Onze zomerreflectie: Bouwen aan een sterker team terwijl de helft met vakantie is

Onze zomerreflectie: Bouwen aan een sterker team terwijl de helft met vakantie is

Teambuilding Boom

 

Hoe houd je de samenwerking leuk en verbonden als het halve kantoor met vakantie is en vaste contactmomenten wegvallen?

Juist in rustige zomerweken merk je hoe afhankelijk een team kan zijn van georganiseerde momenten, zoals lunches, borrels en uitjes. En hoe snel verbinding kan afnemen als die momenten er ineens niet meer zijn.

Een mooie gelegenheid dus om te bouwen aan verbinding in de samenwerking zelf, met kleine micromomenten tussendoor.

In dit artikel lees je hoe je zulke micromomenten bewust onderdeel maakt van je dagelijkse routine. Zodat juist nu er lege plekken zijn, de mensen die er wél zijn zich gezien, gewaardeerd en betrokken voelen.

Dit artikel is onderdeel van de Boom Management zomerserie: Zomerse reflecties. Benieuwd wat andere auteurs schreven? Elke week verschijnen enkele artikelen van Boom auteurs met hun reflecties op de zomer. En de verhalen zijn alvast gebundeld in een whitepaper. Die kun je hier downloaden >>>

 

Esther & Emmalotte in de radiouitzending van PeoplePower

Esther & Emmalotte in de radiouitzending van PeoplePower

We waren uitgenodigd bij Glenn van der Burg om op New Business Radio de vraag te onderzoeken: ‘Wat bepaalt of mensen zich thuis voelen op hun werk?’ Het werd een leuk gesprek dat jou ook kan helpen om erachter te komen wat wij nou precies bedoelen met onze ‘micromomenten’. Glenn voegde op hun website een AI-samenvatting toe over wat we bespraken. Die samenvatting kun je hieronder ook vinden.

 

 

Samenvatting van deze aflevering

Wat bepaalt of mensen zich thuis voelen op hun werk? We zoeken het vaak in grote dingen: een teamdag, een training, een nieuwe kernwaarde aan de muur. Emmalotte Smit en Esther Mollema ontdekten dat het verschil ergens anders zit. In kleine momenten. Een blik. Een vraag. Een zin die zegt: ik zie jou.

Waarom grote interventies niet werken

55% van alle werknemers zegt dat hun team niet bijdraagt aan hun geluk. Ze werken met geen slechte mensen, maar die collega’s doen niets voor hen. Organisaties beleggen problemen zoals ziekteverzuim of gebrek aan verbinding vaak bij een speciaal projectteam of bij leidinggevenden. Er komen dure bedrijfsfeesten of trainingsprogramma’s. Maar drie dagen na zo’n dopaminemomentje, als jouw leidinggevende vervelend tegen je doet in een overleg, ben je dat leuke feest alweer vergeten.

‘We zoeken het vaak in grote dingen: een teamdag, een training, een nieuwe kernwaarde aan de muur. En dan blijkt dat thuisgevoel toch nog uit te blijven,’ zegt Esther Mollema.

Het probleem: we maken het te groot en leggen het te vaak neer bij één persoon of één moment. Terwijl verbinding juist dagelijks, in het kleine, tussen mensen gebeurt.

Wat zijn micromomenten en hoe werken ze?

Micromomenten zijn kleine signalen van 30 seconden die anderen vertellen: je doet ertoe, je hoort erbij, jij bent belangrijk. Een compliment. Een vraag. Iemand terugbrengen naar zijn punt nadat hij onderbroken werd. ‘Hoe is het echt met je?’ vragen en dan ook willen luisteren. Het kost niks, alleen een klein beetje energie, maar levert veel op.

‘Je kan echt in je eentje een revolutie beginnen. Mensen zijn heel afhankelijk van elkaar,’ zegt Esther Mollema.

