bestuur
Categorie Gemiddeld % vrouw Gemiddeld % vrouw % vrouw 10 organisaties met hoogste omzet % vrouw 10 organisaties met laagste omzet Gemiddeld % vrouw % vrouw 10 organisaties met hoogste omzet % vrouw bij 10 organisaties met laagste omzet
Hoger onderwijs 76.8%* 51.3% 46.6.% 55.0% 52.0% 40 % 50 %
Zorginstellingen 53.3%** 47.6% 42.5% 48.3% 42.0% 40 % 55 %
Goede doelen 68.9%*** 60.0% 57,5% 59,9% 52.2% 50% 60%

* rapportage door 16 van de 25, ** rapportage door 9 van de 25, ***rapportage door 6 van de 25

En ten slotte laat ons onderzoek zien dat de oververtegenwoordiging van vrouwen in deze sector niet resulteert in een groter aantal vrouwelijke voorzitters van de raad van bestuur of algemeen directeuren. En dat de kans daarop afneemt naarmate de omzet groeit. Andersom zien we dat vrouwen tot wel 15% vaker vertegenwoordigt zijn aan de top van kleinere organisaties met een lagere omzet, in vergelijking met de grootste organisaties binnen hun sector.

Opvallende resultaten in het licht van de consequente oververtegenwoordiging van vrouwen in de non-profitsector [1]. Samenvattend concluderen wij dus dat de hoogste posities, ook binnen de ANBI-organisaties, onevenredig vaak aan mannen worden toebedeeld, ondanks de aanwezigheid van veel vrouwelijke werknemers en talenten in deze sectoren. Ook in Nederland bestaat het ‘glass escalator’ fenomeen.

Ten slotte dit. In ons onderzoek en dit artikel hebben wij gefocust op het ‘glass escalator’ effect, en dus het verschil in kansen voor mannen en vrouwen in de non-profit sector in Nederland. Het artikel van HBR heeft dit effect ook onderzocht in de context van etniciteit. Dat HBR-onderzoek en de adviezen die zij daarover meegeven kun je hier vinden.

 

 

[1] Uitleg algemene vrouw-man verdeling

Hoewel elke ANBI-organisatie in hun jaarverslag of website rapporteert over de samenstelling van het bestuur en de voorzitters, rapporteert niet elke organisatie over de algemene man-vrouw verdeling. De organisaties die hierover wel rapporteren, tonen een eenduidig beeld: het merendeel van de werkzame mensen is vrouw. Om deze cijfers te valideren, hebben we onze cijfers vergeleken met openbaar verkrijgbare statistieken voor de onderzochte sectoren online.

 

Van Weerstand naar Winst: De Onbenutte Kracht van Diversiteit in Organisaties

Van Weerstand naar Winst: De Onbenutte Kracht van Diversiteit in Organisaties

Juan Moyano/ Getty Images - door Harvard Business Review

Afbeelding Juan Moyano/ Getty Images via Harvard Business Review 

Naar aanleiding van haar observaties dat veel organisaties nog steeds worstelen met het werken aan meer diversiteit, zet Esther in dit artikel de noodzaak, kracht en uitdagingen ervan op een rij.

Diversiteit: Briljant of Belemmerend?

Onze geschiedenis is doordrenkt van ideeën die aanvankelijk werden weggewuifd, maar uiteindelijk cruciaal bleken voor vooruitgang. Hieronder enkele historische voorbeelden van revolutionaire denkers die eerst werden bespot voordat de waarde van hun ideeën breed werd erkend:

 

 

  • Galileo Galilei mocht in 1620 niet meer lesgeven nadat hij had beweerd dat de zon, en niet de aarde, het centrum van het heelal was.
  • Ignaz Semmelweis werd in 1850 ontslagen na zijn suggestie dat betere hygiëne in ziekenhuizen, zoals handen wassen, het aantal sterfgevallen drastisch zou kunnen helpen verminderen.
  • Zwangere vrouwen die in 1860 hun bevalling liever door een arts lieten begeleiden dan door een pastoor of dominee, werden als ondankbaar en niet vroom beschouwd.

 

  • Josephine Cochrane vond in 1886 de vaatwasser uit, waarna haar uitvinding werd weggehoond als nutteloos omdat vrouwen dan niets meer te doen zouden hebben.
  • Svante Arrhenius berekende in 1896 voor het eerst de potentiële opwarmende effecten van koolstofdioxide, maar zijn bevindingen werden destijds nauwelijks serieus genomen.
  • In de jaren 60 werden artsen die waarschuwden voor de gevaren van roken belachelijk gemaakt door collega’s, die roken aanprezen als gezond, stressverlagend en zelfs als een remedie tegen astma.

 

Dit rijtje laat zien dat briljante ontdekkingen die we nu benutten, in de tijd van ontstaan als belachelijk werden afgedaan. Hun vindingen strookten niet met de toen gangbare opvattingen en de grote meerderheid hield vooruitgang tegen door vernieuwende denkers te ridiculiseren.

De weerstand tegen verandering, een menselijk trekje zoals ik straks toelicht, leidde in veel gevallen tot het vertragen of zelfs blokkeren van ontwikkelingen die uiteindelijk de samenleving als geheel ten goede zouden gekomen. Het roept de vraag op welke vooruitgang we vandaag de dag geblokkeerd zien door de weerstand tegen verandering. In de maatschappij als geheel en binnen organisaties.

