Wie moet er eigenlijk gemotiveerd worden – de jonge generatie of de managers zelf?

Wie moet er eigenlijk gemotiveerd worden – de jonge generatie of de managers zelf?

Generaties Esther Emmalotte
Esther en dochter Emmalotte

Ik hoor het best vaak bij veel verschillende klanten: managers die klagen over de jongere generatie op de werkvloer. Laatst zei een manager nog tegen me: “Je mag blij zijn als die Gen Z medewerkers überhaupt op werk verschijnen!” De frustratie druipt ervan af. Gen Z zou ongemotiveerd zijn, niet willen werken en alleen maar eisen stellen. Maar is dat wel echt zo? Of ligt het probleem misschien dichter bij huis – bij de managers zelf?

De spiegel van leiderschap

Wat veel van deze klagende managers over het hoofd zien, is dat de wetenschap rond goed leiderschap en organisatiemanagement allang laat zien wat medewerkers, jong én oud, motiveert. Wat Gen Z wil, is namelijk helemaal niet zo uniek of onredelijk. Sterker nog, het zijn precies de elementen die élke medewerker inspireren en betrokken houden:

Groeimogelijkheden

Jonge medewerkers willen hun kwaliteiten ontwikkelen en zichzelf uitdagen. Ze zoeken naar een plek waar ze niet alleen taken uitvoeren, maar ook écht kunnen groeien. Dit geldt trouwens niet alleen voor Gen Z – wie wil er nu een carrière zonder ontwikkeling?

Duidelijkheid en efficiëntie

Ze verlangen naar heldere verwachtingen, goede afstemming en een soepel werkende organisatie. En laten we eerlijk zijn, wie wil zijn tijd verspillen aan dubbel werk of saaie, overbodige taken? Dit is geen ‘jonge mensen ding’; het is een menselijke behoefte aan zinvol werk.

Persoonlijke aandacht en feedback

Gen Z vraagt persoonlijke aandacht van hun leidinggevende en actiegerichte feedback waarmee ze verder kunnen. Dit lijkt soms op ‘veeleisend gedrag’, maar eigenlijk is het een basisprincipe van goed leiderschap. Medewerkers bloeien op wanneer ze gehoord worden en weten hoe ze kunnen verbeteren.

Zijn jonge medewerkers echt ongemotiveerd?

Toch zien veel managers het vertrek van jonge medewerkers als een bevestiging van hun eigen oordeel: “Zie je wel, ze zijn niet vooruit te branden.” Maar misschien moeten diezelfde managers zich afvragen of zij wel het soort leiderschap bieden dat jongere generaties – en eigenlijk alle medewerkers – nodig hebben. Want het vertrek van een medewerker zegt vaak meer over de manager dan over de persoon die weggaat.

 

 

 

Hartjes handen Emmalotte Esther
Kijk nog eens naar de handen van Esther en Emmalotte: Esther beeldt ‘liefde’ uit zoals haar generatie dat doet, en Emmalotte zoals die van haar. Beiden beelden ze liefde uit, op de manier die zij kennen.

 

Goed leiderschap is tijdloos

Laten we eerlijk zijn: het is makkelijk om met de vinger te wijzen naar een nieuwe generatie. Maar leiderschap vraagt soms om een blik in de spiegel. Vraag jezelf af: geef ik mijn team wat ze nodig hebben om te groeien en betrokken te blijven? Creëer ik een werkomgeving waarin talent wordt gezien, gehoord en gestimuleerd? Of ben ik gewoon blijven hangen in oude manieren van werken die niet meer passen bij vandaag?

De eisen van Gen Z zijn geen hype die overwaait. Het zijn universele behoeften die, als je er goed naar kijkt, elke organisatie beter maken. Misschien is het dus tijd dat niet de jonge generatie verandert, maar de managers zelf.

De kracht van oogcontact

De kracht van oogcontact

Look Beyond Borders - Arthur Aaron EM

Een prachtig voorbeeld van hoe oogcontact verbinding en kwetsbaarheid creëert, is te zien in deze video van Amnesty International. Het toont de kracht van écht zien en gezien worden, en hoe dit de basis vormt voor verbinding. Klik op de afbeelding om naar de video te gaan. 

Een gesprek is een prachtige manier om elkaars gedachten te kunnen ontmoeten. Je deelt je informatie. Komt tot gezamenlijk ideeën, en smeedt sociale banden. Maar weet je wat een goed gesprek écht bevordert? Oogcontact.

Oogcontact is de meest primaire manier om je gezien te laten voelen en geeft je het gevoel van inclusie en het verstevigt relaties. Je communiceert met jouw blik dat je interesse hebt in wat de ander te zeggen heeft, en daarmee laat je zien dat je de persoon achter de woorden respecteert. Ook verbetert oogcontact de communicatie. Je gezichtsuitdrukking, zoals verbazing of schrik, is vaak de eerste reactie op wat iemand zegt. Oogcontact helpt ook om te bepalen wanneer het jouw beurt is om te spreken.

