Onze grootste takeaways van Nordic Business Forum 2026

Onze grootste takeaways van Nordic Business Forum 2026

Emmalotte Smit Esther Mollema

Ook dit jaar reisden we weer af naar Helsinki voor het Nordic Business Forum. Zo’n megaconferentie blijft een bijzondere ervaring. Zeker in Finland, waar het publiek het hardst leek te lachen om grappen over hoe verschrikkelijk Finnen smalltalk vinden. Tegelijkertijd bleek het thema van dit jaar, The Human Edge in tijden van AI, juist heel goed aan te slaan. Op een gegeven moment kreeg een spreker zelfs 8.500 mensen zover om samen meerstemmig te zingen.

We moesten ook lachen om de speciale hoek voor ‘extreme introverts’. Die was dit jaar omgedoopt tot de hoek voor ‘extreme extroverts’, zodat ook zij ergens terechtkonden in Finland, het land waar niemand op smalltalk zit te wachten.

 

 

We schreven onze belangrijkste inzichten voor jullie op. Dingen waar we zelf over bleven nadenken en waar jullie hopelijk ook iets aan hebben. Hier komen ze:

1. De toekomst vraagt om meer dan kennis. Menselijke kwaliteiten worden steeds belangrijker

Als de gebroeders Wright aan Claude hadden gevraagd of ze iets konden bouwen waarmee mensen konden vliegen, had Claude waarschijnlijk nee gezegd. En als Nando Parrado, overlevende van de vliegtuigramp in de Andes, had gevraagd of hij en zijn medepassagiers konden overleven, waren ze waarschijnlijk al afgeschreven. Toch overleefden ze. Mensen zijn in staat dingen te doen die op basis van bestaande kennis onwaarschijnlijk lijken. In een innovatie-economie worden menselijke kwaliteiten als creativiteit, nieuwsgierigheid, moed en compassie daarom alleen maar belangrijker.

2. De makkelijke dingen zijn ook makkelijk om niet te doen

Grote cultuurprogramma’s krijgen veel aandacht, maar juist kleine gedragingen maken een organisatie merkbaar anders. Steven Bartlett, bekend van The Diary of a CEO, vertelde bijvoorbeeld hoe bewust hij aandacht besteedt aan kleine dingen als de geur, muziek en sfeer in zijn podcaststudio. Hij ziet daar zelfs een concurrentievoordeel in: als gasten zich nét iets meer op hun gemak voelen, ontstaan er betere gesprekken. Het zijn precies die dingen die makkelijk zijn om te doen, maar daardoor ook makkelijk worden vergeten.

3. AI automatiseert niet alleen werk, maar ook manieren van denken. En dat kan inclusief denken in de weg zitten

Technologie is zelden neutraal. De tools die we gebruiken, beïnvloeden wat we belangrijk vinden en welk gedrag normaal wordt. Als een AI-tool meteen aanbiedt om ieder lang document samen te vatten, leren we onszelf misschien ook af om nog rustig en aandachtig te lezen. Hetzelfde geldt voor ideeën. Als een chatbot ons één antwoord geeft en we het daarbij laten, terwijl we tegelijkertijd zeggen dat verschillende perspectieven belangrijk zijn, ontstaat er een interessante tegenstelling. De vraag is dus niet alleen wat AI voor ons kan doen, maar ook: welk gedrag willen we ermee versterken?

Lees het volledige artikel dat Emmalotte schreef over de implementatie van AI.

4. Uiteindelijk willen mensen vooral gezien worden

Misschien kwam de meest menselijke boodschap van de conferentie wel van Oprah Winfrey. Of ze nu Beyoncé, Barack Obama of een veroordeelde moordenaar interviewde, na afloop kreeg ze vaak dezelfde vraag: Hoe deed ik het? Is wat ik zei overgekomen? Die behoefte aan erkenning is verrassend universeel. Juist in de onzekere tijden waarin we leven, hebben we elkaar nodig.

