Grapje, moet toch kunnen?

Grapje, moet toch kunnen?

Vaders de Luizenmoeder
Beeld: De Gelderlander/ De Luizenmoeder Avrotros

 

Humor is belangrijk en nuttig, juist ook op de werkvloer. Humor is een universeel fenomeen dat mensen kan aanmoedigen, vermaken en verbinden. Maar het kan ook misgaan als niet iedereen een grap als grappig ervaart; als de grap ten koste van iemand anders gaat, iemand aanvalt of beschadigt. Dan kan dat ‘grapje’ ook polariserend werken binnen je bedrijf, en dit vraagt alertheid van zowel grappenmakers als ontvangers.

Een ogenschijnlijk onschuldige, maar wel degelijk racistische of discriminerende grap kan grote gevolgen hebben. Volgens de Nederlandse humoronderzoeker Zijp missen mensen met een het-is-maar-een-grapje-redenatie vaak iets essentieels: het besef dat humor wél impact kan hebben. Waarom?

Vaak wordt gelachen om grappen die de morele en sociale grenzen van mensen opzoeken en er net niet of juist wel overheen gaan. Als grappen in je team op het randje zitten (of er zelfs overheen gaan), zijn er volgens Zijp twee risico’s: ten eerste, dat de inhoud van de grap genormaliseerd wordt, en ten tweede dat de norm verschuift. En dat komt een prettig werkklimaat allerminst ten goede.

Dit werkt zo: ongeacht je politieke overtuigingen hebben discriminerende of racistische grappen een normaliserend effect in je brein. Simpelweg door Theo Maassen een grensopzoekende grap te horen maken, zorgt ervoor dat je een soortgelijke opmerking van een collega minder vreemd gaat vinden. Best logisch toch, want Maassen kreeg er een daverend applaus voor? En Johan Derksen blijft ondanks de maandelijkse rellen rond zijn uitspraken gewoon op de buis, wat de norm verschuift over wat acceptabel is. Ook binnen je eigen organisatie beïvloeden grappenmakers onbewust de norm van wat wel en niet oké is om te zeggen. Hoe meer autoriteit zij hebben, hoe automatischer we dingen van hen aannemen. En hoe meer lachers ze op hun hand hebben, hoe sneller dit nieuwe oké onderdeel wordt van de bedrijfscultuur.

Ja, ook meelachers hebben impact. Genoeg collega’s zullen lachen om grappen die dicht bij een grens liggen uit ongemak of uit opluchting dat zij boven zulke opmerkingen staan. Maar het blijft opvallend dat die collega’s hard mee blijven lachen om racistische grappen. Neem bijvoorbeeld Luizenmoeder, een confronterende serie die met ontzettend veel lof is ontvangen, waarin de discrimerende grappen je om de oren vliegen. Als ‘De Klimop’ jouw organisatie in het klein zou zijn, zou je het dan niet zorgwekkend vinden als grappen over een zwarte vader die ‘wel de schoonmaker zal zijn’ en over zijn adoptiedochter die op haar vierde ‘nog geen Nederlands zou kunnen spreken’ worden geaccepteerd als onschadelijke komedie?

Voordat je in de verdediging schiet: ik weet dat de Luizenmoeder gemaakt is om ons een spiegel voor te houden en dat de reflectie die dat biedt ook zeker een functie heeft. Tegelijkertijd moet je ook als je het niet zo bedoelt als grappenmaker, je wel realiseren wat het neveneffect kan zijn van je regelmatige grappen ten koste van anderen. Er is namelijk een risico in hoe mensen humor interpreteren. Dit noemen we het Archie Bunker Effect, naar een fictieve witte racistische bullebak in de serie All in the Family uit de jaren ’70. De bedenkers zetten Bunker neer als een karikatuur, maar het succes van de serie had een onverwacht neveneffect: conservatieve kijkers begonnen zich te identificeren met Bunker als hun held, waardoor dit onbedoelde gedachtegoed juist snel terrein won.