De impact van onbewuste voorkeuren

Je brein let sterk op of iemand je aankijkt en trekt daar conclusies uit. Oogcontact lijkt vanzelfsprekend, maar het is niet altijd makkelijk om iedereen evenveel aandacht te geven. Onze hersenen hebben namelijk onbewuste voorkeuren voor wie we wel of niet aankijken, bijvoorbeeld afhankelijk of iemand tot je ‘innergroep’ behoort of niet.

Het onbewust minder aankijken van bepaalde mensen heeft vaak grote gevolgen. Het zorgt ervoor dat diegene zich ongezien voelt, wat funest is voor hun gevoel van waardering binnen de groep. Iedereen heeft een bepaalde mate van erkenning nodig om zich comfortabel genoeg te voelen om echt bij te dragen in een team. Kwetsbare breinen zijn die van mensen die nieuw of net een beetje anders zijn dan de norm in het team zijn  Wil je dat voorkomen? Dan moet je bewust aan het werk om er een gewoonte van te maken om iedereen goed aan te kijken.

Interessant genoeg spelen onbewuste vooroordelen ook een rol vanuit een ander perspectief. Mensen die zich zeker voelen over hun positie in de groep, zoals leidinggevenden of degenen die tot de norm behoren, letten ook sterk op oogcontact. Kijk jij hen niet aan, dan kan dat worden opgevat als een teken van onzekerheid of zwakte. De gewoonte om de ander bewust aan te kijken, helpt dus niet alleen de ander, maar ook jezelf: je laat ermee zien dat je de ander serieus neemt én dat je vertrouwen hebt in jezelf.

De invloed van je telefoon op verbinding

Een andere belangrijke bron van ruis is de dopaminebom in je zak: je telefoon. Onze concentratie tijdens gesprekken en vergaderingen wordt flink op de proef gesteld doordat apps en meldingen zo ontworpen zijn dat het bijna onweerstaanbaar is om je telefoon erbij te pakken, zelfs als je tegenover iemand zit.

Naast entertainment brengt je telefoon tegenwoordig ook verantwoordelijkheden met zich mee. Platforms zoals Slack en WhatsApp-groepen creëren een constante verwachting van bereikbaarheid. Juist die voortdurende bereikbaarheid belemmert de echte verbinding met de persoon tegenover je. Terwijl bewezen is dat volledig aanwezig zijn en oogcontact maken juist zorgt voor sterkere relaties.

Maak er dus een gewoonte van om echt aanwezig te zijn tijdens gesprekken. Leg je telefoon weg en zet onbelangrijke meldingen uit. Kijk vooral ook je leidinggevende aan, maar vergeet niet de mensen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Door hen aan te kijken zeg je: “Ik zie jou (ook)”.

Oogcontact: een gewoonte om bewust te ontwikkelen

Een interessante katalysatortip voor verbinding: oogcontact blijkt de eerste manier te zijn waarop we als baby’s verbinden met onze ouders. Omdat we nog niet op andere manieren echt kunnen communiceren hebben we alleen hun blik die ons vertelt: “Ik ben er voor je”. Hier komt ‘ie: omdat de meeste mensen rechtshandig zijn, dragen ze hun kind in de linkerarm. Hierdoor maakt hun rechteroog automatisch contact met het linkeroog van het kind. Deze specifieke blik stimuleert de afgifte van oxytocine, een hormoon dat vertrouwen en verbondenheid versterkt. Probeer dat eens uit, nu je toch aan je nieuwe gewoonte gaat werken!

Besef dat werken aan de gewoonte van oogcontact een work in progress is. Ik vind oogcontact soms zelf best intens en heb mezelf aangeleerd om in zo’n geval naar de oogkleur van iemand te kijken in plaats van “in iemands ogen”. Ook blijkt uit onderzoek dat oogcontact belangrijk is om iemand zich gezien te laten voelen, maar dat je ogen afwenden juist kan helpen om nieuwe, onafhankelijke gedachten te vormen. Tijdens een goed gesprek kan oogcontact dus, net zoals het praten zelf, heen en weer gaan tussen de betrokkenen.

Conclusie: de kracht van een blik

Dus: leg die telefoon weg, kijk de ander aan en wees echt aanwezig. Zo bouw je niet alleen sterkere relaties, maar zorg je er ook voor dat iedereen zich gezien voelt. Dat is de kracht van een simpel gebaar zoals oogcontact.

Complimenten geven: een kleine actie met grote impact!

Complimenten geven: een kleine actie met grote impact!

EM

 

Dit is de tweede column in de serie van het programma #InclusieDoen. We willen minder praten over inclusie in organisaties en juist laten zien wat je concreet kunt doen. Vandaag gaat de column over hoe jij, door vaker complimenten te geven, jezelf, de ander én je team helpt! Wil je ook meer #InclusieDoen? Wij staan klaar om je te helpen. De komende weken ondersteunen we je actief bij het ontwikkelen van inclusievere gewoontes. Met korte filmpjes en herinneringen via WhatsApp krijg je tips en begeleiding. En in deze startfase is het helemaal gratis! Alle columns vind je hier.