Hoe Diversiteit Je Organisatie Kan Transformeren – Als Je Het Toelaat

In de huidige, complexe wereld is het vermogen om verschillende perspectieven te integreren cruciaal voor het succes van organisaties. Het effectief omgaan met de vele uitdagingen die we hebben, zowel intern als extern, vereist zorgvuldig verkennen en uitwerken van mogelijkheden om uiteindelijk gewogen besluiten te kunnen nemen. Om deze beslissingen op een gedegen manier te kunnen nemen, is het essentieel dat organisaties verschillende invalshoeken in huis halen door actief diverse teams te bouwen. Deze diversiteit zorgt ervoor dat alle mogelijkheden grondig worden gewogen en dat beslissingen breder worden gedragen.

Talloze onderzoeken hebben inmiddels de waarde van deze diversiteit in teams steeds duidelijker aangetoond. Studies van gerenommeerde instellingen zoals McKinsey, Glassdoor, Deloitte en andere [1] laten zien dat organisaties die openstaan voor diverse perspectieven significant beter presteren. Ze excelleren niet alleen in innovatiekracht en besluitvorming, maar ook in het vergroten van hun marktaandeel en het verhogen van klanttevredenheid. Bovendien zijn dergelijke organisaties succesvoller in het aantrekken en behouden van talent, doordat ze een omgeving creëren waarin verschillende ideeën worden gewaardeerd en waar medewerkers zich uitgedaagd en gesteund voelen.

Toch blijkt diversiteit, ondanks al het overtuigende bewijs van de voordelen, in veel organisaties een gevoelig en vaak lastig te implementeren thema. Dat lijkt soms te wijten aan een gebrek aan kennis over de voordelen, maar vooral ook aan het daadwerkelijk willen omarmen en integreren van diverse perspectieven in de organisatiecultuur. Ten slotte vergt het ook moed en doorzettingsvermogen van leiders om deze verandering door te voeren, richting een mooie beloning: een veerkrachtigere, innovatievere en succesvollere organisatie.

 

HBR Staff/ Westend61/ simonkr/ Getty Images

Afbeelding door HBR Staff – via Harvard Business Review

De Diversiteitsparadox: Begrijpen dat Wat Goed is Niet Vanzelf Komt

Als de voordelen van diversiteit zo duidelijk zijn, waarom blijft het dan een lastig onderwerp in veel organisaties? Dit fenomeen staat bekend als de ‘diversiteitsparadox’. Ondanks het overweldigende bewijs uit talrijke onderzoeken die aantonen dat diversiteit leidt tot betere innovatie, besluitvorming en concurrentievoordeel, blijven veel organisaties en individuen terughoudend in het volledig omarmen ervan. Deze terughoudendheid komt voort uit een diepgewortelde neiging om te kiezen voor het bekende: gemak en stabiliteit, zelfs als dat betekent dat de bewezen voordelen van diversiteit worden genegeerd en dus niet geoogst.

Er zijn twee belangrijke redenen die deze paradox verklaren:

  1. Macht en Behoud van Status Quo

Een belangrijke factor die de diversiteitsparadox verklaart, is de angst voor verandering binnen de gevestigde orde en daarmee mogelijk verlies van hun macht en status. Dit verzet, gedreven door eigenbelang, belemmert de vooruitgang en blokkeert nieuwe ideeën en ontwikkelingen die juist tot meer groei en succes zouden kunnen leiden binnen de organisatie als geheel.

Een voorbeeld hiervan was het verzet binnen de TU Eindhoven tegen plannen die een einde moesten maken aan de ongelijke man-vrouwverdeling onder wetenschappelijke stafleden. Jarenlang kwamen allerlei plannen niet van de grond, tot vanaf 1 juli 2019 vacatures voor hoogleraren de eerste zes maanden exclusief open werden gesteld voor vrouwen. De meerderheidsgroep verzette zich hevig: eind oktober 2019 hadden maar liefst 54 mannen een klacht ingediend bij het antidiscriminatiebureau Radar en het College voor de Rechten van de Mens (CVRM). Hoewel het plan enigszins aangepast moest worden, kon het grotendeels ongewijzigd doorgaan. De meerderheidsgroep moest zijn verzet opgeven en nu vult de TU Eindhoven de helft van alle vacatures in met vrouwen.

Ook Unilever liet zien dat als je echt wilt in korte tijd 50% van het topmanagementfuncties naar vrouwen kunt laten gaan. En de Raad van Toezicht van de Wilde Ganzen koos onlangs voor 3 nieuwe Raad van Toezicht leden met een cultureel diverse achtergrond omdat ze ook in de Raad van Toezicht de visie van de Wilde Ganzen meer wilde uitdragen.

  1. Menselijke Natuur en Verlangen naar Comfort

Een tweede factor die de diversiteitsparadox verklaart, is de natuurlijke neiging van de mens om zich comfortabeler te voelen in homogene groepen, waarbinnen minder conflicten en uitdagingen ontstaan. Dit gevoel van comfort is historisch bepaald, omdat mensen van oudsher overleefden in hechte, gelijkgestemde gemeenschappen. In een prehistorische context was deel uitmaken van een homogene groep met gemeenschappelijke normen en waarden essentieel voor je overlevingskansen, veiligheid en samenwerking. Deze evolutionaire voorkeur voor homogeniteit heeft zich door de eeuwen heen voortgezet, waardoor het onbewuste brein van mensen zich nog steeds prettiger voelt in groepen waarin ze zichzelf in anderen herkennen.