Misschien loopt op jouw werk een Theo Maassen, een Juf Ank of een Archie Bunker rond?  Die soms verschrikkelijke, tenenkrommende opmerkingen maakt onder het mom van een grap, wat collega’s ertoe kan aanzetten tot soortgelijke racistische of discriminerende uitingen? Realiseer je dan dat daarmee de norm wordt verlegd.

Wat kun jij hieraan doen?

Als organisatie moet je de verantwoordelijkheid nemen om de norm, de bedrijfscultuur te bepalen én te bewaken. Betrek hier alle werknemers actief bij en maak DEI een integraal onderdeel van onboarding en jaarlijke trainingen. Overweeg bijvoorbeeld om trainingen over inclusie en exclusie, en de rol van humor hierin verplicht te stellen voor promoties, of om persoonlijke doelen ook te koppelen aan inclusie. Daarmee geef je als bedrijf een duidelijke boodschap af: grappen en gedrag die niet in lijn zijn met onze normen, horen hier niet thuis én hebben consequenties.

Om het probleem effectief aan te pakken, is er ook een dagelijkse benadering nodig waaraan elke werknemer kan bijdragen. Stimuleer een cultuur waarin werknemers elkaar durven aanspreken op discriminerende grappen waardoor die geen ruimte krijgen. Maak duidelijk dat diegenen die meelachen ook medeverantwoordelijkheid dragen voor de uitsluiting die de grap veroorzaakt. Als je namelijk niet actief werkt aan inclusie, werk je onbewust aan exclusie. Een grap die niet ten koste gaat van een ander is heerlijk en juist op de werkvloer ook belangrijk. Zorg ervoor dat humor mensen samenbrengt in plaats van ze te verdelen.

Bepaal het tempo van jouw organisatie zodat racisme en discriminatie geen ruimte krijgt.

Bepaal het tempo van jouw organisatie zodat racisme en discriminatie geen ruimte krijgt.

Esther Mollema Gezicht Etniciteiten

 

Iedereen die weet hoe hardnekkig onbewuste vooroordelen zijn zal, net als ik, zeer teleurgesteld zijn geweest toen de wet die discriminatie op de arbeidsmarkt moet aanpakken werd verworpen in de Eerste Kamer.

Nederland is het land dat bijna wereldkampioen ‘prettig zelfbeeld’ is en dat maakt dat mensen zonder kennis die soort wetsvoorstellen vaak wegstemmen zonder te begrijpen hoeveel impact ze hiermee hebben. Onbewuste vooroordelen kunnen je handelen beïnvloeden waardoor je zonder het te weten discrimineert.

Ik wil graag enkele feiten delen, omdat wij dagelijks mensen testen op hun onbewuste vooroordelen. Sinds 2020 hebben we bijvoorbeeld 4.035 mensen in organisaties getest op hun vooroordelen met betrekking tot huidskleur. Hoewel 97% van de deelnemers dacht dat ze geen onbewuste vooroordelen hadden op basis van huidskleur, bleek uit de test dat 79% van hen onbewust meer vertrouwen toonden in mensen met een lichte huidskleur.

En van de 18.807 mensen die we sinds 2012 hebben getest op gender- en leiderschapsvooroordelen, beweert 95,1% dat ze niet naar geslacht kijken bij het selecteren van nieuwe leiders voor hun organisatie. Echter, onze tests laten zien dat 81% van hen onbewuste vooroordelen heeft voor mannen als leiders.

Deze vooroordelen veroorzaken veel leed: kansen worden gemist door mensen die ze verdienen, en anderen worden ten onrechte geprezen voor kwaliteiten die ze niet bewezen bezitten.

Deze wet zou organisaties verplichten om hun wervings- en selectieprocedures zo te organiseren dat vooroordelen minder kans zouden krijgen. Waarom is die wet dan weggestemd? Er waren zorgen over de regeldruk en de effectiviteit van de wet. Sommigen beweerden zelfs dat er geen bewijs was dat Nederland zo’n wet nodig had. Dit is simpelweg een misvatting door gebrek aan kennis.