Deze week ontving ik een hele aardige en uitgebreide mail na een training bij een nieuwe opdrachtgever. Mijn opdrachtgeven benoemde specifiek wat hij zo waardeerde aan de workshop van de dag ervoor. Eerlijk: ik wist zelf ook wel dat de training als een trein liep, maar het verraste me ook hoe ontzettend blij ik werd van de mail. Natuurlijk weet ik uit onderzoek dat complimenten geven werkt, maar het zelf ervaren blijft iets bijzonders.

Complimenten zijn niet zomaar wat vriendelijke woorden; ze hebben daadwerkelijk impact. Wist je dat organisaties waar medewerkers en managers elkaar waarderen, 35% meer energie hebben om resultaten te behalen? Bovendien is de kans 15 keer groter dat medewerkers in zo’n omgeving uitgroeien tot high performers.

Neurowetenschappelijk onderzoek laat zelfs zien dat complimenten op dezelfde manier in de hersenen worden verwerkt als financiële beloningen. Ze activeren het beloningssysteem, roepen positieve emoties op, versterken het zelfvertrouwen en zorgen voor meer verbinding tussen mensen.

Toch voelen veel mensen zich onzeker over het geven van complimenten. Ze maken zich zorgen of ze het compliment wel goed overbrengen. Uit onderzoek blijkt bovendien dat ze vaak onderschatten hoe goed een compliment de ontvanger doet voelen.

De sleutel tot het geven van een goed compliment is oprechtheid en warmte. Kies iets specifieks, hoe klein ook, waar je oprecht waardering voor hebt. Denk er niet te lang over na, want dan is het moment vaak al voorbij om iemand echt een fijn gevoel te geven.

Maak het compliment zo persoonlijk mogelijk (“Jouw creativiteit maakt deze presentatie echt uniek” in plaats van “Goede presentatie”). Ondersteun je woorden met non-verbale signalen, zoals een glimlach en oogcontact. Probeer daarnaast te ontdekken hoe de ontvanger het liefst complimenten ontvangt. Sommigen waarderen publieke erkenning, terwijl anderen een compliment liever privé ontvangen.

Net zoals voeding hebben mensen een constante behoefte om gezien en gewaardeerd te worden. Leer jezelf daarom aan om vaker complimenten te geven en maak er een gewoonte van.

Wil je dit oefenen? Sluit je dan aan bij ons 30 Seconden Inclusiever Programma. Meer informatie vind je hier.

#Complimenten #Werkplezier #InclusiefLeiderschap #TinyHabits #Organisatiecultuur #Impact

Bronnen:

  • A Simple Compliment Can Make a Big Difference, Erica Boothby, Xuan Zhao en Vanessa Bohns, HBR, 2021
  • Gartner 2023 Building an Organization of Great Managers Survey
Vaker om hulp vragen is heel goed voor jou én je organisatie

Vaker om hulp vragen is heel goed voor jou én je organisatie

Hulp vragen

Afbeelding: Harvard Business Review

Dit is de eerste column in een serie van het programma #InclusieDoen. We willen graag minder over inclusie in organisaties praten, maar laten zien wat je concreet kunt doen. Deze column gaat over hoe je, door wat vaker een collega om hulp te vragen, jezelf, de ander én het team kunt helpen! Als jij ook meer inclusie wilt toepassen, staan we klaar om je te ondersteunen.

Binnen het #InclusieDoen thema hebben wij ook een traject ontwikkelt om via nieuwe inclusie gewoontes elke dag een stukje inclusiever te worden. Met korte filmpjes en via WhatsApp krijg je herinneringen, tips, en ondersteuning. In deze startfase is het helemaal gratis! Hier kan je alle columns hierover lezen. 

 We helpen graag—echt waar

Waar vroeger de mensen om je heen vragen om hulp heel normaal was—zoals een kopje suiker lenen, een ritje naar het station of hulp vragen aan een handige collega bij een vastgelopen koffiemachine—keren we nu sneller naar externe, onpersoonlijke opties zoals bezorgdiensten, Uber, ChatGPT of een klusdienst. We vragen liever een onpersoonlijke dienst dan een buurman of een collega. Daarmee missen we het persoonlijke contact dat vroeger bij hulp vragen hoorde.

En dat is jammer, want iets voor elkaar kunnen betekenen is een fundamentele levensbehoefte. Het zorgt voor meer plezier én betere resultaten, zowel thuis als op het werk. Volgens verschillende studies van gedragswetenschappers zijn mensen veel bereidwilliger om ons te helpen dan we denken. Waarom? Omdat helpen de ander een doel geeft. Het biedt een aangename ervaring van contact maken en vriendelijkheid tonen—een gevoel dat zich van persoon tot persoon verspreidt.