5. Met AI wordt de keuze scherper: efficiëntie of menselijke ervaring

AI maakt het mogelijk om steeds meer onnodige stappen en obstakels uit processen te halen. Maar niet alles wat efficiënter kan, hoeft ook efficiënter. Organisaties zullen bewuster moeten kiezen waar technologie het werk sneller en makkelijker moet maken, en waar juist menselijk contact, aandacht en persoonlijke ervaringen het verschil maken.

 
Onze zomerreflectie: Bouwen aan een sterker team terwijl de helft met vakantie is

Onze zomerreflectie: Bouwen aan een sterker team terwijl de helft met vakantie is

Teambuilding Boom

 

Hoe houd je de samenwerking leuk en verbonden als het halve kantoor met vakantie is en vaste contactmomenten wegvallen?

Juist in rustige zomerweken merk je hoe afhankelijk een team kan zijn van georganiseerde momenten, zoals lunches, borrels en uitjes. En hoe snel verbinding kan afnemen als die momenten er ineens niet meer zijn.

Een mooie gelegenheid dus om te bouwen aan verbinding in de samenwerking zelf, met kleine micromomenten tussendoor.

In dit artikel lees je hoe je zulke micromomenten bewust onderdeel maakt van je dagelijkse routine. Zodat juist nu er lege plekken zijn, de mensen die er wél zijn zich gezien, gewaardeerd en betrokken voelen.

Dit artikel is onderdeel van de Boom Management zomerserie: Zomerse reflecties. Benieuwd wat andere auteurs schreven? Elke week verschijnen enkele artikelen van Boom auteurs met hun reflecties op de zomer. En de verhalen zijn alvast gebundeld in een whitepaper. Die kun je hier downloaden >>>

 

Esther & Emmalotte in de radiouitzending van PeoplePower

Esther & Emmalotte in de radiouitzending van PeoplePower

We waren uitgenodigd bij Glenn van der Burg om op New Business Radio de vraag te onderzoeken: ‘Wat bepaalt of mensen zich thuis voelen op hun werk?’ Het werd een leuk gesprek dat jou ook kan helpen om erachter te komen wat wij nou precies bedoelen met onze ‘micromomenten’. Glenn voegde op hun website een AI-samenvatting toe over wat we bespraken. Die samenvatting kun je hieronder ook vinden.

 

 

Samenvatting van deze aflevering

Wat bepaalt of mensen zich thuis voelen op hun werk? We zoeken het vaak in grote dingen: een teamdag, een training, een nieuwe kernwaarde aan de muur. Emmalotte Smit en Esther Mollema ontdekten dat het verschil ergens anders zit. In kleine momenten. Een blik. Een vraag. Een zin die zegt: ik zie jou.

Waarom grote interventies niet werken

55% van alle werknemers zegt dat hun team niet bijdraagt aan hun geluk. Ze werken met geen slechte mensen, maar die collega’s doen niets voor hen. Organisaties beleggen problemen zoals ziekteverzuim of gebrek aan verbinding vaak bij een speciaal projectteam of bij leidinggevenden. Er komen dure bedrijfsfeesten of trainingsprogramma’s. Maar drie dagen na zo’n dopaminemomentje, als jouw leidinggevende vervelend tegen je doet in een overleg, ben je dat leuke feest alweer vergeten.

‘We zoeken het vaak in grote dingen: een teamdag, een training, een nieuwe kernwaarde aan de muur. En dan blijkt dat thuisgevoel toch nog uit te blijven,’ zegt Esther Mollema.

Het probleem: we maken het te groot en leggen het te vaak neer bij één persoon of één moment. Terwijl verbinding juist dagelijks, in het kleine, tussen mensen gebeurt.

Wat zijn micromomenten en hoe werken ze?

Micromomenten zijn kleine signalen van 30 seconden die anderen vertellen: je doet ertoe, je hoort erbij, jij bent belangrijk. Een compliment. Een vraag. Iemand terugbrengen naar zijn punt nadat hij onderbroken werd. ‘Hoe is het echt met je?’ vragen en dan ook willen luisteren. Het kost niks, alleen een klein beetje energie, maar levert veel op.