Toch hoop ik dat jij en jouw organisatie wel het verschil willen maken. Daarom hebben we een aanbod voor 10 organisaties om gratis gebruik te maken van onze tools. Het enige wat we vragen is dat je je als organisatie committeert aan het aanpakken van de effecten van onbewuste vooroordelen als blijkt dat deze aanwezig zijn. Deze 10 organisaties krijgen de kans om tot 50 van hun medewerkers onze bias-tests te laten maken, gericht op gender of huidskleur. Alleen de deelnemers ontvangen hun eigen persoonlijke testrapport en de organisaties ontvangen de anonieme groepsresultaten.

Daarna zal ik een online webinar organiseren waarin ik de deelnemende organisaties handvatten bied om vooroordelen in werving en selectie te verminderen (ook kosteloos).

Je kunt jouw organisatie aanmelden via de enquête hieronder. Ik vraag je om kort je motivatie toe te lichten in een paar korte antwoorden, en dan gaan we samen aan de slag.

https://forms.gle/wiz4Ec57oCgmKfLy6 

Deze actie heeft tot doel om de kennis rond onbewuste vooroordelen te verhogen en organisaties in beweging te krijgen. Niet om mijn diensten aan te bieden.

Natuurlijk verwerken wij de data volgens de AVG-wetgeving.

 

Eén Inclusieve Gewoonte A Day…

Eén Inclusieve Gewoonte A Day…

Yesterdat You Said Tomorrow Nike 2022

 

De afgelopen tijd heeft Emmalotte zich verdiept in de Tiny Habits methode van Stanford hoogleraar BJ Fogg. Haar certificatie training leverde een mooi sleutelinzicht op: je kunt inclusief gedrag integreren in je routine door het ontwikkelen van… gewoontes. En dat is mooi, want bij het bouwen van een goed team waarin iedereen optimaal tot z’n recht komt en zich kan inzetten gaat vaak juist over hoe je met elkaar omgaat op de kleine momenten.

We delen dan ook graag vijf tips met je om te werken aan het ontwikkelen van inclusieve gewoontes:

 

#1 Maak wat je wilt veranderen heel klein.

Vaak denken we bij inclusiever willen zijn in termen van ‘alles-of-niets’. Probeer in plaats daarvan kleine, betekenisvolle gewoontes te vinden die passen bij jezelf en bij wat je wilt bereiken en zorg dat ze in je dagelijkse routine passen. Neem je bijvoorbeeld voor om aan het einde van elke vergadering naar de mening te vragen van één collega die weinig heeft gezegd. Of besluit dat je, nadat je zelf feedback hebt gegeven, ook om feedback vraagt van je collega. Als je een gewoonte klein maakt en heel consequent uitvoert, wordt deze een vast onderdeel van je dagelijkse routine. Hierdoor kan er ook motivatie ontstaan om nog meer of aan andere dingen te werken die hiermee te maken hebben. Het kost je zo elke dag maar een klein beetje moeite en aandacht om je goede gewoontes op te bouwen en bij te houden.

#2 Ontdek wat jou motiveert.

Het opleggen van gedrag, aan jezelf of anderen, is niet effectief voor het bereiken van een duurzame gedragsverandering. Verken dus binnen het thema inclusie waar jouw persoonlijke focus en interesses liggen en kies gewoontes die voor jou uitvoerbaar zijn. Misschien vind je het bijvoorbeeld nu nog te uitdagend om voor iemand op te komen die regelmatig wordt onderbroken maar vind je het van nature heel fijn om je te verbinden met je collega’s. Overweeg dan om te starten met een gewoonte die meer aansluit bij wat je al doet, zoals tijdens je gebruikelijke lunchpauze te focussen op wat je gemeenschappelijk hebt met anderen, in plaats van de onderlinge verschillen uit te lichten. Zo’n aanpak kan je op den duur het vertrouwen geven om ook andere uitdagingen aan te gaan.