Waarom hulp vragen positief is

Collega’s die elkaar om hulp vragen, bouwen sneller een onderlinge band op en ervaren meer vertrouwen. Kleine daden van vriendelijkheid maken een groot verschil. Ze creëren informele netwerken van mensen die elkaar vertrouwen, kennis delen en versterken. Bovendien leren mensen die om hulp vragen vaak sneller. Een hulpvraag kan namelijk leiden tot inzichten en vaardigheden die je anders niet had opgedaan. Het draagt bij aan een cultuur waarin je samen steeds iets beter wordt.

De drempel van hulp vragen overwinnen

Waarom is het dan toch zo moeilijk om hulp te vragen? Vaak zien we het als een lastige, emotioneel risicovolle situatie. Veel mensen vrezen dat ze incompetent overkomen of dat ze een ander belasten. Maar onderzoek van gedragswetenschappers wijst uit dat mensen veel vaker bereid zijn om te helpen dan we denken.

Hulp vragen is niet alleen goed voor de hulpzoeker, maar ook voor de helper. Als jij namelijk iemand om advies vraagt zeg je tegen het brein van deze persoon: ‘Ik respecteer jou en jouw expertise’. Dat versterkt de onderlinge band en draagt bij aan een fijnere, minder geïsoleerde werkomgeving. Jullie schieten er dus allebei iets mee op!

In een tijd waarin technologie ons steeds zelfstandiger maakt, is het belangrijk om de kracht van menselijke connectie niet te vergeten. Collega’s voelen zich juist gewaardeerd wanneer hun expertise wordt gevraagd en ervaren zelfvoldoening door anderen verder te helpen.

Een cultuur van verbinding stimuleren

Een eenvoudige vraag kan een domino-effect van vriendelijkheid creëren en een positieve werkcultuur versterken. Dus herinner jezelf er de volgende keer aan, wanneer je even vastzit of advies nodig hebt: vraag gewoon om hulp. Samenwerken is namelijk niet alleen productiever—het maakt ons allemaal net een beetje gelukkiger.

Hieronder lees je een uitgebreide uitleg over waarom hulp vragen en geven een fundamentele menselijke behoefte is.

 

Vertaald uit: Asking for help is actually really good for you, according to science, Annika Horn, National Geographic, augustus 2024

 

Hoe de mens samenwerking nodig heeft voor overleving en mentale gezondheid. Ons aangeboren vermogen om samen te werken en te socialiseren met andere mensen gaat mogelijk meer dan 3,5 miljoen jaar terug naar een van de vroegste homininen, of menselijke soorten, de australopithecinen.

Toen de australopithecinen zich afscheidden van andere primaten en de regenwouden verlieten voor drogere en “roofdier-rijke” omgevingen, hadden ze grote groepen nodig om te overleven, zegt Peter Richerson, een bioloog en emeritus-hoogleraar aan de University of California, Davis. Australopithecinen leerden samen te werken met mensen met wie ze geen biologische band hadden om te overleven. Deze sociale netwerken maakten strategie, wapenontwikkeling en de vorming van grote “groepen die in staat waren om echt sterke roofdieren te verjagen” mogelijk, zegt Richerson.

Omdat australopithecinen zich hadden ontwikkeld tot tweevoetigen, werd bevallen ook moeilijker en gevaarlijker. Deze verandering stimuleerde waarschijnlijk moeders om elkaar te helpen bij de bevalling, zegt Lesley Newson, evolutionair bioloog en co-auteur van A Story of Us: A New Look at Human Evolution. Moeders “profiteerden echt van samenwerking, door te zeggen: ‘Ik trek jouw baby eruit als jij de mijne eruit trekt,’ ” zegt Newson.

 

 

Sarah Hrdy, evolutionair antropoloog en auteur van Father Time: A Natural History of Men and Babies, zegt dat samenwerking verder werd ontwikkeld bij het opvoeden van kinderen. Hrdy merkte op dat vroege mensen op familieleden buiten de moeder vertrouwden om te helpen bij de opvoeding van het kind, een concept dat “coöperatief broeden” wordt genoemd en dat niet wordt waargenomen bij andere primatensoorten waarmee we genetisch verwant zijn.

Groepsleden deden dit “in ruil voor acceptatie binnen de groep”, zegt Hrdy. De baby, zich bewust van zijn meerdere verzorgers, leerde observeren, socialiseren en zich ingratiëren bij niet-familieleden. Dit “legt de basis voor samenwerking,” zegt Hrdy. Psychologen stellen dat onze evolutie de reden is waarom sociale afwijzing en isolatie vandaag de dag pijnlijk voor ons zijn; hersencircuits waarin emotionele pijn wordt verwerkt, zijn namelijk gebouwd op circuits waarin fysieke pijn wordt verwerkt. In een experiment waarbij deelnemers een virtuele bal naar elkaar overgooiden, ervoer een deelnemer die plotseling geen bal meer kreeg, fysieke pijn.

Vanuit een evolutionair perspectief “is het logisch dat sociale uitsluiting onaangenaam zou moeten aanvoelen, toch?” zegt Gaurav Suri, experimenteel psycholoog en computationeel neurowetenschapper aan de San Francisco State University. “De pijn van sociale uitsluiting is een signaal voor ons om dingen te herstellen die sociale uitsluiting veroorzaken.”