‘Je kan echt in je eentje een revolutie beginnen. Mensen zijn heel afhankelijk van elkaar,’ zegt Esther Mollema.

Waarom werkt dit? Omdat verbinding evolutionair cruciaal is voor ons overleven. Als je je gerespecteerd en gewaardeerd voelt in jouw groep, heb je 25% meer energie. High-performance organisaties zeggen 8% meer tegen elkaar—ze durven te bevragen, twijfel uit te spreken, een slecht rapport stop te zetten. Die verbinding ontstaat door micromomenten, niet door jaarlijkse teamdagen.

Vriendelijkheid verspreidt zich. Onderzoek toont: mensen geven twee keer zo vaak voorrang als ze zelf voorrang hebben gekregen. In de Zweedse gezondheidszorg werden patiënten sneller beter als ze voelden dat hun verzorger iets extra’s deed—een klein bloemetje, een extra glaasje sap. Zo simpel kan het zijn.

Hoe maak je er een gewoonte van?

30 tot 50% van jouw karaktereigenschappen zijn bepaald door DNA. De rest is ruimte voor gewoontevorming. Maar hoe zorg je dat goede intenties omslaan in gedrag? Door drie elementen te combineren: een moment, een actie en een viering.

Kies bijvoorbeeld: elke keer als iemand onderbroken wordt in een vergadering, ga ik terug naar het punt dat diegene wilde maken. Dat is het moment (iemand wordt onderbroken) en de actie (terugbrengen). Het derde element is cruciaal: vier het. Bal je vuist onder tafel, glimlach, zing een refrein in je hoofd. Dat schept dopamine in je brein en maakt dat je het opnieuw wilt doen. Zo ontstaat een gewoonte.

Belangrijk: kies zelf wat bij jou past. Niet wat een training of een manager je oplegt. Als complimenten geven niet bij je past, doe dan iets anders—stel vragen, geef ruimte, bevestig iemands inbreng. Zolang het jouw manier is om verbinding te maken.

Onderzoek van Arizona State University laat zien wat er gebeurt als 62 mensen drie maanden met inclusieve gewoontes aan de slag gaan: 50% meer inclusie, 40% meer waardering, 38% minder stress, 53% meer energie. Niemand maakte er een programma van. Ze gingen gewoon doen.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Je kunt verbinding niet wegorganiseren. Je kunt het niet beleggen bij HR of bij één manager. Elk teamlid kan vandaag beginnen. Zonder toestemming. Zonder budget. Zonder tijd. Dat maakt micromomenten krachtig—en voor sommigen misschien ongemakkelijk. Want dan kan je het niet meer uitbesteden aan een ander.

Denk aan de jonge professional die net begint. Die neemt vaak de bestaande cultuur over. Maar je kunt ook vanaf dag één zeggen: daar doe ik niet aan mee. Ik geef wel complimenten. Ik spreek ook met mensen een echelon lager. Ik vraag door. Kleine keuzes die grote impact hebben—niet alleen op anderen, maar ook op jouw eigen werkgeluk.

Drie inzichten voor leidinggevenden

  • Stop met wachten op grote interventies. Thuisgevoel ontstaat uit dagelijkse kleine momenten, niet uit jaarlijkse teamdagen of trainingen die niet beklijven.
  • Maak van verbinding een gewoonte door een moment, een actie en een viering te koppelen. Vier het als het lukt—dat maakt dat je brein het opnieuw wil doen.
  • Geef eigenaarschap niet weg. Elk teamlid kan vandaag beginnen met micromomenten. Zonder toestemming. Zonder budget. Dat maakt cultuurverandering mogelijk van onderaf.

Veelgestelde vragen

Waarom gaan trainingen over verbinding niet over in daadwerkelijk gedrag op de werkvloer?

Omdat trainingen inspiratie geven maar geen gewoontes creëren. Bewustwording slaat pas om in actie als je het koppelt aan concrete momenten en het viert wanneer het lukt. Anders blijft het een goed voornemen.