Hoewel mensen vaak zeggen meer diversiteit na te streven, blijkt uit onderzoek dat hun brein meer rust ervaart in omgevingen met gelijksoortigen. Zelfs als zo’n omgeving minder effectieve besluitvorming oplevert. Dat maakt dat het onbewuste brein, waarmee je het merendeel van je dagelijkse beslissingen neemt, de voorkeur geeft aan mensen die op jou lijken. Het is ook de reden dat nieuwe medewerkers zich in zo’n homogene omgeving vaak bijzonder snel aanpassen aan de heersende normen en gedragingen. Herkenbaar?

 

 

  • Als je voor 2005 als man zonder stropdas naar je werk ging, werd je niet ambitieus gevonden en had je waarschijnlijk geen belangrijke functie. Dus hield je de stropdas maar om.
  • Als je in 1989 alcoholvrij bier of een frisje dronk omdat je verantwoord wilde autorijden, werd je weggezet als een saaie burger en was je het middelpunt van veel spot, hoon en grappen door de meerderheid. Dus dronk je maar mee met de anderen.

 

 

  • Als je rond 2010 thuiswerken toestond om medewerkers te helpen hun privéleven en ambities fijner en efficiënter te combineren en daardoor bewezen medewerkers meer motiveerde en waardeerde, werd je gezien als een zwakke leidinggevende. Dus mocht thuiswerken ook van jou niet.
  • Als alle teamleden ‘ja’ en ‘amen’ zeggen tegen de leidinggevende, slik je je eigen feedback die in een andere richting wijst ook maar in.

 

We willen er onbewust graag bijhoren. Je onbewuste brein geeft zo, wellicht vaker dan jij denkt, de voorkeur aan het gemak van een homogeen team boven het nastreven van betere resultaten voor de organisatie. We kiezen dus vaak onbewust voor comfort, wat betekent dat de voordelen van diversiteit daarmee worden genegeerd.

Waar staat jouw Organisatie? Gaan jullie Galilieo vinden? 

Herken je bovenstaande redenen voor de diversiteit paradox, ook binnen jouw organisatie of binnen jezelf? Herken je het mogelijke verzet van de gevestigde orde? Zijn er ongeschreven regels actief die voor hen gunstig zijn maar niet voor anderen of de organisatie als geheel?

Zo weet ik nog dat ik aan het begin van mijn loopbaan (en met mij veel vrouwen) verstrikt raakte in de ongeschreven regels rond moederschap en ambitie. De gevestigde orde gaf aan het niet normaal te vinden dat je als moeder fulltime ging werken, én zij hanteerden ook de regel dat je geen manager kon worden als je niet fulltime werkte. Op dit moment hoor ik van veel net gepromoveerde vrouwen dat ze het commentaar krijgen dat ze die promotie waarschijnlijk hebben gekregen omdat er een vrouw benoemd moest worden. Vooral als die opmerking uit de mond van heersende machthebbers binnen je organisatie komt is dat een heel schadelijke opmerking en  onbewuste poging om oude belangen in stand te houden of te herstellen.

Herken je in je organisatie ook de verwoestende onbewuste voorkeur voor mensen die op de top lijkt? Dat zie aan wie er in een team worden aangenomen, welke beoordelingen ze krijgen en wie promotiekansen heeft of krijgt. En wie niet. Maar ook naar wie er geluisterd wordt tijdens overleggen en hoe het werk binnen het team wordt verdeeld. Vooral in Nederland is dit nog steeds een grote uitdaging omdat veruit de meeste Nederlanders denken geen last te hebben van onbewuste vooroordelen (Lees als je hierover meer wilt weten mijn blog).

De toekomst van je organisatie hangt sterk af van het vermogen om de kansen van diversiteit te benutten. Hoe gaat dat in jouw organisatie? Welke mensen en welke ongeschreven regels belemmeren vooruitgang? Welke moeilijke gesprekken moeten worden gevoerd en welke harde noten gekraakt? Hoe kunnen jullie deze onderwerpen met elkaar bespreekbaar maken? Dit zijn cruciale vragen, want de toekomst van je organisatie staat op het spel.

[1] 1.       ( McKinsey (2015, 2018, 2020, 2023), Glassdoor (2014),  Deloitte (2022), Boston Consulting Group, (2018), Center for Talent Innovation (2013), EEOC (2016),Credit Suisse (2016), PwC (2019), HBR (2016))

 

Eén Inclusieve Gewoonte A Day…

Eén Inclusieve Gewoonte A Day…

Yesterdat You Said Tomorrow Nike 2022

 

De afgelopen tijd heeft Emmalotte zich verdiept in de Tiny Habits methode van Stanford hoogleraar BJ Fogg. Haar certificatie training leverde een mooi sleutelinzicht op: je kunt inclusief gedrag integreren in je routine door het ontwikkelen van… gewoontes. En dat is mooi, want bij het bouwen van een goed team waarin iedereen optimaal tot z’n recht komt en zich kan inzetten gaat vaak juist over hoe je met elkaar omgaat op de kleine momenten.

We delen dan ook graag vijf tips met je om te werken aan het ontwikkelen van inclusieve gewoontes:

 

#1 Maak wat je wilt veranderen heel klein.