Waarom werkt dit? Omdat verbinding evolutionair cruciaal is voor ons overleven. Als je je gerespecteerd en gewaardeerd voelt in jouw groep, heb je 25% meer energie. High-performance organisaties zeggen 8% meer tegen elkaar—ze durven te bevragen, twijfel uit te spreken, een slecht rapport stop te zetten. Die verbinding ontstaat door micromomenten, niet door jaarlijkse teamdagen.

Vriendelijkheid verspreidt zich. Onderzoek toont: mensen geven twee keer zo vaak voorrang als ze zelf voorrang hebben gekregen. In de Zweedse gezondheidszorg werden patiënten sneller beter als ze voelden dat hun verzorger iets extra’s deed—een klein bloemetje, een extra glaasje sap. Zo simpel kan het zijn.

Hoe maak je er een gewoonte van?

30 tot 50% van jouw karaktereigenschappen zijn bepaald door DNA. De rest is ruimte voor gewoontevorming. Maar hoe zorg je dat goede intenties omslaan in gedrag? Door drie elementen te combineren: een moment, een actie en een viering.

Kies bijvoorbeeld: elke keer als iemand onderbroken wordt in een vergadering, ga ik terug naar het punt dat diegene wilde maken. Dat is het moment (iemand wordt onderbroken) en de actie (terugbrengen). Het derde element is cruciaal: vier het. Bal je vuist onder tafel, glimlach, zing een refrein in je hoofd. Dat schept dopamine in je brein en maakt dat je het opnieuw wilt doen. Zo ontstaat een gewoonte.

Belangrijk: kies zelf wat bij jou past. Niet wat een training of een manager je oplegt. Als complimenten geven niet bij je past, doe dan iets anders—stel vragen, geef ruimte, bevestig iemands inbreng. Zolang het jouw manier is om verbinding te maken.

Onderzoek van Arizona State University laat zien wat er gebeurt als 62 mensen drie maanden met inclusieve gewoontes aan de slag gaan: 50% meer inclusie, 40% meer waardering, 38% minder stress, 53% meer energie. Niemand maakte er een programma van. Ze gingen gewoon doen.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Je kunt verbinding niet wegorganiseren. Je kunt het niet beleggen bij HR of bij één manager. Elk teamlid kan vandaag beginnen. Zonder toestemming. Zonder budget. Zonder tijd. Dat maakt micromomenten krachtig—en voor sommigen misschien ongemakkelijk. Want dan kan je het niet meer uitbesteden aan een ander.

Denk aan de jonge professional die net begint. Die neemt vaak de bestaande cultuur over. Maar je kunt ook vanaf dag één zeggen: daar doe ik niet aan mee. Ik geef wel complimenten. Ik spreek ook met mensen een echelon lager. Ik vraag door. Kleine keuzes die grote impact hebben—niet alleen op anderen, maar ook op jouw eigen werkgeluk.

Drie inzichten voor leidinggevenden

  • Stop met wachten op grote interventies. Thuisgevoel ontstaat uit dagelijkse kleine momenten, niet uit jaarlijkse teamdagen of trainingen die niet beklijven.
  • Maak van verbinding een gewoonte door een moment, een actie en een viering te koppelen. Vier het als het lukt—dat maakt dat je brein het opnieuw wil doen.
  • Geef eigenaarschap niet weg. Elk teamlid kan vandaag beginnen met micromomenten. Zonder toestemming. Zonder budget. Dat maakt cultuurverandering mogelijk van onderaf.

Veelgestelde vragen

Waarom gaan trainingen over verbinding niet over in daadwerkelijk gedrag op de werkvloer?

Omdat trainingen inspiratie geven maar geen gewoontes creëren. Bewustwording slaat pas om in actie als je het koppelt aan concrete momenten en het viert wanneer het lukt. Anders blijft het een goed voornemen.

 

Wat is het verschil tussen een micromoment en oppervlakkige beleefdheid?

Oppervlakkige beleefdheid volgt een script. Een micromoment komt voort uit echte interesse en aandacht voor de ander. Het is niet gemeend als je het vanuit een checklist doet, maar wel als je zelf kiest wat bij je past en waar jouw team baat bij heeft.

 

Hoe zorg je dat micromomenten niet kunstmatig of gemanipuleerd voelen?