 

Wat is het verschil tussen een micromoment en oppervlakkige beleefdheid?

Oppervlakkige beleefdheid volgt een script. Een micromoment komt voort uit echte interesse en aandacht voor de ander. Het is niet gemeend als je het vanuit een checklist doet, maar wel als je zelf kiest wat bij je past en waar jouw team baat bij heeft.

 

Hoe zorg je dat micromomenten niet kunstmatig of gemanipuleerd voelen?

Door ze zelf te kiezen in plaats van opgelegd te krijgen. Kies wat bij jou past—complimenten, vragen stellen, ruimte geven. Doe het omdat je in een fijn team wilt werken, niet om brownie points te verzamelen.

 

Kan iedereen dit leren of zijn sommigen geboren attentievere mensen?

30 tot 50% van karaktereigenschappen is bepaald door DNA, maar de rest is ruimte voor gewoontevorming. Iedereen kan micromomenten leren door bewust momenten te kiezen en het gedrag te vieren tot het een gewoonte wordt.

 

Hoeveel micromomenten per dag moet ik geven om effect te hebben?

Ongeveer drie per dag is een goed uitgangspunt. Maar het gaat niet om kwantiteit—het gaat erom dat je het volhoudt en dat het een gewoonte wordt. Begin klein en bouw op.

Je vindt de website van People Power hier. 

Interview met Esther in ‘Vrouwversterkend werkgeverschap’

Interview met Esther in ‘Vrouwversterkend werkgeverschap’

Hebben vrouwen wel genoeg ambitie? Volgens Esther Mollema is dat de verkeerde vraag.

Waarom stromen vrouwen nog steeds minder vaak door naar leidinggevende functies, terwijl hun ambities net zo groot zijn als die van mannen? In dit interview legt Esther Mollema uit hoe onbewuste vooroordelen ervoor zorgen dat dezelfde ambitie anders wordt geïnterpreteerd. Ze laat zien waarom vrouwen vaker feedback krijgen op hun persoonlijkheid dan op hun prestaties, hoe organisaties potentieel eerlijker kunnen beoordelen en waarom leiderschap vraagt om zowel daring als caring. Een artikel over de onzichtbare mechanismen achter carrièrekansen én wat organisaties kunnen doen om ze te doorbreken.

 

De twee benen van goed leiderschap in 2026: reflecties vanuit de praktijk

De twee benen van goed leiderschap in 2026: reflecties vanuit de praktijk

Esther Mollema Caring Daring

 

 

Dit artikel is een update van twee eerder geschreven blogs over hetzelfde onderwerp. In dit artikel kijken hoe het komt dat daring leiders de vele transformaties in organisaties niet kunnen waarmaken en hoe je caring leiderschap via micromomenten kunt trainen. 

Goed leiderschap wordt vaak beschreven in termen van stijlen, competenties en modellen. In de praktijk zie ik echter iets veel eenvoudigers terugkomen: leiders die effectief zijn, staan stevig op twee benen.

Die twee benen noem ik daring en caring. Ze vormen samen de basis van goed leiderschap. Het zijn geen losse kwaliteiten waar je uit kunt kiezen, maar twee met elkaar verbonden taken. De ene kan niet zonder de ander. Pas in samenhang zorgen ze ervoor dat leiders vooruitgang boeken en duurzame resultaten realiseren in teams en organisaties.

Leiderschap op twee benen

Het ene been staat voor wat ik de daring-kant van leiderschap noem: het vermogen om richting te geven, besluiten te nemen en verantwoordelijkheid te dragen voor het gezamenlijke resultaat. Daring leiderschap betekent dat je de formele macht die je in je rol hebt gekregen bewust inzet om het werk vooruit te helpen. Met dit been zorg je als leider voor duidelijkheid, focus en tempo. Je maakt helder wat belangrijk is, welke keuzes gemaakt worden en wat er van mensen verwacht wordt. Je voorkomt dat onderwerpen blijven zweven, spreekt aan waar het beter moet en zorgt dat afspraken niet alleen worden gemaakt, maar ook worden opgevolgd.  Natuurlijk bespreek je veel met het team en luister je naar verschillende perspectieven. Maar leiderschap vraagt ook dat je op tijd knopen doorhakt. Niet eindeloos blijven overleggen, maar helderheid bieden over wat wel en niet gebeurt. Want onduidelijkheid voelt soms vriendelijk, maar zorgt in de praktijk vaak voor vertraging, frustratie en gedoe.