#3 Niet gebonden zijn door beperkende identiteiten.

Mensen vertellen zichzelf vaak dat ze niet iemand zijn die…’. Zo zien sommigen zichzelf niet als sociaal of juist als conflict mijdend. Dit zorgt ervoor dat de gewoontes die niet overeenkomen met dit zelfbeeld, deze zelfopgelegde identiteit, niet volledig door het brein worden omarmd. In de psychologie noemen we dit cognitieve dissonantie: je wilt onbewust dat jouw ideeën over jezelf overeenkomen met hoe je handelt. Bedenk wat voor effect het kan hebben als je een nieuwe inclusieve identiteit bij jezelf aanwakkert. Als je oprecht gelooft dat je een ‘betrokken collega’ of een ‘ally’ voor minderheden bent, dan ga je ook zo handelen. En met je nieuwe gewoontes cultiveer je dan een stukje van die nieuwe identiteit.

#4 Je verandert het best door je goed te voelen.

Wist je dat een gewoonte vooral blijft hangen als het je een goed gevoel geeft? Dat goede gevoel zorgt ervoor dat het gedrag een vast plekje in je hersenen krijgt. Daarom moedigen we je aan om je successen, hoe klein ook, te vieren. Uit te vergroten. Maak er dus ook een gewoonte van om het succesvol uitvoeren van je inclusieve gewoontes te erkennen en te vieren. Zo kun je met behulp van het gevoel van succes, niet te verwarren met de grootte ervan, je zelfvertrouwen en motivatie vergroten om door te gaan met je nieuwe gewoontes.

#5 Bonus: Neem deze adviezen mee als je anderen wilt helpen.

Als je collega’s wilt inspireren om ook inclusieve gewoontes te ontwikkelen, is het waardevol deze tips toe te passen in je benadering. Neem Tip 2 (Help mensen te doen wat hen motiveert) en Tip 4 (Mensen veranderen het best als ze zich goed voelen) als je grondprincipes. Stimuleer collega’s om zelf te bedenken hoe zij aan inclusie kunnen werken, in plaats van gedrag op te leggen. En vier samen elkaars successen. Het is cruciaal om elkaar te steunen en een goed gevoel te geven tijdens het streven naar meer inclusie. Je kunt collega’s ook helpen door Tip 1 (Maak het klein) en Tip 3 (Nieuwe identiteiten aannemen) in te zetten. Leg uit dat door gewoontes kleiner te maken ze elke dag uitvoerbaar zijn. Je kunt ook bijdragen aan het vormen van inclusieve identiteiten met gerichte complimenten zoals: ‘Wat fijn dat je zo betrokken bent bij mij!’, ‘Jij weet altijd zo goed wat er speelt bij iedereen’ of ‘Ik bewonder hoe je opkomt voor wat nodig is’.

We hopen dat deze tips jullie helpen om grote plannen voor inclusie om te zetten in dagelijks gedrag.

Internationale Vrouwendag 2024

Internationale Vrouwendag 2024

Internationale Vrouwendag Esther Mollema 2024

 

Esther deelt in haar video voor Internationale Vrouwendag dat er ook nog steeds anno 2024 veel werk aan de winkel is. Alleen als ook al het vrouwelijke talent benut wordt kunnen alle uitdagingen in de wereld aangepakt worden. Daarentegen laten recente onderzoeken zien dat de waardering van vrouwelijk talent onder druk staat. Esther’s boodschap is dus dit jaar ook Internationale Vrouwendag vooral ook thuis te bespreken.

Het is niet zo dat als anderen ook mogen meedoen en een stukje van de taart krijgen dat jij dan een stukje minder krijgt. Het is geen taart. Nee, als meer mensen mogen meedoen, komen we tot andere en betere oplossingen en groeien de kansen voor iedereen. Dus het gaat niet om het minder krijgen, maar om er samen meer en vooral met de grote uitdagingen het beter te maken.