Door ze zelf te kiezen in plaats van opgelegd te krijgen. Kies wat bij jou past—complimenten, vragen stellen, ruimte geven. Doe het omdat je in een fijn team wilt werken, niet om brownie points te verzamelen.

 

Kan iedereen dit leren of zijn sommigen geboren attentievere mensen?

30 tot 50% van karaktereigenschappen is bepaald door DNA, maar de rest is ruimte voor gewoontevorming. Iedereen kan micromomenten leren door bewust momenten te kiezen en het gedrag te vieren tot het een gewoonte wordt.

 

Hoeveel micromomenten per dag moet ik geven om effect te hebben?

Ongeveer drie per dag is een goed uitgangspunt. Maar het gaat niet om kwantiteit—het gaat erom dat je het volhoudt en dat het een gewoonte wordt. Begin klein en bouw op.

Je vindt de website van People Power hier

Interview met Esther in ‘Vrouwversterkend werkgeverschap’

Interview met Esther in ‘Vrouwversterkend werkgeverschap’

Hebben vrouwen wel genoeg ambitie? Volgens Esther Mollema is dat de verkeerde vraag.

Waarom stromen vrouwen nog steeds minder vaak door naar leidinggevende functies, terwijl hun ambities net zo groot zijn als die van mannen? In dit interview legt Esther Mollema uit hoe onbewuste vooroordelen ervoor zorgen dat dezelfde ambitie anders wordt geïnterpreteerd. Ze laat zien waarom vrouwen vaker feedback krijgen op hun persoonlijkheid dan op hun prestaties, hoe organisaties potentieel eerlijker kunnen beoordelen en waarom leiderschap vraagt om zowel daring als caring. Een artikel over de onzichtbare mechanismen achter carrièrekansen én wat organisaties kunnen doen om ze te doorbreken.

 

Lees onze preview voor Managementboek.nl van ‘Micromomenten’

Lees onze preview voor Managementboek.nl van ‘Micromomenten’

Dit is de preview die we voor Managementboek.nl schreven voor ons boek ‘Micromomenten’. Daar lees je waarom de sleutel tot een sterke teamcultuur niet ligt in grote plannen, maar in kleine momenten die vaak ongemerkt voorbijgaan. We verkennen hoe dagelijkse interacties tussen collega’s bepalen of mensen zich welkom, gehoord en gewaardeerd voelen, en hoe juist die momenten duurzame verandering in gang kunnen zetten.

 
 
Queer allyship valt niet in te plannen

Queer allyship valt niet in te plannen

Afbeelding: HBR/ Getty Images 

Volgende week kleuren voor één maand organisatieprofielfoto’s in alle tinten tussen rood en paars, worden agenda’s geblokt met trainingssessies en worden er een nieuwe ronde aan regenboogkeychains uitgedeeld. Er is hard gestreden voor deze maand van erkenning voor de LGBTQIA+-gemeenschap op de werkvloer. Waarom zouden wij daar dan iets op tegen hebben?

Juist wij benadrukken namelijk hoe belangrijk het is dat mensen zich gewaardeerd voelen, en dat organisaties daar actief aan bijdragen. Ons brein is voortdurend op zoek naar dat soort signalen, vaak nog meer dan we zelf doorhebben. Als je wilt dat mensen optimaal presteren, moeten ze het gevoel hebben dat ze erbij horen. Maar juist in die zoektocht blijkt timing ertoe te doen.

Uit onderzoek begrijpen we steeds beter hoe je die noodzakelijke verbinding met werknemers, en met elkaar, echt aangaat. En daarin blijkt een themamaand vaak tekort te schieten. Juist omdat de signalen in die maand zo geconcentreerd en overvloedig zijn, komen ze minder authentiek over bij de mensen voor wie ze bedoeld zijn. Ze voelen minder als oprechte aandacht en meer als iets dat van een checklist wordt afgevinkt. Zo dragen ze niet automatisch bij aan een sterker gevoel van betrokkenheid of aan een sterkere toewijding richting de organisatie.