Het andere been staat voor de caring-kant van leiderschap: het vermogen om aandacht te hebben voor mensen, hun ontwikkeling en de kwaliteit van de samenwerking. Caring leiderschap betekent dat je niet alleen kijkt naar wat er moet gebeuren, maar ook naar wat mensen nodig hebben om goed bij te dragen. Met dit been creëer je als leider een omgeving waarin teamleden kunnen groeien, leren en hun perspectief durven delen. Je luistert actief, stelt vragen, coacht waar nodig en helpt mensen om hun talenten verder te ontwikkelen. Daardoor ontstaat een manier van samenwerken waarin mensen zich gezien voelen, elkaar versterken en makkelijker van elkaar leren.  Die aandacht voor het menselijke aspect maakt besluiten uiteindelijk beter. Niet omdat elk gevoel leidend moet zijn, maar omdat goede besluiten ook vragen om inzicht in wat er bij mensen speelt. Welke zorgen leven er? Welke kennis blijft nog onuitgesproken? Wie kijkt er vanuit een ander perspectief naar het probleem?

Het model van deze twee benen ontstond bij mij in 2022, met dank aan Joy Lodarmasse van Alliander, die de metafoor aandroeg. Inmiddels wordt het door veel organisaties en coaches gebruikt, juist omdat het in één beeld duidelijk maakt wat goed leiderschap vraagt: geen keuze tussen caring en daring, maar het ontwikkelen van beide kwaliteiten in samenhang.

In de praktijk zien we echter dat veel leiders vooral één van beide benen ontwikkelen. Vaak is dat het gedrag waarmee ze in eerste instantie succesvol zijn geworden. De leider die goed is in verbinden, blijft zorgen en afstemmen. De leider die sterk is in richting geven, blijft duwen en besluiten nemen. Wat eerst een kracht was, wordt dan op termijn een beperking.

Goed leiderschap vraagt daarom niet alleen om sterker worden in wat je al kunt, maar ook om het ontwikkelen van het been dat minder vanzelfsprekend voelt. Juist daar ontstaat balans.

Beide benen in de praktijk

De afgelopen jaren is mijn overtuiging alleen maar sterker geworden: organisaties sturen nog altijd te weinig op caring leiderschap, terwijl de druk op leiders groter is dan ooit. Lange tijd zijn leiders vooral geselecteerd en beloond op hun daring-kwaliteiten: richting geven, beslissen en resultaten behalen. In veel organisaties zien we daarom senior leiders die hier goed in zijn. Zij ontwikkelen strategie, brengen focus aan en zorgen voor tempo. Dat heeft organisaties veel opgeleverd en lange tijd leek dit ook dé route naar succes.

Tegelijkertijd ontstaat daar nu een steeds zichtbaarder probleem. Juist deze groep leiders heeft vaak moeite om grote veranderingen daadwerkelijk te laten slagen.[1] Niet omdat de plannen niet kloppen, maar omdat er onvoldoende zicht is op wat er gebeurt bij de mensen die deze plannen moeten uitvoeren.