Vaak denken we bij inclusiever willen zijn in termen van ‘alles-of-niets’. Probeer in plaats daarvan kleine, betekenisvolle gewoontes te vinden die passen bij jezelf en bij wat je wilt bereiken en zorg dat ze in je dagelijkse routine passen. Neem je bijvoorbeeld voor om aan het einde van elke vergadering naar de mening te vragen van één collega die weinig heeft gezegd. Of besluit dat je, nadat je zelf feedback hebt gegeven, ook om feedback vraagt van je collega. Als je een gewoonte klein maakt en heel consequent uitvoert, wordt deze een vast onderdeel van je dagelijkse routine. Hierdoor kan er ook motivatie ontstaan om nog meer of aan andere dingen te werken die hiermee te maken hebben. Het kost je zo elke dag maar een klein beetje moeite en aandacht om je goede gewoontes op te bouwen en bij te houden.

#2 Ontdek wat jou motiveert.

Het opleggen van gedrag, aan jezelf of anderen, is niet effectief voor het bereiken van een duurzame gedragsverandering. Verken dus binnen het thema inclusie waar jouw persoonlijke focus en interesses liggen en kies gewoontes die voor jou uitvoerbaar zijn. Misschien vind je het bijvoorbeeld nu nog te uitdagend om voor iemand op te komen die regelmatig wordt onderbroken maar vind je het van nature heel fijn om je te verbinden met je collega’s. Overweeg dan om te starten met een gewoonte die meer aansluit bij wat je al doet, zoals tijdens je gebruikelijke lunchpauze te focussen op wat je gemeenschappelijk hebt met anderen, in plaats van de onderlinge verschillen uit te lichten. Zo’n aanpak kan je op den duur het vertrouwen geven om ook andere uitdagingen aan te gaan.

#3 Niet gebonden zijn door beperkende identiteiten.

Mensen vertellen zichzelf vaak dat ze niet iemand zijn die…’. Zo zien sommigen zichzelf niet als sociaal of juist als conflict mijdend. Dit zorgt ervoor dat de gewoontes die niet overeenkomen met dit zelfbeeld, deze zelfopgelegde identiteit, niet volledig door het brein worden omarmd. In de psychologie noemen we dit cognitieve dissonantie: je wilt onbewust dat jouw ideeën over jezelf overeenkomen met hoe je handelt. Bedenk wat voor effect het kan hebben als je een nieuwe inclusieve identiteit bij jezelf aanwakkert. Als je oprecht gelooft dat je een ‘betrokken collega’ of een ‘ally’ voor minderheden bent, dan ga je ook zo handelen. En met je nieuwe gewoontes cultiveer je dan een stukje van die nieuwe identiteit.

#4 Je verandert het best door je goed te voelen.

Wist je dat een gewoonte vooral blijft hangen als het je een goed gevoel geeft? Dat goede gevoel zorgt ervoor dat het gedrag een vast plekje in je hersenen krijgt. Daarom moedigen we je aan om je successen, hoe klein ook, te vieren. Uit te vergroten. Maak er dus ook een gewoonte van om het succesvol uitvoeren van je inclusieve gewoontes te erkennen en te vieren. Zo kun je met behulp van het gevoel van succes, niet te verwarren met de grootte ervan, je zelfvertrouwen en motivatie vergroten om door te gaan met je nieuwe gewoontes.

#5 Bonus: Neem deze adviezen mee als je anderen wilt helpen.

Als je collega’s wilt inspireren om ook inclusieve gewoontes te ontwikkelen, is het waardevol deze tips toe te passen in je benadering. Neem Tip 2 (Help mensen te doen wat hen motiveert) en Tip 4 (Mensen veranderen het best als ze zich goed voelen) als je grondprincipes. Stimuleer collega’s om zelf te bedenken hoe zij aan inclusie kunnen werken, in plaats van gedrag op te leggen. En vier samen elkaars successen. Het is cruciaal om elkaar te steunen en een goed gevoel te geven tijdens het streven naar meer inclusie. Je kunt collega’s ook helpen door Tip 1 (Maak het klein) en Tip 3 (Nieuwe identiteiten aannemen) in te zetten. Leg uit dat door gewoontes kleiner te maken ze elke dag uitvoerbaar zijn. Je kunt ook bijdragen aan het vormen van inclusieve identiteiten met gerichte complimenten zoals: ‘Wat fijn dat je zo betrokken bent bij mij!’, ‘Jij weet altijd zo goed wat er speelt bij iedereen’ of ‘Ik bewonder hoe je opkomt voor wat nodig is’.

We hopen dat deze tips jullie helpen om grote plannen voor inclusie om te zetten in dagelijks gedrag.

Roerige Tijden in Nederland: Het Belang van Geduldige Transformaties

Roerige Tijden in Nederland: Het Belang van Geduldige Transformaties

 

Het is onrustig in de Nederlandse samenleving en binnen veel organisaties; beide worden geconfronteerd met aanzienlijke uitdagingen. Deze uitdagingen vragen om leiders die niet alleen besluitvaardig zijn, maar daarbij ook in staat zijn om zich in te leven in de belangen van burgers en werknemers en zich met hen te verbinden.