Dat raakt aan een fenomeen dat wij in ons boek Micromomenten beschrijven: de neiging van organisaties om verbinding te willen vangen in ‘macromomenten’. Denk aan themadagen, -weken of -maanden. Aan trainingen, borrels, kerstdiners. Aan kantoorkelders waar tafeltennistafels verschijnen en gangen die worden gevuld met portretreeksen van medewerkers: van stagiair tot CEO. Allemaal manieren om te laten zien dat organisaties al hun werknemers belangrijk vinden en dat er ruimte is voor verbinding en ontmoeting.

Die initiatieven hebben absoluut waarde. Maar bouwen op zulke macromomenten heeft ook iets verraderlijks. Ze laten ons geloven dat je verbinding kunt organiseren als een reeks geplande momenten in je agenda, of door grote signalen op de gang te plaatsen. Alsof verbinding iets is wat je kunt afdwingen door iets aan te kopen of af te strepen. Alleen hebben zulke macromomenten op zichzelf staand zelden een langdurig effect. Tafeltennistafels en regenbogen op de vloer verliezen hun effect naarmate je er vaker langsloopt en het verloop van een themamaand valt uit te dromen als je al eventjes meedraait.

Mensen kunnen zich, in het geval van Pride Month, wel herkennen in uitingen van hun organisatie en zich best even gezien voelen. Maar dat moment is vluchtig. Uiteindelijk wordt het gevoel van erkenning bepaald door wat er daarna gebeurt in de dagelijkse samenwerking zelf. Die training van een tijdje geleden, of die portretgalerij waar je net langsliep, zegt weinig over of er in vergaderingen naar ieders stem wordt geluisterd en of bepaalde perspectieven structureel minder ruimte krijgen. Een signaal op de gang maakt dus maar weinig verschil als de bijbehorende micromomenten — kleine, herhaalde acties — ontbreken.

Sterker nog, wanneer zo’n zichtbaar gebaar niet wordt ondersteund door concreet gedrag of beleid, kan het effect zelfs omslaan. Medewerkers krijgen dan het gevoel dat de organisatie diversiteit wel wil laten zien, maar niet echt leeft. Dat organisaties liever energie steken in de indruk dat iedereen zich al welkom voelt, dan in het structurele werk dat nodig is om die cultuur daadwerkelijk te creëren.

Grote gebaren, bijvoorbeeld rond Pride, stellen scannende breinen misschien even gerust, maar zijn vaak ook een luie oplossing. Erkenning werkt in ons brein namelijk niet in pieken, maar in patronen. Ze ontstaat niet door wat er af en toe gebeurt, maar door wat zich herhaalt. Niet in wat er op de muur hangt of in wat er één keer wordt uitgesproken. Ze zit in hoe mensen elkaar dagelijks benaderen: in wie wordt aangekeken, wie wordt betrokken, wie wordt gehoord en wie wordt ondersteund op momenten dat het ertoe doet.

Zo kunnen macromomenten bijvoorbeeld een gevoel van uitsluiting tijdens het werk niet goedmaken. Wie zich buitengesloten voelt, raakt daar meestal niet van overtuigd door een incident, maar door een opeenstapeling van kleine momenten. Een groot gebaar, hoe goed bedoeld ook, doorbreekt dat patroon zelden. Herstel vraagt daarom niet om één indrukwekkende gebeurtenis (zoals een training of een kantoor vol regenboogsymboliek) maar om herhaalde signalen van collega’s die samen een nieuw verhaal vertellen.

De trainingen tijdens Pride Month zijn weliswaar een waardevol begin. Ze dragen bij aan bewustwording en kunnen een basis leggen voor allyship in de rest van het jaar. Toch merken we dat, wanneer we kritisch kijken naar hoe inclusie in deze maand wordt benaderd — in posts, in de media en binnen organisaties — de focus vaak blijft hangen bij bewustwording. En dat is niet genoeg.