Onderzoek laat al jaren zien dat een groot deel van de organisatieveranderingen mislukt of achterblijft bij de verwachtingen. De oorzaak ligt zelden in de strategie zelf, maar veel vaker in de manier waarop mensen worden meegenomen. Of preciezer: in de mate waarin leiders begrijpen wat er speelt onder de oppervlakte. Daring leiders hebben vaak oprecht het gevoel dat het goed gaat. De richting is helder, de planning staat en de doelen zijn duidelijk. Maar twijfel, onzekerheid of weerstand worden niet altijd uitgesproken. En wat niet wordt uitgesproken, wordt al snel geïnterpreteerd als er niet zijn. Stilte is geen instemming Juist daar gaat het mis. Wat voor leiders voelt als ‘stilte’ of ‘instemming’, is in werkelijkheid vaak terughoudendheid, onduidelijkheid of een gebrek aan veiligheid om het uit te spreken. Signalen die cruciaal zijn voor het slagen van een verandering blijven daardoor onzichtbaar.

In organisaties waar meerdere veranderingen tegelijk spelen, en dat zijn er veel, wordt deze kloof alleen maar groter. Het verschil tussen leiders die sterk zijn in richting geven en het ontbreken van aandacht voor wat er bij mensen speelt, wordt daar steeds voelbaarder.

De denkfout van een generatie daring leiders

Een belangrijk deel van dit probleem ligt in hoe we leiderschap lange tijd hebben ingevuld. Caring werd vaak gezien als iets extra’s: een teamuitje, een inspirerende speech of een moment van aandacht op gezette tijden. Geen kernonderdeel van leiderschap, maar iets voor erbij.

Daar komt bij dat daring leiders in Nederland opereren in een specifieke culturele context. We communiceren relatief direct en expliciet. Wat niet wordt gezegd, lijkt er al snel niet te zijn. Maar precies daar zit de denkfout. In veel situaties wordt wat mensen echt denken of voelen juist níet direct uitgesproken. Niet omdat het er niet is, maar omdat het spannend is, omdat de context er niet veilig genoeg voor voelt, of omdat mensen hun woorden nog niet scherp hebben.

Leiders die sterk leunen op daring, missen deze laag sneller. Ze luisteren vooral naar wat er gezegd wordt, terwijl een groot deel van de informatie juist zit in wat níet wordt uitgesproken. [2] In meer groepsgerichte en caring culturen zijn leiders vaak meer gewend om tussen de regels door te luisteren en subtiele signalen op te vangen. Juist dat vermogen wordt in complexe veranderingen steeds belangrijker.

Wat niet wordt gezegd, bepaalt wat er gebeurt

Wanneer bezwaren niet worden uitgesproken, bestaan ze voor anderen vaak ook niet, zeker niet voor leiders die sterk gericht zijn op resultaat. Tegelijkertijd schuilt juist in die onuitgesproken signalen waardevolle informatie.

Verbinding zit in de micromomenten

Verbinding ontstaat niet door grote, zichtbare gebaren, maar in wat er dagelijks tussen mensen gebeurt. In kleine, subtiele signalen tijdens interacties. Vaak begint dat bij een leider die zichzelf laat zien, die durft te vertragen en zich kwetsbaar en lerend opstelt.

Caring leiders handelen vanuit het besef dat mensen beter presteren wanneer zij zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelen. Niet als een extraatje, maar als een voorwaarde om goed werk te kunnen leveren. In teams zijn mensen voortdurend, vaak zonder dat ze zich daarvan bewust zijn, op zoek naar signalen die bevestigen dat zij erbij horen en dat hun bijdrage ertoe doet. Die zoektocht stopt niet na één goed gesprek, maar keert steeds terug in het dagelijks werk.

Die behoefte aan verbinding is diep verankerd in ons menselijk systeem. We hebben geen pantser of klauwen. Onze overlevingskracht ligt in samenwerking. Alleen waren we kwetsbaar, samen hadden we een kans. Die logica werkt nog steeds door in hoe ons brein reageert, ook in een moderne werkomgeving.

Micromomenten: waar het verschil wordt gemaakt

Caring leiderschap wordt zichtbaar in wat we micromomenten noemen: kleine, vaak vluchtige interacties die zich gedurende de dag herhalen en die een groot effect hebben op de kwaliteit van samenwerking. Het gaat om momenten waarin iemand zich gezien voelt, waarin er echt geluisterd wordt, waarin ruimte ontstaat voor een ander perspectief of waarin iets wordt benoemd wat nog niet expliciet is gemaakt.