In dit artikel werpt Esther een kritische blik op hoe politieke en organisatorische leiders te vaak de kaart van snelle besluitvorming trekken. Zij noemen dit vaak “high performance” leiderschap omdat het actiegericht en daadkrachtig overkomt, maar deze aanpak is niet de magische formule die ons land of organisaties naar een High Performance-niveau zal tillen. Als inwoners en medewerkers zich niet herkennen in de maatregelen, blijven vertrouwen en draagvlak uit en zowel doelen als oplossingen buiten bereik. Een sterk pleidooi voor een langetermijnvisie en een empathische vorm van leiderschap op de weg naar duurzaam succes, waarbij het HPO-framework duiding geeft.

Als strategisch adviseur en trainer merk ik dat vrijwel elke organisatie momenteel aanzienlijke uitdagingen het hoofd moet bieden. De uitdagingen zijn divers: digitale transformaties, personeelstekorten, klimaat gerelateerde vraagstukken, de energietransitie, het verbeteren van efficiëntie, financiële vraagstukken, integratie van bedrijfsonderdelen, toenemend wantrouwen van stakeholders en de adoptie van hybride vormen van samenwerking. Al deze zaken vereisen een doordachte aanpak.

Uit onderzoek van Gartner blijkt dat organisaties in 2016 gemiddeld twee organisatie brede transformaties hebben doorgevoerd. Dit aantal is in 2022 gemiddeld gestegen naar tien, wat aanzienlijke druk op organisaties legt. Leiders moeten snel reageren en effectief uitvoeren en tegelijkertijd hun organisaties flexibel en veerkrachtig houden om voortdurend te kunnen blijven vernieuwen en transformeren als geheel.

 

Verbinden, Ontwikkelen en Betrekken
De transformatiesnelheid lijkt zich moeizaam te verhouden tot medewerkers die verlangen naar meer psychologische veiligheid, diepere verbindingen, authentieke interacties en erkenning. Uit onderzoek van The Workforce Institute blijkt dat negen van de tien leiders in organisaties geloven dat hun organisatie dit alles biedt en daarmee de mentale gezondheid van hun werknemers positief beïnvloedt. Echter, 70% van de werknemers in diezelfde organisaties geeft aan dat de organisatie en hun direct leidinggevende een grotere negatieve invloed hebben op hun mentale gezondheid dan hun levenspartner. Zij verlangen naar werkomgevingen waarin organisaties en hun leidinggevenden in het bijzonder actief bijdragen aan hun persoonlijke groei en het benutten van hun volledige potentieel. Het is een belangrijk signaal: medewerkers willen meer erkenning en serieus genomen worden en zijn niet vanzelfsprekend bereid om mee te gaan in alle veranderingen. Ze willen een stem in die veranderingen en aandacht voor hun persoonlijke belangen.

 

Afbeelding: Onderzoek Gartner over het groeiend gat tussen noodzakelijke veranderingen en de betrokkenheid van medewerkers. In het artikel betoogt Esther dat in onze maatschappij dezelfde uitdaging geldt.

 

De Dubbele Uitdaging 
De uitdaging is om in de noodzakelijke vaart de mens niet kwijt te raken, en nog sterker: om die actief te betrekken bij de vormgeving van oplossingen en aangehaakt te houden in het proces. Veel veranderingen en transformaties kunnen immers alleen slagen als alle medewerkers zich volledig inzetten, daarvoor is het nodig dat zij actief onderdeel worden van de oplossing. Zonder dat, zullen ze niet zomaar in de gewenste beweging komen (of deze zelfs actief tegenwerken). it fenomeen manifesteert zich vrijwel in iedere organisatie waar ik kom. Leiders krijgen hun boodschap over de noodzaak niet goed overgebracht en missen het vertrouwen en de volledige inzet van de medewerkers die de transformaties moeten uitvoeren. Het kan organisaties verlammen en leiders lijken soms met de rug tegen de muur te staan.

 

Vergelijkbare Uitdagingen in Nederlandse Samenleving
Deze situatie lijkt zich ook voor te doen in onze samenleving als geheel. Nederland staat voor enorme uitdagingen op het gebied van klimaat, vertrouwen, vergrijzing, inkomensongelijkheid en essentiële voorzieningen. Er is dringend behoefte aan concrete stappen om samen een levensvatbare toekomst te creëren. De recente verkiezingen hebben duidelijk gemaakt dat veel mensen zich niet gehoord voelen en weinig vertrouwen hebben in de huidige bestuurders en het bestaande (democratische) systeem. In hun roep om erkenning hebben veel kiezers extremere keuzes gemaakt; soms impulsief. Zij willen serieus genomen worden en eisen oplossingen voor problemen die al jarenlang onopgelost blijven, zoals de toeslagenaffaire, de gaswinning in Groningen, de woningnood en het stikstofdossier. De geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de Nederlandse politieke leiders om deze zaken voortvarend op te lossen, is gestaag afgenomen, en het lijkt een lange weg naar herstel van dit vertrouwen.

 

De Kloof Tussen Besluitvorming en Belangen
De recente verkiezingen weerspiegelen de maatschappelijke onrust die ik ook op organisatieniveau vaak tegenkom. Zowel burgers als medewerkers van organisaties verlangen naar meer aandacht, erkenning en maatwerk. Ze willen serieus genomen en betrokken worden bij het vinden van oplossingen die hun belangen, welzijn en werk beïnvloeden.