Het gaat te weinig over gedrag dat mensen daadwerkelijk kunnen overnemen. Niet alleen leiders, maar juist collega’s onderling: de mensen die dagelijks met elkaar samenwerken en elkaars werk- en sociale ervaring vormgeven. Worden zij al getraind, dan ligt de nadruk nog vaak op wat je vooral niet moet doen. Maar dat laat lijken dat bij de afwezigheid van exclusie automatisch inclusie ontstaat. Dat als je de vervelende opmerkingen weghaalt, het automatisch voelt alsof je erbij hoort. Maar zo werkt het niet. Inclusie vraagt om actief gedrag. Om kleine signalen die je steeds opnieuw afgeeft.

Ons brein blijft namelijk zoeken: hoor ik erbij, of niet? Daar moet je elke dag opnieuw een antwoord op geven. Denk bijvoorbeeld aan hoe het is om gefeliciteerd te worden op je verjaardag, door je organisatie of door collega’s. Dat voelt goed en creëert een fijn moment. Maar het vervangt geen echte, doorlopende relatie. Je bouwt geen diepe connectie op met iemand alleen omdat diegene je één keer per jaar feliciteert. Dat doe je ook niet met je queer werknemers door ze eens per jaar in het zonnetje te zetten.

Aan de slag

Voor organisaties:
Verspreid je initiatieven meer over het jaar. Zo worden ze beter ontvangen en blijft de inhoud beter hangen. Betrek queer medewerkers actief bij de keuzes die worden gemaakt rondom deze initiatieven. Waarom zou je keuzes voor hen maken als zij zelf hun perspectief te delen hebben?

Zorg er daarnaast voor dat elke training of sessie eindigt met een vertaalslag naar gedrag: wat betekent dit concreet voor morgen? Welke kleine acties kunnen mensen direct toepassen? Laat het daar niet bij een eenmalig moment, maar ga echt het proces met je werknemers aan. Daarbij kunnen micromomenten helpen om die vertaalslag praktisch en haalbaar te maken.

Voor collega’s:
Weet dat goede intenties niet het eindpunt zijn. Je wilt niet blijven hangen in willen, maar doorgaan naar doen. Vaak zit het verschil in iets kleins: een vraag stellen, iemand expliciet betrekken, een vooroordeel voorzichtig bevragen of opkomen voor iemand die zelf niet in de ruimte is. Je bent vaak maar één zin verwijderd van iemand meer ruimte geven. Dat voelt misschien spannend. Maar juist in die kleine momenten ligt de sleutel tot echte verbinding. Met micromomenten maak je die verbinding niet alleen belangrijk, maar ook uitvoerbaar, elke dag opnieuw.

 

De twee benen van goed leiderschap in 2026: reflecties vanuit de praktijk

De twee benen van goed leiderschap in 2026: reflecties vanuit de praktijk

Esther Mollema Caring Daring

 

 

Dit artikel is een update van twee eerder geschreven blogs over hetzelfde onderwerp. In dit artikel kijken hoe het komt dat daring leiders de vele transformaties in organisaties niet kunnen waarmaken en hoe je caring leiderschap via micromomenten kunt trainen. 

Goed leiderschap wordt vaak beschreven in termen van stijlen, competenties en modellen. In de praktijk zie ik echter iets veel eenvoudigers terugkomen: leiders die effectief zijn, staan stevig op twee benen.

Die twee benen noem ik daring en caring. Ze vormen samen de basis van goed leiderschap. Het zijn geen losse kwaliteiten waar je uit kunt kiezen, maar twee met elkaar verbonden taken. De ene kan niet zonder de ander. Pas in samenhang zorgen ze ervoor dat leiders vooruitgang boeken en duurzame resultaten realiseren in teams en organisaties.