Klik hier voor de Link naar Esther’s Video

 

 

 

Hoe veilig is jouw organisatie?

Hoe veilig is jouw organisatie?

In veel organisaties blijft het bespreken van onveilig gedrag een uitdaging. Vaak praten we liever over onveiligheid bij andere organisaties (nu weer de NPO) dan een gesprek te starten over hoe veilig onze eigen organisatie is en hoe we die veiligheid kunnen verbeteren. Waarom vinden we het zo moeilijk om onveilige situaties aan te kaarten binnen onze eigen werkomgeving?

Een effectieve manier om deze vraag te benaderen is via onderstaande piramide van ongewenst gedrag en onveiligheid. Deze piramide illustreert dat een onveilige werkomgeving niet alleen gaat om de veelbesproken incidenten aan de top van de piramide, maar klein en ogenschjijnlijk ‘onschuldig’ begint. Ongewenst gedrag begint bij zaken die we tolereren, negeren en daarmee in stand houden tijdens ons dagelijks werk. Als fout alledaags gedrag niet snel en duidelijk wordt gecorrigeerd, kan het zich herhalen en uiteindelijk een onveilige bedrijfscultuur creëren waarin grotere incidenten vaker voorkomen. Dat heeft grote, negatieve gevolgen voor de (mentale) gezondheid, werkplezier en resultaten van heel veel mensen in die organisatie.

Een onveilige werkomgeving ontstaat dus niet alleen door ongewenst gedrag van collega’s, maar ook door een omgeving die dit gedrag tolereert. Dit kan een leidinggevende zijn die het toelaat, een werknemer die wegkijkt, of toezicht dat faalt. Zo kunnen grappen uitgroeien tot pestgedrag, kunnen complimenten over iemands uiterlijk veranderen in intimidatie, kunnen terloopse opmerkingen leiden tot discriminatie, kan giftig taalgebruik leiden tot een onveilige werksfeer, kan frequente stemverheffing resulteren in een angstcultuur en kan een medewerker die dit ter sprake brengt, worden buitengesloten.  

Van een afstand kijkend, lijkt het onbegrijpelijk dat mensen in een giftige cultuur (want dat wordt het) naar hun werk blijven komen. En toch doen ze dat, zoals we ook in het rapport Van Rijn over de NPO kunnen lezen. De NPO is helaas verre van de enige onveilige organisaties. Zeker twee keer per maand kom ik wel bij een organisatie waar ik merk dat mensen niet vrijuit spreken, waar sommige mensen een overleg overheersen, de meningen van anderen platwalsen, of grappen maken die sommige mensen uitsluiten.

De NPO is een van de organisaties waar de risicofactoren voor het onbesproken laten van onveiligheid groter zijn. In mijn ervaring zijn dit de kenmerken van organisaties waarin mensen sneller de andere kant opkijken bij onveilig gedrag:

  • Organisaties die georganiseerd zijn rond beroepen die je eigenlijk alleen maar binnen die organisatie kunt uitoefenen. Denk hierbij aan de politie, brandweer, diplomatie of defensie. Het verlaten van deze organisaties betekent vaak ook dat je afscheid neemt van je beroep. Dat maakt dat mensen soms meer onveilig gedrag accepteren omdat ze zo van hun beroep houden.
  • Organisaties waarin mensen zich deel van een elite voelen die ‘Champions League’ speelt. Het gevoel van uitverkoren zijn kan leiden tot acceptatie van meer onveilig gedrag, zoals bij omroepen, topsportteams, bedrijven aan de Amsterdamse Zuidas, universiteiten en in de cultuursector.
  • Organisaties die veel met tijdelijke contracten werken waardoor de rechtspositie van medewerkers zwakker is. Kritiek is soms aanleiding een tijdelijk contract niet te verlengen, dus wordt liever gezwegen.
  • Organisaties die zijn gevestigd in regio’s met weinig werkgelegenheid. Lokale medewerkers hebben weinig alternatieven zonder te moeten verhuizen. En dan zie je dat mensen er toch voor kiezen om te blijven werken, ook in een giftige cultuur.
  • Ook organisaties die bovengemiddeld betalen, creëren soms ongewild sneller een cultuur van onveiligheid. Mensen accepteren meer onveiligheid als ze moeilijk elders een baan kunnen vinden met een vergelijkbaar salaris elders.