In hun haast om de vele uitdagingen aan te pakken, nemen leiders regelmatig overhaast besluiten die op korte termijn voordelig lijken, maar op lange termijn schadelijke gevolgen hebben. In de politiek is een mogelijk voorbeeld het besluit van Kuiper om de hartchirurgie te bundelen. Betrokken ziekenhuizen willen meer samenwerken om sluiting te voorkomen en trokken aan de bel bij de rechter die oordeelde dat onvoldoende duidelijk is of dit besluit noodzakelijk en evenredig is. Maar ook het belang van gaswinning op de korte termijn en het levensgeluk van Groningers en de wens om fraude te bestrijden die de opmaat vormde naar de toeslagenaffaire zijn voorbeelden.

Bij organisaties zie ik veel van de volgende voorbeelden:

  • Zonder overleg doorvoeren van efficiëntieverbeteringen die leidden tot plotselinge herstructureringen, wat resulteerde in verstoorde werkrelaties en gevoelens van niet serieus genomen te worden van medewerkers.
  • Om personeelstekorten aan te pakken, werd internationale werving ingezet. Het team kreeg onverwacht Engelssprekende collega’s, wat betekende dat ze nu in het Engels moesten communiceren op het werk. Zonder overleg. Dit leidde tot onbegrip en het team voelde zich overvallen en niet serieus genomen.
  • De introductie van nieuwe productielijnen zonder voorafgaand overleg over toekomstige omscholing en loopbaanontwikkeling van bestaande medewerkers. Die voelen zich na al die jaren trouwe dienst afgedankt.

 

Herken je vergelijkbare situaties in jouw organisatie?

 

High Performance vraagt Uitdaging én Mensgerichtheid

Wat is dan de juiste aanpak?

Om te begrijpen wat er vaak misgaat en hoe leiders de kloof tussen organisatiedoelen en medewerkersbetrokkenheid kunnen overbruggen, kunnen we leren van wat heel succesvolle organisaties doen. Het HPO Center waar ik deel uitmaak van het expert team, onderzoekt al sinds 2007 organisaties die gedurende vijf tot tien jaar strategisch en financieel beter presteren dan hun concullega’s. Dit onderzoek identificeerde vijf pijlers die cruciaal zijn voor hun succes: kwaliteit van management en werknemers, continue verbetering en innovatie, langetermijnvisie gekoppeld aan kortetermijnactie, en focus op stakeholders zoals klanten, medewerkers, financiers en leveranciers.

Wat vaak misgaat, is dat leiders de term ‘high performance’ gebruiken om met kortetermijnacties resultaten af te dwingen. Ze definiëren high performance met termen als snelheid, druk uitoefenen en winstmaximalisatie. Dit is echter niet de juiste benadering om op lange termijn duurzaam succes te behalen. In uitmuntende organisaties combineren leiders kortetermijnacties met een langetermijnvisie en nemen ze hun medewerkers hierin mee. Ze zijn verantwoordelijk voor zowel resultaten als het welzijn van hun mensen. De kwaliteit van hun leiders kenmerkt zich door een gezonde balans tussen ‘caring’ en ‘daring’: ze stellen duidelijke doelen, delegeren verantwoordelijkheden en sturen op resultaat, maar ze inspireren ook, betrekken en coachen hun medewerkers. Wil je daar meer over weten lees dan het artikel over de Twee Benen van Goed Leiderschap: https://www.esthermollema.nl/twee-benen-van-goed-leiderschap).

 

Investeren in Medewerkers is Cruciaal
De conclusie is helder: het doorvoeren en laten slagen van transformaties vereist dus leiders en teams die aandacht hebben voor elkaar en elkaars belangen, elkaar inspireren en samen ontwikkelen en groeien. Dat genereert energie op mens- en organisatieniveau en dus slagkracht. Doe je dat niet, zullen medewerkers tegensputteren of afhaken en dat heeft op lange termijn ernstige gevolgen.

Investeren in medewerkers is dus cruciaal: luisteren naar hun perspectief en belangen, maatwerk bieden en vertrouwen opbouwen voordat het vertrouwen verloren gaat. Hoewel dit wellicht niet direct resulteert in snelle transformaties, zal het op lange termijn de sleutel zijn tot het succesvol laten verlopen van transformaties zonder steeds nieuwe transformaties te moeten initiëren.

Ik wens onze samenleving en organisaties mensgerichte leiders toe die de moed hebben om niet alleen op korte termijn te sturen, maar ook richting lange termijn te inspireren en te leiden. Grote transformaties dienen met geduld en aandacht te worden aangepakt, zodat mensen met vertrouwen de volgende stappen kunnen en willen zetten in een voortdurend veranderende en onzekere wereld.

 

 

 

 

Podcast over diversiteit en je moeten aanpassen

Podcast over diversiteit en je moeten aanpassen

In hoeverre heb jij je aangepast? Deze vraag stelde ik de topvrouwen van Baker Tilly. Ik gaf daar eerder een serie Webinars waarover veel gesproken is.  In deze podcast gaan we verder de diepte in of er binnen onze organisatie sprake is van een norm – en wat er gebeurt als je van deze gestelde norm afwijkt. Conformeer je je er dan aan? En wat betekent dit voor je authentieke ik? Leuke en eerlijke podcast.