Leiderschap op twee benen

Het ene been staat voor wat ik de daring-kant van leiderschap noem: het vermogen om richting te geven, besluiten te nemen en verantwoordelijkheid te dragen voor het gezamenlijke resultaat. Daring leiderschap betekent dat je de formele macht die je in je rol hebt gekregen bewust inzet om het werk vooruit te helpen. Met dit been zorg je als leider voor duidelijkheid, focus en tempo. Je maakt helder wat belangrijk is, welke keuzes gemaakt worden en wat er van mensen verwacht wordt. Je voorkomt dat onderwerpen blijven zweven, spreekt aan waar het beter moet en zorgt dat afspraken niet alleen worden gemaakt, maar ook worden opgevolgd.  Natuurlijk bespreek je veel met het team en luister je naar verschillende perspectieven. Maar leiderschap vraagt ook dat je op tijd knopen doorhakt. Niet eindeloos blijven overleggen, maar helderheid bieden over wat wel en niet gebeurt. Want onduidelijkheid voelt soms vriendelijk, maar zorgt in de praktijk vaak voor vertraging, frustratie en gedoe.

Het andere been staat voor de caring-kant van leiderschap: het vermogen om aandacht te hebben voor mensen, hun ontwikkeling en de kwaliteit van de samenwerking. Caring leiderschap betekent dat je niet alleen kijkt naar wat er moet gebeuren, maar ook naar wat mensen nodig hebben om goed bij te dragen. Met dit been creëer je als leider een omgeving waarin teamleden kunnen groeien, leren en hun perspectief durven delen. Je luistert actief, stelt vragen, coacht waar nodig en helpt mensen om hun talenten verder te ontwikkelen. Daardoor ontstaat een manier van samenwerken waarin mensen zich gezien voelen, elkaar versterken en makkelijker van elkaar leren.  Die aandacht voor het menselijke aspect maakt besluiten uiteindelijk beter. Niet omdat elk gevoel leidend moet zijn, maar omdat goede besluiten ook vragen om inzicht in wat er bij mensen speelt. Welke zorgen leven er? Welke kennis blijft nog onuitgesproken? Wie kijkt er vanuit een ander perspectief naar het probleem?

Het model van deze twee benen ontstond bij mij in 2022, met dank aan Joy Lodarmasse van Alliander, die de metafoor aandroeg. Inmiddels wordt het door veel organisaties en coaches gebruikt, juist omdat het in één beeld duidelijk maakt wat goed leiderschap vraagt: geen keuze tussen caring en daring, maar het ontwikkelen van beide kwaliteiten in samenhang.

In de praktijk zien we echter dat veel leiders vooral één van beide benen ontwikkelen. Vaak is dat het gedrag waarmee ze in eerste instantie succesvol zijn geworden. De leider die goed is in verbinden, blijft zorgen en afstemmen. De leider die sterk is in richting geven, blijft duwen en besluiten nemen. Wat eerst een kracht was, wordt dan op termijn een beperking.

Goed leiderschap vraagt daarom niet alleen om sterker worden in wat je al kunt, maar ook om het ontwikkelen van het been dat minder vanzelfsprekend voelt. Juist daar ontstaat balans.

Beide benen in de praktijk

De afgelopen jaren is mijn overtuiging alleen maar sterker geworden: organisaties sturen nog altijd te weinig op caring leiderschap, terwijl de druk op leiders groter is dan ooit. Lange tijd zijn leiders vooral geselecteerd en beloond op hun daring-kwaliteiten: richting geven, beslissen en resultaten behalen. In veel organisaties zien we daarom senior leiders die hier goed in zijn. Zij ontwikkelen strategie, brengen focus aan en zorgen voor tempo. Dat heeft organisaties veel opgeleverd en lange tijd leek dit ook dé route naar succes.

Tegelijkertijd ontstaat daar nu een steeds zichtbaarder probleem. Juist deze groep leiders heeft vaak moeite om grote veranderingen daadwerkelijk te laten slagen.[1] Niet omdat de plannen niet kloppen, maar omdat er onvoldoende zicht is op wat er gebeurt bij de mensen die deze plannen moeten uitvoeren.