Juist omdat deze momenten zo klein en alledaags zijn, worden ze gemakkelijk over het hoofd gezien. Ze staan niet in planningen, vragen geen extra middelen en worden zelden expliciet geëvalueerd. Toch bepalen ze in sterke mate hoe veilig, betrokken en energiek een team functioneert. Wanneer deze micromomenten aanwezig zijn, ontstaat er een andere dynamiek. Mensen spreken zich uit, brengen ideeën in en nemen verantwoordelijkheid. Wanneer ze ontbreken, ontstaat juist terughoudendheid en afstand.

Het verschil zit vaak in ogenschijnlijk kleine keuzes: een vraag die wel of niet wordt gesteld, een reactie die wel of niet wordt gegeven, of het moment waarop een leider besluit om even stil te staan in plaats van door te gaan. Caring leiderschap is daarmee geen ‘zachte’ aanvulling, maar een essentieel onderdeel van effectief leiderschap.

Daring opnieuw bekeken

Het belang van caring betekent niet dat het daring-been minder belangrijk wordt. Integendeel, juist in tijden van verandering is het noodzakelijk dat leiders richting geven, keuzes maken en zorgen voor voortgang. Zonder die duidelijkheid ontstaat onzekerheid en vertraging. Tegelijkertijd is het in een context van voortdurende verandering niet langer voldoende om alleen sterk te zijn in analyseren en besluiten nemen. Evenmin is caring leiderschap op zichzelf genoeg.

De uitdaging ligt in het ontwikkelen van beide kwaliteiten in samenhang. Wanneer daring en caring elkaar versterken, ontstaat leiderschap dat zowel richting geeft als verbindt. Dat duidelijkheid biedt én ruimte laat voor inbreng van anderen.

In de praktijk blijkt die balans lastig. Veel leiders ontwikkelen zich vooral op één van beide dimensies. Wat hen eerder succesvol maakte, kan hen later juist beperken.

Caring leiderschap ontwikkel je in de praktijk

Caring leiderschap laat zich moeilijk ontwikkelen via klassieke trainingen alleen. Kennis en bewustwording helpen, maar uiteindelijk ontstaat deze vorm van leiderschap in de dagelijkse interactie met anderen. Het vraagt om aandacht en oefening: luisteren naar wat er speelt, nieuwsgierig blijven en jezelf steeds opnieuw de vraag stellen wat de ander nodig heeft om verder te komen. Die ontwikkeling vindt niet alleen plaats op het werk, maar ook daarbuiten. In elke situatie waarin de keuze bestaat om wel of geen aandacht te geven. Het zijn juist die micromomenten waarin leiderschap vorm krijgt. Door ze te herkennen en er bewust aandacht aan te geven, ontstaan nieuwe gewoontes.

Op welk been sta jij?

Leiders die vooral sterk zijn in daring kunnen inhoudelijk zeer capabel zijn, en toch niet de leiders zijn die nodig zijn voor de transformaties waar organisaties nu voor staan.

De vraag die daarbij helpt is eenvoudig: op welk been steun jij vooral als leider? En hoe kijken de mensen om je heen daarnaar? De uitnodiging is om beide benen te ontwikkelen. Niet alleen in theorie, maar juist in de dagelijkse praktijk. In de vele kleine momenten waarin leiderschap zichtbaar wordt. De grote veranderingen waar organisaties voor staan, worden niet alleen gerealiseerd in strategieën en plannen, maar in gedrag. In hoe mensen samenwerken en hoe zij met elkaar omgaan. Leiders die leren om die momenten te zien en er bewust vorm aan te geven, bouwen stap voor stap aan teams die niet alleen beter presteren, maar ook veerkrachtiger zijn, meer energie ervaren en langer verbonden blijven.