Hier de link naar de podcast: https://rss.com/podcasts/femaleinc/1105163/

Reflecties op 20 Jaar Female Leadership Training (2003-2023): De weg naar Inclusief Leiderschap

Reflecties op 20 Jaar Female Leadership Training (2003-2023): De weg naar Inclusief Leiderschap

Nadat ik in Japan, Duitsland en de VS had gestudeerd en gewerkt keerde ik in 1996 terug naar Nederland voor een nieuwe baan. Wat direct opviel, was het schrijnend gebrek aan vrouwen in leidinggevende posities. Vriendinnen die hun loopbaan in Nederland waren gestart, deelden hun teleurstelling over de kloof tussen hun ambities en de werkelijkheid. Zij hadden beperkte kansen ervaren, een moeilijke balans tussen werk en zorg, en de vaak harde, masculiene bedrijfscultuur. Dit alles leek nog net houdbaar als je parttime werkte, maar parttimers werden niet serieus genomen voor leiderschapsfuncties. Het was een vicieuze cirkel voor veel vrouwen om mij heen. Mijn frustratie groeide toen ik mannen met wie ik gestudeerd had en die naar mijn idee niet bijzonder capabel waren, in raden van bestuur zag belanden. En zo begon mijn zoektocht naar een manier of en hoe we vrouwen én organisaties konden helpen in hun loopbaan. Het leidde tot de training Female Leadership. Een training die in de loop van de afgelopen twintig jaar meegroeide met de ontwikkelingen in ons land.

De Eerste Vijf Jaar – Last van de langzame emancipatie in Nederland (2003-2008)

Acteur Frank Lammers in Linda (2006) over werkende vrouwen: ‘Ik heb diep respect voor mijn ouders die van een andere generatie zijn en het anders hadden geregeld. Gewoon: vader werkt, moeder is thuis. In die zin denk ik: fuck het feminisme. De zelfbewuste opoffering van mijn moeder heeft me veel goed gedaan. Ik kan het niet opbrengen en mijn vrouw ook niet, en ik neem het haar niet kwalijk en ik neem het mezelf niet kwalijk. Maar ik denk wel dat het nodig is dat er iemand voor de kinderen thuisblijft.’

Ondanks onze in Nederland gepredikte gendergelijkheid zijn de diepgewortelde invloeden van traditionele genderrollen nog steeds merkbaar in deze periode. Onbewuste ouderwetse genderrolpatronen regeren nog steeds, zoals hierboven aangehaald door Frank Lammers. Veel vrouwen hebben het gevoel dat ze hun kinderen niet te vaak naar de kinderopvang moeten sturen. Bovendien zijn hun partners veelal nog terughoudend om zorgtaken op zich te nemen. Vrouwen die kozen voor een carrière en daarmee afweken van de traditionele verwachtingen, stonden daarmee voor aanzienlijke sociale druk van zowel hun omgeving als hun leidinggevenden.

De Tweede Vijf Jaar – Inzichten in Onbewuste Vooroordelen (2008-2013)

‘In 2010 werd Esther uitgenodigd door een protestantse organisatie die hun onbewuste vooroordelen wilde onderzoeken. Esther stelde voor om de deelnemers in kleinere groepen te laten discussiëren over hun eventuele onbewuste vooroordelen, maar er was aarzeling om zich openlijk uit te spreken. Esther bood aan dat deelnemers hun gedachten anoniem op briefjes konden schrijven. Deze briefjes werden vervolgens voorgelezen aan de hele groep. Dit leidde tot schokkende uitspraken, zoals: “Vrouwen zijn minder intelligent”, “Vanwege menstruatie kunnen vrouwen geen leidinggevende posities bekleden” en “God heeft niet bedoeld dat vrouwen leiding geven”. Dit liet zowel vrouwen als een aantal mannen in het gezelschap verbijsterd achter. Het voeren van een open discussie hierover bleek onmogelijk.’

Deze anekdote, vastgelegd door een journaliste, illustreert hoe diepgeworteld de onbewuste vooroordelen waren in het Nederland van die tijd. Tussen 2008 en 2013 omarmden organisaties weliswaar onze training Female Leadership en werd diversiteit een prominenter thema, maar bleek het een uitdaging om leiders te laten inzien dat diversiteit een inzet vereist van alle leiders. Veel organisaties concentreerden zich op het ‘repareren’ van vrouwen. Om van genderdiversiteit een bredere dialoog te maken, zocht ik hulp bij Harvard-hoogleraar Mahzarin Banaji, die me introduceerde in het concept van Onbewuste Vooroordelen. Dit bleek de sleutel te zijn tot het creëren van een breder en diepgaander gesprek over leiderschap, inclusie en diversiteit met als doel diverse talenten werkelijk dezelfde kansen te geven.

De Derde Vijf jaar – Het Prettige Zelfbeeld van Nederlanders (2013-2018)

In 2017 liet Minister-President Mark Rutte zich bij de vorming van zijn nieuwe kabinet, waarin opvallend weinig vrouwen waren opgenomen, ontvallen: ‘We stonden voor de keuze om óf te kiezen voor kwaliteit, óf voor vrouwen in het nieuwe kabinet.’

Wat betreft vrouwen in leidinggevende posities loopt Nederland in deze jaren nog steeds erg achter bij veel andere landen. Onze onderzoeken uit die tijd laten zien dat het overgrote deel van de senior leiders onbewust mannen nog steeds veel geschikter acht als leiders dan vrouwen. Het Nederlandse zelfbeeld van tolerantie en diversiteit blijkt niet te stroken met de werkelijke houding en het gedrag van mensen. Hoewel Nederlandse leiders zichzelf als egalitair inschatten, blijken diepgewortelde vooroordelen de realiteit te beïnvloeden. Dit maakt het extra uitdagend om iets aan deze onbewuste vooroordelen te doen.