Onderzoek laat al jaren zien dat een groot deel van de organisatieveranderingen mislukt of achterblijft bij de verwachtingen. De oorzaak ligt zelden in de strategie zelf, maar veel vaker in de manier waarop mensen worden meegenomen. Of preciezer: in de mate waarin leiders begrijpen wat er speelt onder de oppervlakte. Daring leiders hebben vaak oprecht het gevoel dat het goed gaat. De richting is helder, de planning staat en de doelen zijn duidelijk. Maar twijfel, onzekerheid of weerstand worden niet altijd uitgesproken. En wat niet wordt uitgesproken, wordt al snel geïnterpreteerd als er niet zijn. Stilte is geen instemming Juist daar gaat het mis. Wat voor leiders voelt als ‘stilte’ of ‘instemming’, is in werkelijkheid vaak terughoudendheid, onduidelijkheid of een gebrek aan veiligheid om het uit te spreken. Signalen die cruciaal zijn voor het slagen van een verandering blijven daardoor onzichtbaar.

In organisaties waar meerdere veranderingen tegelijk spelen, en dat zijn er veel, wordt deze kloof alleen maar groter. Het verschil tussen leiders die sterk zijn in richting geven en het ontbreken van aandacht voor wat er bij mensen speelt, wordt daar steeds voelbaarder.

De denkfout van een generatie daring leiders

Een belangrijk deel van dit probleem ligt in hoe we leiderschap lange tijd hebben ingevuld. Caring werd vaak gezien als iets extra’s: een teamuitje, een inspirerende speech of een moment van aandacht op gezette tijden. Geen kernonderdeel van leiderschap, maar iets voor erbij.

Daar komt bij dat daring leiders in Nederland opereren in een specifieke culturele context. We communiceren relatief direct en expliciet. Wat niet wordt gezegd, lijkt er al snel niet te zijn. Maar precies daar zit de denkfout. In veel situaties wordt wat mensen echt denken of voelen juist níet direct uitgesproken. Niet omdat het er niet is, maar omdat het spannend is, omdat de context er niet veilig genoeg voor voelt, of omdat mensen hun woorden nog niet scherp hebben.

Leiders die sterk leunen op daring, missen deze laag sneller. Ze luisteren vooral naar wat er gezegd wordt, terwijl een groot deel van de informatie juist zit in wat níet wordt uitgesproken. [2] In meer groepsgerichte en caring culturen zijn leiders vaak meer gewend om tussen de regels door te luisteren en subtiele signalen op te vangen. Juist dat vermogen wordt in complexe veranderingen steeds belangrijker.

Wat niet wordt gezegd, bepaalt wat er gebeurt

Wanneer bezwaren niet worden uitgesproken, bestaan ze voor anderen vaak ook niet, zeker niet voor leiders die sterk gericht zijn op resultaat. Tegelijkertijd schuilt juist in die onuitgesproken signalen waardevolle informatie.

Verbinding zit in de micromomenten

Verbinding ontstaat niet door grote, zichtbare gebaren, maar in wat er dagelijks tussen mensen gebeurt. In kleine, subtiele signalen tijdens interacties. Vaak begint dat bij een leider die zichzelf laat zien, die durft te vertragen en zich kwetsbaar en lerend opstelt.

Caring leiders handelen vanuit het besef dat mensen beter presteren wanneer zij zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelen. Niet als een extraatje, maar als een voorwaarde om goed werk te kunnen leveren. In teams zijn mensen voortdurend, vaak zonder dat ze zich daarvan bewust zijn, op zoek naar signalen die bevestigen dat zij erbij horen en dat hun bijdrage ertoe doet. Die zoektocht stopt niet na één goed gesprek, maar keert steeds terug in het dagelijks werk.

Die behoefte aan verbinding is diep verankerd in ons menselijk systeem. We hebben geen pantser of klauwen. Onze overlevingskracht ligt in samenwerking. Alleen waren we kwetsbaar, samen hadden we een kans. Die logica werkt nog steeds door in hoe ons brein reageert, ook in een moderne werkomgeving.

Micromomenten: waar het verschil wordt gemaakt

Caring leiderschap wordt zichtbaar in wat we micromomenten noemen: kleine, vaak vluchtige interacties die zich gedurende de dag herhalen en die een groot effect hebben op de kwaliteit van samenwerking. Het gaat om momenten waarin iemand zich gezien voelt, waarin er echt geluisterd wordt, waarin ruimte ontstaat voor een ander perspectief of waarin iets wordt benoemd wat nog niet expliciet is gemaakt.