 

[1] Fernandez, Jenny, When Senior Leaders Lack People Skills, Transformations Fail, Harvard Business Review, April 6, 2026

[2] Meyer, Erin, The Culture Map, 2019, business contact

 

 

Een reflectie op ‘Samenleving van Minderheden: Leven in Superdiversiteit’ van Maurice Crul & Frans Lely

Een reflectie op ‘Samenleving van Minderheden: Leven in Superdiversiteit’ van Maurice Crul & Frans Lely

Goede studie om op te reflecteren en met elkaar te bespreken:

Demografische cijfers liegen niet. Ongeacht of mensen een positieve of negatieve mening hebben over diversiteit en migratie: Nederland wordt hoe dan ook een land met veel meer diversiteit. Grote steden zijn al superdivers en dat zal zich steeds meer over heel Nederland verspreiden. Die cijfers zijn niet ‘een mening’, maar feiten die de toekomst van Nederland bepalen. De voormalige meerderheid, mensen zonder migratieachtergrond, krijgt stap voor stap een minderheidspositie.

 

Kijk je naar jongeren onder de vijftien, dan zie je het al gebeuren. In veel stadsdelen in grote steden is nog maar iets meer dan een derde ‘van Nederlandse afkomst’. Kinderen zonder migratieachtergrond worden een steeds kleinere groep. En toch hebben mensen zonder migratieachtergrond in veel wijken vaak nauwelijks gemengde vriendengroepen. Dat is niet alleen jammer of ongemakkelijk. Dat is ook strategisch onhandig als je het beste met jezelf en je kinderen voorhebt. Want niet omgaan met de mensen die op termijn de meerderheid vormen, geeft jou en je kinderen op termijn een achterstand. Je moet uiteindelijk kunnen functioneren in een superdiverse samenleving: op school, op het werk, in teams, in de publieke ruimte. Dus hierbij een waarschuwing aan de 7 vinkers onder ons: het einde van de zevenvinkers als automatische leiders nadert.

Niet omdat iemand ze weg wil hebben, maar omdat te veel zevenvinker te lang in hun eigen bubbel blijven. In een superdivers Nederland is leiderschap namelijk geen kwestie meer van ‘de norm’ vertegenwoordigen, maar van de norm kunnen loslaten. Wie alleen heeft geleerd te functioneren in een wereld van mensen die op hem lijken, mist straks iets cruciaals: interculturele vaardigheden, gevoeligheid voor verschil, en het vermogen om legitimiteit op te bouwen bij een team dat niet automatisch met je meebeweegt.

En dat is precies waar het wringt: we hebben lang gedacht dat nieuwkomers zich moesten aanpassen aan de witte meerderheid. Maar die ‘meerderheid’ wordt kleiner, en die aanname werkt straks simpelweg niet meer als basis voor hoe we samenleven en samenwerken. De vraag wordt niet: ‘hoe krijgen we anderen passend in ons systeem?’, maar: “hoe maken we systemen waarin meer mensen kunnen floreren?”

Wie dat niet kan, wordt minder effectief. In samenwerking, in innovatie, in het behouden van talent. En uiteindelijk ook in gezag: mensen volgen je minder vanzelf als ze zich niet in jouw wereld herkennen. In superdiverse organisaties werkt leiderschap alleen als je kunt aansluiten bij verschillende perspectieven, ervaringen en manieren van communiceren.

De beste tip aan Nederlanders is daarom heel concreet: zoek elkaar meer op. Ga meer om met andere culturen, en leer van elkaar. Niet in theorie, niet alleen via een training, maar in het echte leven. Wat je over andere culturen leert in intieme kring, via vrienden, collega’s, je partner, de ouders op het schoolplein, neem je ook mee naar organisaties en de publieke ruimte. Elkaar vaker opzoeken leidt tot gemengdere netwerken, en die netwerken zorgen weer voor werkvloeren waar verschil normaler wordt, in plaats van iets wat ‘spannend’ of ‘lastig’ is.

Dus de vraag is niet of diversiteit komt. Die is er al en neemt toe. De vraag is als je wit bent: ben jij, zijn je kinderen, en ben jij in je organisatie hier al echt mee bezig?

Het boek van Maurice Crul & Frans Lely vind je hier.