 

Meerderheid vrouwen, mannen nog steeds aan het roer.

Meerderheid vrouwen, mannen nog steeds aan het roer.

Het lijkt zo aannemelijk dat als er veel vrouwelijke talenten in de organisatie werkzaam zijn, er vanzelf meer vrouwen naar topposities van die organisaties doorgroeien. Maar klopt dat ook? We gingen op onderzoek.

HBR Staff/EschCollection/Getty Images

Afbeelding door HBR/ EschCollection/Getty Images

Op donderdag 10 oktober hebben we de resultaten van ons onderzoek in de goede doelensector aan deze rapportage toegevoegd.

Een eerste verkenning bracht ons bij een publicatie van Harvard Business Review (HBR) uit april 2024. Daarin lazen we dat bij de non-profit sector in de Verenigde Staten, waar het merendeel van de medewerkers vrouw is, vrouwelijke representatie in de top juist vaak ontbreekt. De publicatie liet ook zien: hoe meer omzet, hoe vaker mannen de organisatie aansturen. Wij waren benieuwd hoe dat er in Nederland eruitziet en deden onderzoek naar vijvenzeventig ANBI’s (Algemeen But Beogende Instelling) met de hoogste omzet binnen de non-profit sector, specifiek in het onderwijs, in de zorg en in de goede doelensector. Want ook in ons land zijn dit sectoren waarin bewezen meer vrouwen werken dan mannen.

En om maar meteen met de conclusies te beginnen: in Nederland zien we hetzelfde beeld. Ondanks dat de meerderheid van de medewerkers in deze sectoren op alle niveaus vrouw is, is het percentage vrouwen in het bestuur van deze organisaties ook in Nederland lager. Net als in het Amerikaanse HBR-onderzoek, zagen we het percentage vrouwen afnemen in de hoogste lagen van de organisatie. En we zagen dat ook in Nederland de keuze voor de hoogste leiderschapspositie minder vaak op vrouwelijk talent valt als de organisatie groter wordt en meer omzet maakt.

Je zou dus kunnen stellen dat hoewel er in die organisaties meer vrouwen dan mannen werken en zij zich kunnen kandideren voor leidinggevende rollen, ze vaker blijven steken voor de top. Dit fenomeen wordt ook wel het Glass Escalator Effect (Glazen Roltrap Effect) genoemd: de mannen lijken op een symbolische roltrap naar de top te staan, terwijl die roltrap voor vrouwen ontbreekt, wat hun carrière belemmert. Mannen hebben hierdoor wel én makkelijker toegang tot topposities, ook als zij gaan werken in industrieën waarin zij ondervertegenwoordigd zijn. Hoe komt dit?

Uit het HBR-onderzoekt blijkt dat deze symbolische roltrap voor mannen het gevolg is van onbewuste vooroordelen: het onbewuste idee dat mannen betere leiders zijn en als de organisatie groter wordt de onbewuste aanname dat mannen dat het best aankunnen. Dat mannelijke eigenschappen nog altijd (onbewust) sterk worden geassocieerd met leiderschapskwaliteiten, zien wij ook terug in de resultaten van onze mindbugstesten in Nederland. Die laten zien dat 81% van de deelnemers aan die testen  (n=19.004, mannen én vrouwen!) een onbewuste voorkeur heeft voor een man als leider. Dit terwijl 96% van de deelnemers vooraf aangaf geen onderscheid te maken in gender voor leiderschapsposities. Daarnaast blijkt dat mannen die een traditioneel vrouwelijke rol vervullen (door bijvoorbeeld verpleegkundige te worden) hiervoor vaak overmatig worden geprezen. Klik hier voor meer uitleg.

 

The Glass Escalator Effect in Nederland: ons onderzoek

Ons onderzoek binnen dezelfde sectoren in Nederland bevestigde dus de Amerikaanse resultaten, zoals uit onderstaande cijfers blijkt. Allereerst zien we de oververtegenwoordiging van vrouwen binnen deze sector niet terug in de besturen van deze organisaties: het percentage vrouwen in de top blijft daar onder of rond de 50% hangen. Bij de goede doelensector valt op dat de gemiddelde aanwezigheid van vrouwen in de raad van bestuur wel hoger is. Desondanks blijft dit percentage achter bij het hoge gemiddelde percentage vrouwen in de sector. Hiernaast zien we ook dat het percentage besturende vrouwen binnen de sector afneemt naarmate de omzet stijgt. Dit is zichtbaar in de vergelijking tussen de top 10 met de meeste omzet en de tien organisaties met de minste omzet.