Juist omdat deze momenten zo klein en alledaags zijn, worden ze gemakkelijk over het hoofd gezien. Ze staan niet in planningen, vragen geen extra middelen en worden zelden expliciet geëvalueerd. Toch bepalen ze in sterke mate hoe veilig, betrokken en energiek een team functioneert. Wanneer deze micromomenten aanwezig zijn, ontstaat er een andere dynamiek. Mensen spreken zich uit, brengen ideeën in en nemen verantwoordelijkheid. Wanneer ze ontbreken, ontstaat juist terughoudendheid en afstand.

Het verschil zit vaak in ogenschijnlijk kleine keuzes: een vraag die wel of niet wordt gesteld, een reactie die wel of niet wordt gegeven, of het moment waarop een leider besluit om even stil te staan in plaats van door te gaan. Caring leiderschap is daarmee geen ‘zachte’ aanvulling, maar een essentieel onderdeel van effectief leiderschap.

Daring opnieuw bekeken

Het belang van caring betekent niet dat het daring-been minder belangrijk wordt. Integendeel, juist in tijden van verandering is het noodzakelijk dat leiders richting geven, keuzes maken en zorgen voor voortgang. Zonder die duidelijkheid ontstaat onzekerheid en vertraging. Tegelijkertijd is het in een context van voortdurende verandering niet langer voldoende om alleen sterk te zijn in analyseren en besluiten nemen. Evenmin is caring leiderschap op zichzelf genoeg.

De uitdaging ligt in het ontwikkelen van beide kwaliteiten in samenhang. Wanneer daring en caring elkaar versterken, ontstaat leiderschap dat zowel richting geeft als verbindt. Dat duidelijkheid biedt én ruimte laat voor inbreng van anderen.

In de praktijk blijkt die balans lastig. Veel leiders ontwikkelen zich vooral op één van beide dimensies. Wat hen eerder succesvol maakte, kan hen later juist beperken.

Caring leiderschap ontwikkel je in de praktijk

Caring leiderschap laat zich moeilijk ontwikkelen via klassieke trainingen alleen. Kennis en bewustwording helpen, maar uiteindelijk ontstaat deze vorm van leiderschap in de dagelijkse interactie met anderen. Het vraagt om aandacht en oefening: luisteren naar wat er speelt, nieuwsgierig blijven en jezelf steeds opnieuw de vraag stellen wat de ander nodig heeft om verder te komen. Die ontwikkeling vindt niet alleen plaats op het werk, maar ook daarbuiten. In elke situatie waarin de keuze bestaat om wel of geen aandacht te geven. Het zijn juist die micromomenten waarin leiderschap vorm krijgt. Door ze te herkennen en er bewust aandacht aan te geven, ontstaan nieuwe gewoontes.

Op welk been sta jij?

Leiders die vooral sterk zijn in daring kunnen inhoudelijk zeer capabel zijn, en toch niet de leiders zijn die nodig zijn voor de transformaties waar organisaties nu voor staan.

De vraag die daarbij helpt is eenvoudig: op welk been steun jij vooral als leider? En hoe kijken de mensen om je heen daarnaar? De uitnodiging is om beide benen te ontwikkelen. Niet alleen in theorie, maar juist in de dagelijkse praktijk. In de vele kleine momenten waarin leiderschap zichtbaar wordt. De grote veranderingen waar organisaties voor staan, worden niet alleen gerealiseerd in strategieën en plannen, maar in gedrag. In hoe mensen samenwerken en hoe zij met elkaar omgaan. Leiders die leren om die momenten te zien en er bewust vorm aan te geven, bouwen stap voor stap aan teams die niet alleen beter presteren, maar ook veerkrachtiger zijn, meer energie ervaren en langer verbonden blijven.

 

[1] Fernandez, Jenny, When Senior Leaders Lack People Skills, Transformations Fail, Harvard Business Review, April 6, 2026

[2] Meyer, Erin, The Culture Map, 2019, business contact