Vanwege dat onterechte prettige zelfbeeld is juist in Nederland corrigerende actie nodig om onbewuste vooroordelen aan te pakken. Om daarmee resultaten te kunnen boeken op het gebied van inclusie en diversiteit. Meerdere onderzoeken laten zien dat het aanscherpen van processen rond werving & selectie, beoordelingen, promoties en besluitvorming essentieel zijn om onbewuste vooroorden minder kans te geven. Daarbij kan het onder de loep nemen en aanpassen van deze processen wellicht lastig zijn voor diegenen die geloven dat ze zonder strikte regels ook goed kunnen functioneren. Niettemin is juist in ons land een strakkere aanpak nodig om daadwerkelijk resultaten te boeken op het gebied van diversiteit en inclusie. Een aantal organisaties is erin geslaagd hierin effectieve stappen te zetten en bewijst daarmee dat het wel degelijk mogelijk is. Met als resultaat dat in die organisaties vrouwen en diverse talenten sneller doorgroeien binnen de organisatie.

De Vierde Vijf Jaar – Focus op Inclusie (2018-2023)

In 2022 merkte Joris Luijendijk op: ‘Diversiteit is voor minder getalenteerde zevenvinkers erg bedreigend’.

De maatschappelijke en organisatorische dialoog rond diversiteit verandert. De arbeidsmarkt wordt krapper en nieuwe generaties laten van zich horen. Organisaties stellen zich flexibeler op naar de wensen van medewerkers wat ook ten goede komt aan vrouwen en andere diverse talenten. Mannen gaan zich langzaam ook steeds meer bezighouden met zorgtaken. De Covid-pandemie versterkt deze trends en de Black Lives Matter-beweging brengt privileges en uitsluiting nadrukkelijk onder de aandacht. En dat is nodig: Nederlanders tonen zich vaak niet bewust van de inherent aanwezige voordelen die sommige mensen hebben, waar anderen die niet hebben.

Hoogleraar Gloria Wekker heeft deze kwestie belicht in haar werk ‘De Witte Onschuld’ en Joris Luijendijk vroeg met zijn boek ‘De zeven vinkjes’ opnieuw aandacht voor dit onderwerp. Hierdoor komt de dialoog in Nederland langzaam op gang. De feiten spreken voor zich: slechts 3% van de Nederlandse bevolking bezit alle zeven privileges, maar desondanks wordt het overgrote deel van belangrijke posities in organisaties, overheid en politiek ingenomen door deze groep. Is dit omdat zij werkelijk superieur zijn, of komt het hebben van veel privileges voort uit een soort moed en zelfverzekerdheid die we soms verwarren met werkelijke kwaliteiten?

Een Nieuw Tijdperk – Inclusief Leiderschap (2023 en verder)

UCLA Hoogleraar Matthew Lieberman: ‘Slechts 1% van de leiders heeft de juiste combinatie van leiderschapskwaliteiten die tot verbinding en resultaat leidt. Voor de andere 99% van de leiders is er werk aan de winkel’.

Anno 2023 staan organisaties voor talrijke uitdagingen, van klimaatverandering tot technologische ontwikkelingen en personeelstekorten. Leiders moeten deze uitdagingen met hun mensen het hoofd zien te bieden. Wat we uit veel onderzoek al wisten, laat zich nu ook in organisaties zien: het idee wat goed leiderschap is kantelt. Naast resultaten behalen moeten leiders ook in staat zijn verbinding te maken met hun mensen. Het concept van inclusief leiderschap komt steeds nadrukkelijker op en een aantal leidende organisaties gaat hier actief mee aan de slag. Mannelijke én vrouwelijke leiders leren met elkaar hoe je als leider zowel daring als caring kunt zijn.

Onze trainingen Inclusief Leiderschap die we geven aan vrouwelijke en mannelijke leiders komt in veel organisaties in plaats van de trainingen Female Leadership. Onderwerpen zijn: omgaan met macht, onbewuste vooroordelen, innergroups, privileges, exclusie, cultuurverschillen en psychologische veiligheid. Vrouwen in Nederland die vaak harder hebben moeten werken om geaccepteerd te worden als leiders, zijn nu de voortrekkers naar een inclusieve manier van leidinggeven. Ik zie uit naar meer inclusief leiderschapstrainingen om recht te doen aan al het talent en voor een nóg beter resultaat.

De toekomst van inclusief leiderschap lijkt veelbelovend, waarbij vrouwen en mannen samenwerken om een balans te vinden tussen daadkrachtig en zorgzaam leiderschap. De erkenning van de waarde van diversiteit en het actief aanpakken van vooroordelen en privileges zullen de weg banen naar meer inclusie en betere organisatieresultaten.

De reis van de training Female Leadership illustreert dat verandering mogelijk is, maar dat het een voortdurende inzet vereist. De weg naar inclusie in de meeste organisaties is nog lang, maar het succes van de afgelopen twee decennia inspireert om door te gaan met het streven naar rechtvaardiger en inclusiever leiderschap zodat alle talenten de kansen krijgen die ze verdienen om organisaties te kunnen bouwen die impact hebben.