 

  Algemeen Raad van Bestuur Voorzitter Raad van Bestuur
Categorie Gemiddeld % vrouw Gemiddeld % vrouw % vrouw 10 organisaties met hoogste omzet % vrouw 10 organisaties met laagste omzet Gemiddeld % vrouw % vrouw 10 organisaties met hoogste omzet % vrouw bij 10 organisaties met laagste omzet
Hoger onderwijs 76.8%* 51.3% 46.6.% 55.0% 52.0% 40 % 50 %
Zorginstellingen 53.3%** 47.6% 42.5% 48.3% 42.0% 40 % 55 %
Goede doelen 68.9%*** 60.0% 57,5% 59,9% 52.2% 50% 60%

* rapportage door 16 van de 25, ** rapportage door 9 van de 25, ***rapportage door 6 van de 25

En ten slotte laat ons onderzoek zien dat de oververtegenwoordiging van vrouwen in deze sector niet resulteert in een groter aantal vrouwelijke voorzitters van de raad van bestuur of algemeen directeuren. En dat de kans daarop afneemt naarmate de omzet groeit. Andersom zien we dat vrouwen tot wel 15% vaker vertegenwoordigt zijn aan de top van kleinere organisaties met een lagere omzet, in vergelijking met de grootste organisaties binnen hun sector.

Opvallende resultaten in het licht van de consequente oververtegenwoordiging van vrouwen in de non-profitsector [1]. Samenvattend concluderen wij dus dat de hoogste posities, ook binnen de ANBI-organisaties, onevenredig vaak aan mannen worden toebedeeld, ondanks de aanwezigheid van veel vrouwelijke werknemers en talenten in deze sectoren. Ook in Nederland bestaat het ‘glass escalator’ fenomeen.

Ten slotte dit. In ons onderzoek en dit artikel hebben wij gefocust op het ‘glass escalator’ effect, en dus het verschil in kansen voor mannen en vrouwen in de non-profit sector in Nederland. Het artikel van HBR heeft dit effect ook onderzocht in de context van etniciteit. Dat HBR-onderzoek en de adviezen die zij daarover meegeven kun je hier vinden.

 

 

[1] Uitleg algemene vrouw-man verdeling

Hoewel elke ANBI-organisatie in hun jaarverslag of website rapporteert over de samenstelling van het bestuur en de voorzitters, rapporteert niet elke organisatie over de algemene man-vrouw verdeling. De organisaties die hierover wel rapporteren, tonen een eenduidig beeld: het merendeel van de werkzame mensen is vrouw. Om deze cijfers te valideren, hebben we onze cijfers vergeleken met openbaar verkrijgbare statistieken voor de onderzochte sectoren online.

 

Van Weerstand naar Winst: De Onbenutte Kracht van Diversiteit in Organisaties

Van Weerstand naar Winst: De Onbenutte Kracht van Diversiteit in Organisaties

Juan Moyano/ Getty Images - door Harvard Business Review

Afbeelding Juan Moyano/ Getty Images via Harvard Business Review 

Naar aanleiding van haar observaties dat veel organisaties nog steeds worstelen met het werken aan meer diversiteit, zet Esther in dit artikel de noodzaak, kracht en uitdagingen ervan op een rij.

Diversiteit: Briljant of Belemmerend?

Onze geschiedenis is doordrenkt van ideeën die aanvankelijk werden weggewuifd, maar uiteindelijk cruciaal bleken voor vooruitgang. Hieronder enkele historische voorbeelden van revolutionaire denkers die eerst werden bespot voordat de waarde van hun ideeën breed werd erkend:

 

 

  • Galileo Galilei mocht in 1620 niet meer lesgeven nadat hij had beweerd dat de zon, en niet de aarde, het centrum van het heelal was.
  • Ignaz Semmelweis werd in 1850 ontslagen na zijn suggestie dat betere hygiëne in ziekenhuizen, zoals handen wassen, het aantal sterfgevallen drastisch zou kunnen helpen verminderen.
  • Zwangere vrouwen die in 1860 hun bevalling liever door een arts lieten begeleiden dan door een pastoor of dominee, werden als ondankbaar en niet vroom beschouwd.

 

  • Josephine Cochrane vond in 1886 de vaatwasser uit, waarna haar uitvinding werd weggehoond als nutteloos omdat vrouwen dan niets meer te doen zouden hebben.
  • Svante Arrhenius berekende in 1896 voor het eerst de potentiële opwarmende effecten van koolstofdioxide, maar zijn bevindingen werden destijds nauwelijks serieus genomen.
  • In de jaren 60 werden artsen die waarschuwden voor de gevaren van roken belachelijk gemaakt door collega’s, die roken aanprezen als gezond, stressverlagend en zelfs als een remedie tegen astma.

 

Dit rijtje laat zien dat briljante ontdekkingen die we nu benutten, in de tijd van ontstaan als belachelijk werden afgedaan. Hun vindingen strookten niet met de toen gangbare opvattingen en de grote meerderheid hield vooruitgang tegen door vernieuwende denkers te ridiculiseren.

De weerstand tegen verandering, een menselijk trekje zoals ik straks toelicht, leidde in veel gevallen tot het vertragen of zelfs blokkeren van ontwikkelingen die uiteindelijk de samenleving als geheel ten goede zouden gekomen. Het roept de vraag op welke vooruitgang we vandaag de dag geblokkeerd zien door de weerstand tegen verandering. In de maatschappij als geheel en binnen organisaties.