Als je jezelf afvraagt of jouw team of organisatie trekken heeft van onveiligheid, beantwoord dan eens voor jezelf:

  • Zijn er zaken over de omgang binnen je team of organisatie die je niet makkelijk bespreekt met je collega’s, of slechts met bepaalde collega’s?
  • Zijn er zaken over de omgang binnen je team die je moeilijk met je leidinggevende bespreekt?
  • Zijn er zaken over de omgang binnen je team of organisatie die je voor je houdt, zelfs als je ze als ongewenst beschouwt?

Als je op een of meerdere bovenstaande vragen positief hebt geantwoord, realiseer je dan dat je vaak niet de enige bent. Wat heb je nodig om deze problemen bespreekbaar te maken? Een paar tips.

Vaak zijn er meer mensen die last hebben van dezelfde problemen, wat hun werkgeluk en gezondheid sterk kan beïnvloeden. Overweeg om samen met anderen het gesprek aan te gaan of als dat nodig is gezamenlijk een klacht in te dienen. Zo sta je er niet alleen voor.

Vraag eens of alle ingediende klachten in je organisatie openbaar kunnen worden gemaakt. Analyse van deze klachten geeft een inkijkje in de organisatiecultuur en inzicht in wat nodig is om een veiliger werkcultuur te helpen creëren. Je kunt daarbij ook gebruik maken van medewerkerstevredenheidsonderzoeken (MTO). Kijk daarbij niet alleen naar de gemiddelde scores, maar ook naar de spreiding van de scores en antwoorden en naar de voorbeelden die worden gegeven. Te vaak richten organisaties zich alleen op het gemiddelde cijfer, terwijl juist de uitschieters belangrijke signalen kunnen zijn van onveilige situaties op bepaalde plekken.

Het signaleren van en benoemen van onveiligheid binnen een organisatie is uitdagend en zeker niet altijd gemakkelijk maar is essentieel voor het creëren van een veilige en gezonde werkomgeving voor iedereen. En daar wordt ook het bedrijf als geheel alleen maar beter van.

 

‘Bij een melding van grensoverschrijdend gedrag moet HR durven een spiegel voor te houden’ – Interview aan PW.

‘Bij een melding van grensoverschrijdend gedrag moet HR durven een spiegel voor te houden’ – Interview aan PW.

Lees via deze link het interview met PW. waar Esther en Femke Laagland (Commissie Van Rijn) hun scherpe inzichten delen na aanleiding van de publicatie van het rapport over grensoverschrijdend gedrag bij de publieke omroepen. Esther’s woorden resoneren met kracht in de wereld van HR, waar ze de spiegel voorhoudt aan management over ongewenst gedrag. Lees verder om te ontdekken waarom HR cruciaal is in het aanpakken van grensoverschrijdend gedrag, bij de omroepen, maar ook bij elke andere organisatie.

Experts ongewenst gedrag: ‘Het management heeft de spiegel van HR hard nodig’
Interview door: Jolan Bouwes

Klik hier voor het interview.

Een greep uit het interview:

”Esther Mollema vindt een plek aan tafel bij het managementteam vanzelfsprekend. ‘Zo niet, dan weet je dat de leiding je niet serieus neemt. Het moet niet zo zijn dat je alleen de contracten mag maken. Het management heeft de spiegel van HR juist hard nodig. Die moet tegenwicht bieden aan de macht. Uit onderzoek blijkt dat macht het brein zo vervormt dat je er minder empathisch van wordt.”