Hoe Diversiteit Je Organisatie Kan Transformeren – Als Je Het Toelaat

In de huidige, complexe wereld is het vermogen om verschillende perspectieven te integreren cruciaal voor het succes van organisaties. Het effectief omgaan met de vele uitdagingen die we hebben, zowel intern als extern, vereist zorgvuldig verkennen en uitwerken van mogelijkheden om uiteindelijk gewogen besluiten te kunnen nemen. Om deze beslissingen op een gedegen manier te kunnen nemen, is het essentieel dat organisaties verschillende invalshoeken in huis halen door actief diverse teams te bouwen. Deze diversiteit zorgt ervoor dat alle mogelijkheden grondig worden gewogen en dat beslissingen breder worden gedragen.

Talloze onderzoeken hebben inmiddels de waarde van deze diversiteit in teams steeds duidelijker aangetoond. Studies van gerenommeerde instellingen zoals McKinsey, Glassdoor, Deloitte en andere [1] laten zien dat organisaties die openstaan voor diverse perspectieven significant beter presteren. Ze excelleren niet alleen in innovatiekracht en besluitvorming, maar ook in het vergroten van hun marktaandeel en het verhogen van klanttevredenheid. Bovendien zijn dergelijke organisaties succesvoller in het aantrekken en behouden van talent, doordat ze een omgeving creëren waarin verschillende ideeën worden gewaardeerd en waar medewerkers zich uitgedaagd en gesteund voelen.

Toch blijkt diversiteit, ondanks al het overtuigende bewijs van de voordelen, in veel organisaties een gevoelig en vaak lastig te implementeren thema. Dat lijkt soms te wijten aan een gebrek aan kennis over de voordelen, maar vooral ook aan het daadwerkelijk willen omarmen en integreren van diverse perspectieven in de organisatiecultuur. Ten slotte vergt het ook moed en doorzettingsvermogen van leiders om deze verandering door te voeren, richting een mooie beloning: een veerkrachtigere, innovatievere en succesvollere organisatie.

 

HBR Staff/ Westend61/ simonkr/ Getty Images

Afbeelding door HBR Staff – via Harvard Business Review

De Diversiteitsparadox: Begrijpen dat Wat Goed is Niet Vanzelf Komt

Als de voordelen van diversiteit zo duidelijk zijn, waarom blijft het dan een lastig onderwerp in veel organisaties? Dit fenomeen staat bekend als de ‘diversiteitsparadox’. Ondanks het overweldigende bewijs uit talrijke onderzoeken die aantonen dat diversiteit leidt tot betere innovatie, besluitvorming en concurrentievoordeel, blijven veel organisaties en individuen terughoudend in het volledig omarmen ervan. Deze terughoudendheid komt voort uit een diepgewortelde neiging om te kiezen voor het bekende: gemak en stabiliteit, zelfs als dat betekent dat de bewezen voordelen van diversiteit worden genegeerd en dus niet geoogst.

Er zijn twee belangrijke redenen die deze paradox verklaren:

  1. Macht en Behoud van Status Quo

Een belangrijke factor die de diversiteitsparadox verklaart, is de angst voor verandering binnen de gevestigde orde en daarmee mogelijk verlies van hun macht en status. Dit verzet, gedreven door eigenbelang, belemmert de vooruitgang en blokkeert nieuwe ideeën en ontwikkelingen die juist tot meer groei en succes zouden kunnen leiden binnen de organisatie als geheel.

Een voorbeeld hiervan was het verzet binnen de TU Eindhoven tegen plannen die een einde moesten maken aan de ongelijke man-vrouwverdeling onder wetenschappelijke stafleden. Jarenlang kwamen allerlei plannen niet van de grond, tot vanaf 1 juli 2019 vacatures voor hoogleraren de eerste zes maanden exclusief open werden gesteld voor vrouwen. De meerderheidsgroep verzette zich hevig: eind oktober 2019 hadden maar liefst 54 mannen een klacht ingediend bij het antidiscriminatiebureau Radar en het College voor de Rechten van de Mens (CVRM). Hoewel het plan enigszins aangepast moest worden, kon het grotendeels ongewijzigd doorgaan. De meerderheidsgroep moest zijn verzet opgeven en nu vult de TU Eindhoven de helft van alle vacatures in met vrouwen.

Ook Unilever liet zien dat als je echt wilt in korte tijd 50% van het topmanagementfuncties naar vrouwen kunt laten gaan. En de Raad van Toezicht van de Wilde Ganzen koos onlangs voor 3 nieuwe Raad van Toezicht leden met een cultureel diverse achtergrond omdat ze ook in de Raad van Toezicht de visie van de Wilde Ganzen meer wilde uitdragen.

  1. Menselijke Natuur en Verlangen naar Comfort

Een tweede factor die de diversiteitsparadox verklaart, is de natuurlijke neiging van de mens om zich comfortabeler te voelen in homogene groepen, waarbinnen minder conflicten en uitdagingen ontstaan. Dit gevoel van comfort is historisch bepaald, omdat mensen van oudsher overleefden in hechte, gelijkgestemde gemeenschappen. In een prehistorische context was deel uitmaken van een homogene groep met gemeenschappelijke normen en waarden essentieel voor je overlevingskansen, veiligheid en samenwerking. Deze evolutionaire voorkeur voor homogeniteit heeft zich door de eeuwen heen voortgezet, waardoor het onbewuste brein van mensen zich nog steeds prettiger voelt in groepen waarin ze zichzelf in anderen herkennen.

Hoewel mensen vaak zeggen meer diversiteit na te streven, blijkt uit onderzoek dat hun brein meer rust ervaart in omgevingen met gelijksoortigen. Zelfs als zo’n omgeving minder effectieve besluitvorming oplevert. Dat maakt dat het onbewuste brein, waarmee je het merendeel van je dagelijkse beslissingen neemt, de voorkeur geeft aan mensen die op jou lijken. Het is ook de reden dat nieuwe medewerkers zich in zo’n homogene omgeving vaak bijzonder snel aanpassen aan de heersende normen en gedragingen. Herkenbaar?

 

 

  • Als je voor 2005 als man zonder stropdas naar je werk ging, werd je niet ambitieus gevonden en had je waarschijnlijk geen belangrijke functie. Dus hield je de stropdas maar om.
  • Als je in 1989 alcoholvrij bier of een frisje dronk omdat je verantwoord wilde autorijden, werd je weggezet als een saaie burger en was je het middelpunt van veel spot, hoon en grappen door de meerderheid. Dus dronk je maar mee met de anderen.

 

 

  • Als je rond 2010 thuiswerken toestond om medewerkers te helpen hun privéleven en ambities fijner en efficiënter te combineren en daardoor bewezen medewerkers meer motiveerde en waardeerde, werd je gezien als een zwakke leidinggevende. Dus mocht thuiswerken ook van jou niet.
  • Als alle teamleden ‘ja’ en ‘amen’ zeggen tegen de leidinggevende, slik je je eigen feedback die in een andere richting wijst ook maar in.

 

We willen er onbewust graag bijhoren. Je onbewuste brein geeft zo, wellicht vaker dan jij denkt, de voorkeur aan het gemak van een homogeen team boven het nastreven van betere resultaten voor de organisatie. We kiezen dus vaak onbewust voor comfort, wat betekent dat de voordelen van diversiteit daarmee worden genegeerd.

Waar staat jouw Organisatie? Gaan jullie Galilieo vinden? 

Herken je bovenstaande redenen voor de diversiteit paradox, ook binnen jouw organisatie of binnen jezelf? Herken je het mogelijke verzet van de gevestigde orde? Zijn er ongeschreven regels actief die voor hen gunstig zijn maar niet voor anderen of de organisatie als geheel?

Zo weet ik nog dat ik aan het begin van mijn loopbaan (en met mij veel vrouwen) verstrikt raakte in de ongeschreven regels rond moederschap en ambitie. De gevestigde orde gaf aan het niet normaal te vinden dat je als moeder fulltime ging werken, én zij hanteerden ook de regel dat je geen manager kon worden als je niet fulltime werkte. Op dit moment hoor ik van veel net gepromoveerde vrouwen dat ze het commentaar krijgen dat ze die promotie waarschijnlijk hebben gekregen omdat er een vrouw benoemd moest worden. Vooral als die opmerking uit de mond van heersende machthebbers binnen je organisatie komt is dat een heel schadelijke opmerking en  onbewuste poging om oude belangen in stand te houden of te herstellen.

Herken je in je organisatie ook de verwoestende onbewuste voorkeur voor mensen die op de top lijkt? Dat zie aan wie er in een team worden aangenomen, welke beoordelingen ze krijgen en wie promotiekansen heeft of krijgt. En wie niet. Maar ook naar wie er geluisterd wordt tijdens overleggen en hoe het werk binnen het team wordt verdeeld. Vooral in Nederland is dit nog steeds een grote uitdaging omdat veruit de meeste Nederlanders denken geen last te hebben van onbewuste vooroordelen (Lees als je hierover meer wilt weten mijn blog).

De toekomst van je organisatie hangt sterk af van het vermogen om de kansen van diversiteit te benutten. Hoe gaat dat in jouw organisatie? Welke mensen en welke ongeschreven regels belemmeren vooruitgang? Welke moeilijke gesprekken moeten worden gevoerd en welke harde noten gekraakt? Hoe kunnen jullie deze onderwerpen met elkaar bespreekbaar maken? Dit zijn cruciale vragen, want de toekomst van je organisatie staat op het spel.

[1] 1.       ( McKinsey (2015, 2018, 2020, 2023), Glassdoor (2014),  Deloitte (2022), Boston Consulting Group, (2018), Center for Talent Innovation (2013), EEOC (2016),Credit Suisse (2016), PwC (2019), HBR (2016))